Na de lunch

Nadat we Sparjebird achter ons hadden gelaten, maakten we – op zoek naar een plekje om onze boterham te eten – een ritje door de omgeving. Dat viel ditmaal nog niet mee. Het was dan wel mooi zonnig weer, maar er stond een koude noordoostelijke wind. En dus moest het een plekje in de zon, en vooral ook in de luwte worden. Na enig zoeken wisten we uiteindelijk toch een mooi en lekker plekje te vinden …

Terwijl ik me na onze eenvoudige lunch nog even lekker uitstrekte op mijn klapstoeltje, duurde het niet lang voordat Jetske haar camera weer ter hand nam. Ook dat is vaak een herkenbaar patroon tijdens onze gezamenlijke fotokuiers. Na het eerste deel van de dag vinden mijn door MS geplaagde benen het vaak wel lekker om wat langer te zitten. Jetske heeft wat minder zit in ’t gat. “Een libel …,” fluisterde ze me toe, terwijl ze naar het struikgewas liep …

En daar geniet ik op zo’n moment dan weer van: lekker zitten en van een afstandje toekijken hoe Jetske met haar macrocamera langs het struikgewas struint. En het mooie is, als ze wat vindt dat voor mij mogelijk ook de moeite loont om even overeind te komen, dan krijg ik steevast een seintje. Zo ook nu …

De libel bleek haar te zijn ontsnapt. Maar Jetske bleek achter de ons beschermende bosjes wel een mooi vennetje te hebben ontdekt. Een vennetje waar twee van mijn minder favoriete watervogels ronddobberden: nijlganzen. In tegenstelling tot hun normale gedrag bleven ze nu eens heerlijk rustig …

Een juffer bij Sparjebird

Aan mijn toppentuursessie kwam een eind, toen ik aan het geklik van haar camera hoorde dat Jetske vlak achter het bankje in de weer was. Dat is meestal het sein dat er weer wat te beleven valt …

Ze bleek een vuurjuffer te hebben ontdekt op een hulstblad. Een mooie combinatie van groen en rood, die me zowaar even aan kerst deed denken …

Toen we even later weer naast elkaar op het bankje zaten en Jetske haar Whatsapp aan het bijwerken was, streek dezelfde waterjuffer op haar hand neer. Dat deed me dan weer denken aan een middag bij Jetske op de camping vorig jaar. Daar werden Aafje en Jetske beurtelings door libellen gebruikt als prettige landingsplaats. En dat vind ik toch een aangenamere associatie dan die aan kerst …

En zo eindigde deze kuier door Speelbos Sparjebird langs een aantal houten dieren uiteindelijk toch nog met een aantal foto’s van een echt beestje. Ik denk, dat er nog wel eens een vervolg komt.   🙂

Turend naar frisgroene toppen

Sparjebird is een speelbos naar mijn hart. Niet alleen vanwege de mooie uit hout tevoorschijn getoverde dieren en de leuke opdrachten voor jong en oud, maar ook omdat niet ver voorbij de eekhoorn al het tweede gerieflijke zitplekje op deze fotokuier stond. Het bankje was in zon en luwte op dat moment zeer welkom. Denkend aan de opdracht, zakte ik even lekker onderuit en richtte ik de blik omhoog …

De kleurrijke tooi van herfstbladeren kan erg mooi zijn, maar ook de frisgroene tinten van bladeren in het voorjaar loont de moeite van het bekijken. En zo gaf ik me even over aan de zachtjes heen een weer wiegende bladeren boven me … Eekie heeft zich niet laten zien, maar mijn fotomaatje attendeerde me wel op wat anders …

– wordt vervolgd –

Met eekie naar de boomtoppen

Met het zweet op ’t voorhoofd kwam Jetske na enige tijd weer uit de greppeltunnel tevoorschijn. Omdat ik intussen op de egel zittend weer krachten had verzameld, gingen we op zoek naar het volgende dier … …

Erg lang hoefden we niet te zoeken. Al snel kwamen we op een kleine open plek. Daar stond eekie op een hoge troon zijn koninkrijkje te overzien. Het is opnieuw een knap staaltje houtbewerking …

Ook hier stond weer een bordje met enige uitleg, ditmaal ging het om de boomtoppenroute. “Eekhoorn springt hoog in de bomen van tak naar tak. Volg met je ogen zijn route door de boomtoppen. Wie weet zie je eekhoorn ook nog!”, luidde een deel van de tekst ..

Kijk, dat kwam allemaal heel goed uit. Enige meters verderop stond een bankje. Tijd voor koffie, en dan eens even lekker achterover naar de boomtoppen kijken. Maar dat is voor morgen …

– wordt vervolgd –

Vruchtbaar Fries vijverwater

Langzaam komt er zowel bij ons als in de ons omringende landen een eind aan de lockdown. De kinderen t/m 12 jaar gaan weer naar school, er mag weer mondjesmaat gesport worden en de kapper is weer open. En zo gaan we als het goed is stapje voor stapje verder. Maar eerlijk is eerlijk, ik ben er niet gerust op hoe het zich de komende tijd zal ontwikkelen. Hopelijk weet iedereen zich te gedragen, want ik zou de komende tijd de zorgverleners op de ic en andere corona-afdelingen zo graag een paar weken rust en vakantie gunnen. Maar als ik hoor hoe lichtzinnig en onnadenkend sommige mensen met de coronaproblematiek omgaan … brrrrr …

Mijn fotomaatje werkt intussen vrijwel helemaal weer volgens haar normale rooster. En dat betekent dat wij in principe weer om de 14 dagen samen op pad gaan om een fotokuier te maken. Vorige week waren we o.a. in Speelbos Sparjebird. Die serie onderbreek ik op deze tussenliggende ‘zorg-woensdag’ even voor een korte terugblik op het begin van onze vriendschap. Zelf blikte Jetske gisteren op haar weblog terug op haar opleiding en carrière in de zorg: ’12 mei – Dag van de Verpleging’

Nadat Jetske en ik in december 2006 een vierde gezamenlijke fotokuier hadden gemaakt, was het tijd om Aafje en Jetske eens aan elkaar voor te stellen. In de kerstvakantie van 2006 diende zich daarvoor een mooie gelegenheid aan. Zoals Jetske in reactie op mijn logje over haar vijver al schreef, was ik indertijd één van de mensen die Jetske en haar eega motiveerden om van hun zitkuil een vijver te maken …

Toen dat besluit eenmaal was genomen, vatte Jetske meteen de koe bij de horens. Voortvarend nam ze schep en andere gereedschappen en materialen ter hand om de zitkuil tot een royale vijver te kneden. Maar als je een grote bak met water hebt, dan heb je nog geen vijver. Daar heb je bacteriën en andere levende organismen voor nodig.

Omdat Jetske en haar eega letterlijk tegen de grens van Fryslân en Overijssel wonen, maar dan toch net aan de verkeerde kant, stelde ik voor om hen van wat levend Fries water uit onze vijver te voorzien. Ook toen was het biologisch evenwicht in onze vijver namelijk al heel goed. En dus togen Aafje en ik op 29 december 2006 samen naar de Kop van Overijssel voor de overdracht van Fries vijverwater …

En kijk eens waar dat uiteindelijk in heeft geresulteerd … het is van voor tot achter en van links tot rechts een prachtige vijver geworden. Ik schreef zaterdag dan wel plagerig: “Maar wij hebben salamanders in de vijver, en die heb ik bij Jetske nog niet kunnen ontdekken …”. Maar daar staat dan weer tegenover dat Jetske bij haar vijver libellen en waterjuffers ziet, waar ik bij onze vijver alleen maar van kan dromen …

Niet alleen de vijver heeft het overigens goed gedaan. Kijk ook eens naar dat kleine mannetje in zijn rode jas, dat op de laatste foto in de serie van drie zo aandachtig toekijkt bij deze plechtige handeling. De zoon van Jetske en haar echtgenoot is intussen een boomlange kerel,  die tegenwoordig studeert aan de VU in Amsterdam.   🙂

Met egel de greppel in

Het volgende dier dat we tijdens onze kuier door Speelbos Sparjebird tegen het lijf liepen, was een reusachtige houten egel. Ook bij deze egel stond weer een bordje met een spelmogelijkheid voor kinderen …

Achter de egel waren takken over een greppel gespannen. De takken vormden een tunnel die het bos in voerde …

Terwijl ik het me gemakkelijk maakte door even lekker op de egel te gaan zitten, duurde het niet lang voordat Jetske bijna halverwege de tunnel zat …

– wordt donderdag vervolgd –

Bouwen met de bever

De blinddoekroute bij de gevallen das hebben we maar gelaten voor wat hij was. Net als de gevallen das trouwens, want die was wat al te zwaar om snel even overeind te zetten. Het gewone pad volgend kregen we even later weer een volgend houten dier in ’t vizier …

Ditmaal was het een fraai vormgegeven houten bever, die rustte op het onderste deel van een boomstam. Enige meters verderop stond een bordje. Hier wordt de relatie gelegd tussen de bever en het bouwen van hutten …

Gisteren waren er al een paar mensen nieuwsgierig naar dit bos. We bevinden ons hier in het ‘Speelbos Sparjebird’ bij het Friese dorp Hemrik. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond hier ‘kamp Sparjebird’ van de Nederlandse Arbeidsdienst. Na de oorlog heeft Sparjebird nog zo’n twee jaar dienst gedaan als interneringskamp voor NSB’ers, collaborateurs, moffenmeiden en kinderen van ‘foute’ ouders die heropgevoed moesten worden …

Zelf ken ik Sparjebird vooral als het speelbos waar al sinds de jaren 70 kindervakantieweken worden georganiseerd. Kernactiviteiten waren en zijn waarschijnlijk nog steeds zaken als spelen met water, lekker ravotten, hutten bouwen en natuurlijk broodjes bakken op een kampvuurtje. Dit alles natuurlijk onder begeleiding van vrijwilligers. Hutten worden er nog steeds gebouwd, ook zonder begeleiding…

– wordt vervolgd –