Eindejaarsmijmeringen in de tuin

“Moet er nog wat gezegd worden over 2020 …?” vroeg ik me af, terwijl ik naar de tuin in kerstsfeer zat te staren. Voorgaande jaren maakte ik in december nog wel eens iets van een jaaroverzicht, maar ik kan er nu niet echt toe komen. Corona heeft ons leven vanaf half maart flink in zijn greep genomen, dat is geen nieuws. Daar is eerst wel even genoeg over gezegd, wat mij betreft. In de aanloop naar de vaccinaties zal er nog genoeg te mopperen zijn, maar dat bewaar ik dan maar voor volgend jaar …

Op hoofdlijnen was 2020 een waardeloos jaar, maar was het daarmee een verloren jaar? Zeker niet, er waren nog genoeg kleurige lichtpuntjes en mooie momenten. Je moet er alleen oog voor hebben en je ervoor openstellen. Zo was er eind juli een leuke kennismaking met Omabaard en haar kleine reisgezelschap in de Ecokathedraal bij Mildam. Verder heb ik, zodra het leven in coronatijd wat in ‘nieuw normale plooien’ viel, toch ook weer een aantal gezellige dagen met mijn fotomaatje gehad …

En het klinkt misschien raar, maar dankzij corona is voor Aafje en mij de overgang naar haar pensionering achteraf bekeken heel soepel verlopen. Nadat Aafje tijdens de eerste lockdown volledig thuis had gewerkt, kon ze in de laatste maanden afwisselend thuis en op kantoor werken. En zo zijn we in feite heel harmonieus naar de nieuwe situatie gegroeid, waarin we huis en tuin vanaf nu niet alleen ’s nachts maar ook overdag delen …

Nee, verder hoeft er niet veel meer te worden gezegd, ik ben wel klaar met 2020. Eigenlijk hoef ik alleen mijn vuurwerkshow voor morgen nog maar voor te bereiden …   😉

Uitzwaaidag

Nadat Aafje in de jaren ’80 bijna negen jaar in het Bonifatiushospitaal in Leeuwarden had gewerkt, maakte ze in 1989 de overstap naar Revalidatie Friesland. Voor deze mooie organisatie heeft ze ruim 31 jaar op verschillende plekken diverse functies bekleed.

De laatste 5 jaar was dit gedurende 36 uur per week haar werkplek, direct onder het pannendak in de uiterste zuidoost hoek van het statige oude gebouw. Zij en haar kamergenoot hadden er – zoals het hoort in een gebouw als dit – hun eigen zithoek voor representatieve doeleinden. Veel ruimte om er van het uitzicht is er niet, zoals je kunt zien. Maar als je er even bij kunt, dan krijg je ook een mooi zicht over de tuin en de overtuin van Lyndenstein …

Formeel krijgt Aafje pas volgend jaar februari AOW, maar met aftrek van overuren en vakantie-uren kan ze er al voor de kerstdagen een punt achter zetten. In de loop van het jaar was al snel duidelijk dat van een pensioensfeestje niets terecht zou komen. Zelfs een koffietafel of een soort staande en gaande receptie was niet mogelijk. Veel meer dan deze week min of meer toevallig passerende collega’s gedag zeggen, zit er niet in. Vier uitzwaaidagen dus, waarvan dinsdag de eerste en meest officiële was …

Toen Aafje en haar collega Taco een jaar of vijf geleden samen deze kamer toebedeeld kregen, hadden ze allebei eerst de nodige bedenkingen. Er was geen fijn daglicht en met name de dreigende warmte ’s zomers maakten het niet direct aanlokkelijk. Maar het pakte verrassend goed uit. Ja, het was er ’s zomers wel eens wat warm heet, maar wat belangrijker was: Aafje en haar collega kregen een prima klik. Omdat Huize Lyndenstein leeg loopt in de lockdown, is Taco sinds gisteren thuis aan het werk. Dinsdagmiddag was ik getuige van hun exitgesprek. Daar komt in de privésfeer zeker nog eens een vervolg op, is afgesproken …

Daarna volgde enkele deuren verderop het meer officiële moment van afscheid. Op ruime afstand van elkaar zaten we even later te smullen van koffie en gebak met Aafjes’ leidinggevende van de laatste jaren en de bestuurder van Revalidatie Friesland, Peter Visch. In een genoeglijke en ontspannen sfeer schetste Visch Aafjes’ loopbaan en de betekenis die ze heeft gehad voor de ontwikkeling van de organisatie. Als dank kreeg Aafje letterlijk en figuurlijk een fraaie ‘Chapeau’

Het was als gevolg van dat vermaledijde coronavirus dan wel niet een droomafscheid, maar het was goed zoals het was. Aafje kreeg namelijk niet alleen een mooi boeket bloemen en een prachtig cadeau van de werkgever mee naar huis. Via de zijdeur verlieten we het pand in de loop van de middag. Dat was de kortste route naar de auto, en dat leek ons bepakt en bezakt als we waren wel handig in dit geval …

Een half uurtje later waren we thuis. Daar etaleerde Aafje alle cadeaus die Taco e.a. voor haar hadden verzameld eerst maar eens uit op het tapijt in de woonkamer. Wat Aafje namelijk niet wist, is dat zo ongeveer alle collega’s met wie Aafje in meerdere of mindere mate contact heeft gehad op het naderende afscheid waren gewezen. Een regen van lieve cadeaus en warme woorden daalde op Aafje neer … dankjewel allemaal …

Vijfenzestig jaar

Een verjaardag heeft altijd een feestelijk tintje. Ooit, heel lang geleden, was je vijfenzestigste verjaardag extra feestelijk. In die tijd kreeg je na pakweg 40 of 45 jaar ploeteren voor de baas je vrijheid terug. Mijn vader kon zijn baas zelfs al op zijn achtenvijftigste gedag zeggen. Maar ja, dat was nog in de tijd dat de bomen nog zo ongeveer tot in de hemel groeiden. Sinds we in een nieuw millennium zitten, zijn de tijden echter op diverse terreinen meer of minder drastisch gewijzigd. Onze generatie is net wat te laat voor geboren voor een vroegtijdige pensionering. Aafje vist dan ook achter het net …

Maar ach, eigenlijk vinden we dat geen van beiden echt heel erg. Aafje heeft sinds enkele jaren gelukkig weer prima naar haar zin bij de baas. En we zijn er eerlijk gezegd geen van beiden aan toe om dag en nacht samen thuis door te brengen. We gaan rustig nog een maand of zestien door aftellen. Vandaag maken we er desalniettemin een feestelijke dag van …

Onze voortuin is in vanmorgen vroeg alle stilte luidruchtig in de stemming gebracht door Aafjes’ jongste broer.
Goed werk, Hotze!