Een kleine zielepoot

De laatste tijd zagen we weer regelmatig een merel met een snavel vol voedsel in de tuin. Soms werd er hier in de border wat gevonden, maar vaker zag ik een merel een tussenlanding maken op de deur van de schutting achter in de tuin. Waar ze vervolgens naar toe gingen, was lang onduidelijk, maar ik had er wel zo mijn gedachten over …

Afgelopen weekend werd ik bevestigd in het idee dat ze via een omweg ongezien naar de klimop naast de vijver vlogen. Van achter de pergola zochten ze zich daarna door de klimop lopend een weg naar het nestje. Zondagavond zag ik dat er achter de vijver een jonge merel werd bijgevoerd door een van de ouders. Maandagochtend ontdekte ik een tweede jonge merel, die zat weggedoken tussen een emmer en een grote bloempot achter de fietsberging …

Ik vond dat hij er niet lekker bij zat, maar ik besloot hem een tijdje te observeren en af en toe een foto te maken. Op een bepaald moment zag ik hem moeizaam naar een ander plekje gaan. Lopen was het niet te noemen, want hij kukelde bij vrijwel elk stapje om. Hij leek een gebroken of ontstoken pootje te hebben. Omdat ik al die tijd geen van de ouders had gezien, besloot ik de Fûgelhelling (de Wildopvang voor Noord-Nederland) te bellen. Na mijn omschrijving van de situatie mochten we het diertje wel bij hen brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Hopelijk kunnen ze het beestje helpen toch nog een mooie grote merel te worden …

De Visfontein van Stavoren

Onze laatste halte die dag was Starum, Stavoren voor niet-Friestaligen. Daar wist Jetske beslag te leggen op het laatste parkeerplekje bij het VVV-kantoor en de haven (Google Maps)

De gebouwtjes van het VVV en diverse lokale middenstanders konden me niet echt bekoren, maar de tropische verrassing lag vlak vóór die gebouwtjes: de Visfontein van Stavoren

In het kader van Leeuwarden-Fryslân zijn er vijf jaar geleden 11 kunstzinnige fonteinen ontworpen voor de Elf Friese Steden. ‘De Visfontein voor Stavoren’ is ontworpen door de Amerikaans installatiekunstenaar Mark Dion.

“De zee geeft, de zee neemt. Stavoren, ooit een rijke Hanzestad, kan erover meepraten. Overstromingen, zeehandelsoorlogen, een haven die verzandde: meermalen verviel de stad tot armoede. Maar telkens richtte ze zich op en brachten zeevaart en visserij nieuwe welvaart. Volksverhalen als ‘de Vrouwe van Stavoren’ vertellen van dat wisselvallige lot. ‘De Vis voor Stavoren’ voegt daar een nieuw verhaal aan toe, met een knipoog naar een symbolische prent van Pieter Bruegel de Oude: ‘Hoe grote vissen kleintjes eten!’ We zien hoe de enorme open muil van een machtige vis ons langs de watersproeiende lippen naar binnen lokt. Wie ontsnapt in Stavoren de dans …?”

Terwijl Jetske nog even naar de andere kant van het havenhoofd liep, bleef ik zitten waar ik zat. Ik heb nog even overwogen om naar het beeld van ‘Het vrouwtje van Stavoren’ te lopen aan de andere kant van de brug. Maar een beter plekje dan bij het verkoelende geklater van het water, was nauwelijks denkbaar …

Uitzicht op en vanaf it Reaklif

We laten het monument van de Slag bij Warns letterlijk en figuurlijk achter ons, wanneer we de weg oversteken om daar te kunnen genieten van het uitzicht over het IJsselmeer …

In noordelijke richting zien we de Marina Stavoren Buitenhaven. Op het IJsselmeer waren intussen aan alle kanten verschillende zeilboten te zien …

Jetske had zin om af te dalen en even naar de waterkant te lopen. Daar was het mij intussen te warm voor en ook de vermoeidheid in mijn benen deed zich gelden …

Maar gelukkig weet ik hoe het er daar beneden uitziet. In september 2010 ben ik helemaal tot het eind van de strekdam gelopen. Op de foto linksonder ben ik aan het eind van dam even door de knieën gegaan om een foto van het IJsselmeer te maken. Daarna heb ik me omgedraaid om een paar foto’s te maken van Aafje op de top van it Reaklif, midden: uitgezoomd – rechtsonder: ingezoomd …

Met de vissers van de Friese kliffen is het intussen afgelopen, er schijnt nog één visser actief te zijn met als thuishaven het kleine haventje van Laaksum. De boeren zijn echter nog altijd volop actief op en rond de kliffen. Ook die dag ronkte er weer meerdere keren een zware trekker met een gierwagen over de smalle kustweg op it Reaklif. De trekker met de camera volgend, zag ik dat Jetske inmiddels een stuk verderop weer ophoog was geklommen …

Ze was in gesprek geraakt met twee stellen vrolijke Friese vrienden, die een dagje gevieren met eendoppad waren. Zo’n eend valt natuurlijk altijd op, chauffeur en passagiers hadden er geen bezwaar tegen dat we een paar foto’s maakten van het eendje, ze gingen er zelfs even goed voor staan …

“Nou, daar gaan we hoor …” riep de chauffeur ten afscheid. Alleen het kenmerkende geluid van het wegrijdende eendje is de moeite al waard. Terwijl zij in de richting van Oudemirdum vertrokken, maakten Jetske en ik ons op om naar Stavoren te rijden …

Bij it Reaklif

Na de luchtwachttoren hebben we een kort bezoek gebracht aan het Mirnser Klif (Google Maps). Omdat daar op dat moment in fotografisch opzicht weinig te beleven was, sla ik dat hier over. We gaan direct door naar het hoogste van de Friese kliffen, het ca. 10 m hoge Reaklif (het Roode Klif) ten zuiden van Stavoren (Google Maps). Voor wielrenners is het de gemeenste klim in Fryslân, maar voor toeristen is het een prachtig een plekje om te genieten van een prachtig uitzicht over het IJsselmeer …

It Reaklif is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd (ca. 150.000 jaar geleden), toen aan de voorkant van de gletsjers het landijs de bodem omhoog drukte. Gaasterland hield daar glooiende hellingen, een paar mooie stuwwallen en veel zwerfstenen in het landschap aan over. De oorspronkelijke keileemwand van It Reaklif is op het eind van de 19e-eeuw vergraven. Wat rest is een glooiende helling van ongeveer 10 meter hoogte …

Rond it Reaklif vond in 1345 de Slag bij Warns plaats, eigenlijk, veldslag tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen. De ridders van de graaf voeren vanuit Enkhuizen met een vloot over de Zuiderzee en kwamen geheel in harnas aan land tussen Laaxum en Stavoren. Ze hadden het plan om het Sint-Odulphusklooster bij Stavoren te veroveren en te gebruiken als vesting. Van daaruit zouden ze hun macht verder over Fryslân willen uitbreiden …

Onderweg naar Stavoren werden ze in aangevallen door de plaatselijke bevolking. De vissers van Laaksum en de boeren van Warns zagen hun huizen en hun bedrijven in vlammen opgaan, maar waren daarmee niet verslagen. Door de zware harnassen waren de soldaten geen partij voor de woedende boeren en vissers. De Hollanders maakten bovendien een tactische blunder door met hun zware harnassen naar het moerasachtige landschap rond it Reaklif te vluchten. De slag eindigde daardoor met een overwinning voor de Friezen en de dood van de graaf …

Ieder jaar wordt deze heroïsche strijd op de laatste zaterdag van september door een deel van de Friese gemeenschap herdacht bij de imposante steen met de tekst ‘Leaver dea as slaef’ (Liever dood dan slaaf), die op het hoogste punt van it Reaklif ligt. Bij de herdenking wordt vooral aandacht geschonken aan de Friese taal en cultuur. De laatste jaren wordt gestreefd naar verbreding en verjonging van het publiek …

In en op de luchtwachttoren

Vanaf het Oudemirdumerklif kun je op mooie dagen met een beetje geluk de luchtwachttoren1,35 km naar het noorden net tegen de bosrand zien staan. Aan de voet van de toren is een grote witte lijst te zien, die we verderop in dit logje van dichtbij zullen zien. Op de onderstaande foto kun je ook mooi iets van de lichte glooiingen van het Gaasterlandse landschap zien …

In augustus 2006 kwamen Aafje en ik samen langs de luchtwachttoren. Tot mijn verrassing stond de deur toen open. Ja, en toen kon ik het niet laten om mijn lichte hoogtevrees te weerstaan en de toren te beklimmen …

Geheel tegen mijn verwachting in besloot Aafje mee te gaan, zodat we even later samen konden genieten van het uitzicht over de zuidwest hoek van Gaasterland. We hadden de pech, dat het wat bewolkt en heiig was die dag. Ook de intussen flink gegroeide omringende bomen maakten het zicht er niet beter op. Toch was het uitzicht in de richting van het Oudemirdumerklif de moeite waard, temeer daar ik de deur van de toren sindsdien niet meer open heb aangetroffen …

Tot slot nog even wat foto’s van het duizelingwekkende trappenhuis. Echt jammer dat de eigenaren niet méér met de toren doen. …

Veilig terug op de grond, kregen we aan de andere kant van de weg ook nog even een blik op het Oudemirdumerklif door de lijst met Friese pompeblêden, die we aan het begin van dit logje vanaf datzelfde Oudemirdumerklif in de verte konden zien …

Tot slot nog een filmpje over de toren. In dit door de VPRO uitgezonden programma gaat oud-luchtwachter Teun Stoker met de huidige eigenaren van de toren, de gebroeders Jaarsma, naar boven om herinneringen op te halen …

Bij luchtwachttoren 6H3

Vanaf het Oudemirdumerklif zetten we koers naar het Mirnser Klif. Daarbij passeerden we de oude luchtwachttoren 6H3 aan het Huningspaad bij Oudemirdum (Google Maps). In de jaren 50 en 60 stonden er in ons land 138 van deze luchtwachttorens. Het waren uitkijkposten van het Korps Luchtwachtdienst. Zij speurden in het begin van de Koude Oorlog het Nederlandse luchtruim af naar laagvliegende Russische vliegtuigen, omdat de radarapparatuur indertijd nog niet geschikt was om snelle, laagvliegende vliegtuigen te kunnen signaleren…

De luchtwachttorens waren onderdeel van een netwerk van 276 uitkijkposten verspreid over heel Nederland. Er waren 138 posten op bestaande gebouwen, zoals op molens en fabrieken en 138 in de speciaal voor dit doel gebouwde losstaande torens. Een toren van beton was goedkoop en had lage onderhoudskosten, daarnaast was hij ook vanuit technisch oogpunt het meest geschikt. De keuze viel op een systeem van geprefabriceerde betonnen raatbouwelementen …

Luchtwachttoren 6H3 is 14,3 meter hoog en staat op een heuvel van ongeveer 12 meter hoog (vlak bij het hoogste punt van Gaasterland). Die heuvel was kostenbesparend op bouw en materiaal. Boven op de toren is het uitkijkplatform, dat bestaat uit een open ruimte van 3 bij 3 meter met een 1,5 meter hoge borstwering. De toren is in 1953 ‘ter camouflage’ tegen de bosrand gebouwd, Ooit hadden de luchtwachters hier een ruim zicht, inmiddels is het bos hoger geworden dan de luchtwachttoren …

Nadat ik de toren rondom had bekeken en gefotografeerd, heb ik de camera even voorzichtig door een van de gaten binnen de vier muren gehouden om een indruk van het binnenwerk te krijgen …

– morgen nemen we echt een kijkje in en op de toren