Buiten huilt de wind om het huis, bij de Olympische Winterspelen in Sotsji lopen de temperaturen weer op tot boven de 15 graden. Het is maar goed dat ik nog een paar ijzige plaatjes in het archief had zitten om nog een klein beetje in winterse sfeer te blijven. Er lag maar een flinterdun laagje ijs bij het bruggetje over één van de petgaten in it Wikelslân, maar dat was zo op het oog wel een heel mooi ijsvloertje …
Nu Sven Kramer zich heeft teruggetrokken voor de 1.500 m en de Amerikanen weer in hun oude pakken gaan rijden in plaats van in hun supersnelle nieuwe pakken die hemeltergend traag bleken te zijn, belooft het koningsnummer van het schaatsen extra spannend te worden. Er zijn zeker 10 kanshebbers voor een medaille. Het zou best eens kunnen dat er vandaag opnieuw een buitenlander op het podium komt te staan. Misschien zelfs wel twee, stel je voor …
Nou, jullie kunnen zeggen wat je wilt, maar ik had gisteren blijkbaar toch een perfect stukje sprintijs neergelegd voor onze snelle mannen in Sotsji … En met mijn voorspelling van het goud zat ik ook goed. Maar een volledig Nederlands podium op de 500 meter, dat was nog nooit vertoond. Wat een feest!
Over de 500 meter voor vrouwen, die vandaag op het programma staat, ben ik een stuk minder optimistisch. Misschien heeft Margot Boer een kansje op een medaille, maar in een oranje feest zoals gisteren geloof ik niet. Daarom heb ik voor vandaag maar wat bomijs uitgezocht …
Bomijs is volstrekt ongeschikt om op te schaatsen. Je kunt bomijs na een nachtje met lichte of matige vorst aantreffen in de sporen die landbouwvoertuigen hebben achtergelaten in nat akkerland, of in de voetsporen op een wandelpad. Draagkracht heeft dit ijs niet, vaak is het maar een paar millimeter dik, en onder het ijs zit altijd een laagje lucht … En daaronder zit dan vaak goed beschermd tegen de kou nog weer een laagje (modderig) water. Dat laatste heb ik op 30 januari weer eens kunnen verifiëren, toen ik in it Wikelslân bij Earnewâld door een laagje bomijs heen trapte, waarna ik tot mijn enkel in de modder zakte. Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aan …
Maar sterk of niet, bomijs is vaak wel interessant om te fotograferen vanwege de mooie lijnen en patronen die er te zien zijn. Later in de week zal ik daar nog een paar voorbeelden van laten zien.
Nadat ik vorige week donderdag op de oever van het Tjeukemeer 2,5 uur heb zitten kijken en fotograferen bij een IFKS skûtsjesylwedstrijd, zou ik hier moeiteloos dagenlang foto’s van zeilende skûtsjes kunnen presenteren. Dat zal ik echter niet doen, daarvoor ontberen de meeste foto’s simpelweg de juiste spanning …
En laten we eerlijk zijn: daar gaat het bij het skûtsjesilen toch wel om: spanning en sensatie. De echte sensatie ontbrak in deze wedstrijd in de grote A-Klasse, maar spannend was het zeker …
Lange tijd streden de ‘Ut en Thús’ (zeilteken UT in het bruine grootzeil) en de ‘Wylde Wytze’ (zeilteken H in een pompeblêd in het witte grootzeil) om de koppositie. Op de bovenstaande foto rondt de ‘Ut en Thús’ de boei die het dichtst bij het publiek voor het gemaal lag …
De ‘Wylde Wytse’ zit er vlak achter en draait net als de ‘Ut en Thús’ scherp om de boei …
Daarna zeilen beide schepen zo scherp mogelijk naar de boei aan de andere kant van het meer, even lijkt de ‘Wylde Wytse’ op één oor te gaan …
Ik vind het elke keer weer prachtig om te zien hoe scheef de skûtsjes met hun beperkte diepgang van 35-45 cm op het water kunnen liggen …
Om het publiek thuis en aan de waterkant op de hoogte houden van de ontwikkelingen in de wedstrijd verzorgt Omrop Fryslân dagelijks tussen 14:00 en 17:00 uur live verslaggeving voor radio, tv en internet. Op de onderstaande foto vaart de cameraman op de grijze rubberboot naar de ‘Ut en Thús’ …
Naar mate de wedstrijd vordert, is vanaf de wal vaak moeilijker te volgen wie nu precies op welke plek in de wedstrijd ligt. Dat geldt zeker wanneer de wind wat draait, waardoor de schippers allemaal hun eigen weg gaan zoeken. De radioverslaggevers van de Omrop bieden op zo’n moment uitkomst voor het publiek, omdat zij vanaf hun snelle rubberboot over een veel beter zicht op de ontwikkelingen beschikken. Op verschillende plaatsen langs de kant klinkt de stem van de nieuwe verslaggever Gjalt de Jong dan ook regelmatig uit transistorradio’s, smartphones of iPad’s …
Ik sluit dit hoofdstuk af met het meest spectaculaire moment dat het skûtsjesilen dit jaar opleverde. Tijdens het SKS Skûtsjesilen bij Wâldsein sloeg het Drachtster skûtsje op 29 juli om. daarbij kwam het skûtsje op miraculeuze wijze weer overeind via de voorstag van het skûtsje de ‘Gerben van Manen’ van Heerenveen. Omrop Fryslân was er met beeld en geluid bij …
Gjalt de Jong, die dit jaar voor het eerst verslag deed van het skûtsjesilen voor Omrop Fryslân, maakte meteen voorgoed naam met dit verslag. Aangevuld met beelden vanaf de rubberboot leverde het hem onder de titel “Bliksem Piebe” de volgende hommage op …
Vorige week donderdag bedacht ik me ineens dat ik wel weer eens naar het skûtsjesilen (spreek uit als skoetsjesielen) kon gaan. Die dag vonden de wedstrijden plaats op het Tjeukemeer. De beste plek om de wedstrijden daar te bekijken, is bij het Veenpolder Gemaal bij Echten …
De skûtsjes waarmee bij het skûtsjesilen wordt gezeild, zijn Friese tjalken die vanaf de 18e eeuw tot ongeveer 1930 werden gebouwd. De meeste skûtsjes hebben een lengte 15 tot ongeveer 20 meter. De skûtsjes werden gebruikt voor het vervoer van vracht in Fryslân. Afhankelijk van het seizoen vervoerden ze mest, terpaarde, aardappelen en andere bulkgoederen. De schipper en zijn gezin woonden aan boord van het skûtsje …
Na de Tweede Wereldoorlog werden de zeilen vervangen door motoren. De skûtsjes verdwenen als vrachtschip van het water, toen gemotoriseerde binnenvaartschepen die vele honderden tonnen lading mee konden nemen, hun rol overnamen. Veel skûtsjes werden vervolgens omgebouwd tot woningen op het water …
Vanaf de jaren vijftig zijn veel skûtsjes, die inmiddels als woonschip aan de kant lagen, weer in de vaart gekomen. Enerzijds door particulieren die er m.b.v. een kajuit een jacht van maakten, anderzijds door personen of organisaties die ze in meer of minder originele staat weer in de vaart brachten …
Het skûtsjesilen wordt door twee verschillende organisaties georganiseerd. In de eerste twee weken van de noordelijke bouwvak trekt er onder auspiciën van de SKS (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) een vloot van 14 skûtsjes door de provincie. Bij deze SKS-wedstrijden komen de skûtsjes uit voor een stad of dorp, de enige uitzondering hierop is d’ Halve Maen, het skûtsje van Philips – Drachten …
Bij de in 1945 opgerichte SKS blijft de deelname beperkt tot de huidige 14 skûtsjes. Er zijn ook strikte regels verbonden aan de schippers die deze 14 skûtsjes mogen besturen. Voordat iemand schipper kan worden, moet hij (of zij?) in ieder geval 7 jaar actief zijn geweest als bemanningslid in de SKS competitie. Verder moet de schipper in rechte lijn afstammen van een Fries die hoofdzakelijk in Fryslân onder zeil zijn brood heeft verdiend met een vrachtschip in tenminste 10 jaar van de vorige eeuw …
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw lieten steeds meer particulieren een oud skûtsje opkalefateren. Omdat zij kansloos waren om daarmee deel te nemen aan de zeilwedstrijden van de SKS, werd in 1989 de IFKS (Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen – Open Friese Kampioenschappen Skûtsjesilen) opgericht. Daardoor zijn er nu in Fryslân twee kampioenschappen. De belangstelling voor de IFKS is in de loop der jaren zodanig gegroeid, dat er momenteel ieder jaar in de derde week van de Bouwvak een week lang in vier klassen wordt gezeild door ruim zestig skûtsjes …
Op de foto’s in dit artikel zijn skûtsjes te zien die meedoen in de Klasse a-klein van de IFKS. Deze wedstrijd was al volop gaande, toen ik rond 12:45 uur een prachtig plekje aan de waterkant had gevonden. Morgen wat foto’s van de grote A-Klasse …
Nadat Tijmen vorig jaar zwemdiploma A en B had gehaald, was hij toe aan een andere sport. Alweer een tijdje geleden viel de keuze op judo. Gisteren was hij toe aan zijn eerste toernooi, een heus clubkampioenschap. En dus toog ik gistermiddag gewapend met de camera naar Sportcentrum de Leeuw in Leeuwarden …
In zijn openingswoord nam de sportdocent vragenderwijs de belangrijkste spelregels van de judosport nog even met de kinderen door …
Daarna kon de strijd losbarsten, Tijmen en zijn eerste tegenstander waren van begin tot eind aan elkaar gewaagd …
Beurtelings vielen ze aan, maar steeds weer wist de andere de aanval te pareren …
In de tweede partij moest Tijmen het opnemen tegen een blond meisje met een paardenstaartje … Kat in ’t bakkie, zou je zeggen ..
Dat viel echter tegen, nadat ze hem een tijdlang in de houdgreep had weten te houden, moest Tijmen uiteindelijk toch zijn meerdere erkenning in het blondje met de paardenstaart …
Korte tijd later stond Tijmen al weer klaar voor de volgende partij …
En los ging het weer …
En hoe een partij ook is afgelopen -of je nu hebt gewonnen of verloren- na afloop groet je je tegenstander even met een buiging en geef je elkaar een hand, want het gaat tenslotte om het spel waarin je samen actief en sportief bezig bent …
Na afloop van het toernooi ging Tijmen met een beeldje als prijs voor een mooie vierde plaats naar huis. Knap gedaan Tijmen!
Nadat ik de skûtsjes ‘de Jonge Jasper’ en ‘de Twee Gebroeders’ vanaf het Paviljoen aan de oostkant van de Leijen de oversteek naar Opeinde had zien maken, ben ik met de auto naar het viaduct in de N31 over het Opeinde Kanaal gereden …
Daar kwam ik mooi op tijd aan om ‘de Jonge Jasper’ weer op te vangen. Met gestreken mast naderden ze -voortgedreven op spierkracht- het viaduct over het Opeinder Kanaal …
Daar sprong één van de bemanningsleden van boord om op de vaste wal een lijntje op te vangen …
Terwijl de vaart erin bleef, sprongen er al snel nog drie bemanningsleden aan wal …
Trekkend op de wal en bomend aan boord werd de tocht met vereende krachten voortgezet, op naar de drie vaste bruggen in Opeinde …
En dan is goed te zien dat skûtsjesilen geen sport is voor watjes …
Intussen kwam vanaf de Leijen het Drachtster skûtsje ‘de Twee Gebroeders’ dichterbij …
Ook aan boord van ‘de Twee Gebroeders’ werd de mast gestreken …
Nadat het viaduct was gepasseerd, sprong ook hier een deel van de bemanning aan wal …
Kijk, zo hoort het … schipper Albert Visser Jzn. sprong ook zelf van boord, waarna hij een sprintje trok om de anderen in te halen …
Nadat de schipper zich bij de anderen had gevoegd, kon de lijn strak worden getrokken …
Het kon niet mooier, uitgerekend op dat moment kwam er een kennis van de schipper voorbij in de auto … even aanpikken …
Gelukkig staat sportiviteit over het algemeen nog hoog in het vaandel van de skûtsjeschippers, het was dan ook niet meer dan een grapje …
De auto reed verder, en ook ‘de Twee Gebroeders’ vervolgde de tocht op spierkracht tot voorbij Opeinde …