Gisteren was ik het grootste deel van de dag aangewezen op huis en tuin, zodat ik wat kracht over zou houden voor de fysiotherapie halverwege de middag. Het was een rustige, zonnige dag die eigenlijk vroeg om een kleurrijke boswandeling. Maar als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. En dus heb ik me eerst vooral vermaakt met de mussen en de mezen in de tuin …
Op een bloempot die op de regenton staat, trof ik het onderstaande wezentje aan. Obsidentify kwam bij beide foto’s met een andere naam, dus ik houd het eerst maar gewoon op een kleine langpootmug …
Ik zag dat kleine ding trouwens pas. toen ik naar de regenton was gelopen om een foto te maken van het mooie rode blad, dat in het tegen de bloempot groeiende mos was blijven hangen …
Vorige week donderdagochtend zat ik op het terras, toen er een spreeuw neerstreek op het landingsplatform van de pindakaaspot. Terwijl we oog in oog tegenover elkaar zaten, keek hij me met een chagrijnige blik aan, alsof hij wilde zeggen: “Hé lullo, wanneer krijgen we eens een nieuwe pot pindakaas …”
Daar vond ik het nog te vroeg voor. “Je wacht nog maar even,” seinde ik terug. Daarna keurde hij me geen blik meer waardig …
Het was weer wonderlijk gesteld met het weer de afgelopen maand. Het begon nog heel normaal met een gemiddelde temperatuur van -0,4 ºC en zelfs een klein laagje sneeuw op 1 februari. Nog één keer lag de tuin er licht ‘besuikerd’ bij. Nog één keer had ik ook de kans om het sneeuwborstje in licht winterse omstandigheden te portretteren …
1 februari – lichte sneeuw
1 februari – roodborstje
Daarna was het gedaan met datgene wat voor winter door moet gaan. Van sneeuw was geen sprake meer. De eerste tien dagen van februari viel er dagelijks wel wat regen. Grote hoeveelheden vielen er in onze regio niet. Volgens het KNMI viel er gemiddeld over het land ca. 45 mm neerslag, bij ons bleef het beperkt tot een schamele 26 mm. Het neerslagtekort houdt dus nog altijd aan …
Veel neerslag viel er dan wel niet, echt vrolijk werd je hier de eerste helft van de maand ook nog niet van het weer. Vrijwel elke dag was het grijs en bewolkt …
Met maar drie nachten met heel lichte nachtvorst leek het eigenlijk niet eens op winter. Vanaf de 14e steeg de temperatuur bijna elke dag tot boven de 10 graden en raakte het weerbeeld helemaal van slag. Drie keer steeg de maximumtemperatuur in ons tuintje eind februari tot boven de 15 ºC, met een topper van 18,3 ºC op 27 februari. De gemiddelde temperatuur kwam in ons tuintje uit op 6,4 ºC, tegen een langjarig gemiddelde van 2,3 ºC over de periode 1971-2000 …
Het uitzonderlijk vroege voorjaarsweer leverde tal van bijzondere plaatjes op. Neem nu de koeien die op 25 februari al in de wei liepen. dat is toch al gauw 3 tot 4 weken vroeger dan normaal. Of de zee van krokussen die ieder jaar weer verschijnt in een aantal Drachtster plantsoenen, die laat zich toch ook een week of twee eerder zien dan normaal …
25 februari – koeien in de wei
26 februari – een zee van krokussen
Het was een raar gevoel, die warmte afgelopen week. Maar stiekem vond ik het toch ook wel lekker in de zon …, en natuur en landschap fleurden er ook weer zo lekker van op. Weet je waar ik nou zo bang voor ben …? Dat maart wel eens een heel vervelende en saaie maand kan worden. Maar gelukkig heb ik nog een heleboel vrolijk stemmende foto’s van de afgelopen week, waarmee ik de stemming er nog wel even in kan houden. 🙂
Het is geen herfst, het is geen winter en ondanks de bloeiende narcissen is het ook nog lang geen voorjaar. En dan is de zich altijd vernieuwende David Bowie ook nog dood. Kortom: het is weer zo’n dag, die weinig vrolijkheid brengt …
Het grijze weer en het naderende regenfront lokken me ook bepaald niet naar buiten vandaag. Zelfs de vogeltjes laten zich niet zien bij het voederhuisje en de pot met pindakaas …
Dan moet ik hier vandaag zelf de slingers maar weer ophangen om er nog wat van te maken. Een pimpelmeesje dat zich vorige week regelmatig even bij de pot met pindakaas en ijspegeltjes liet zien, wil daar gelukkig wel even bij helpen … 🙂
Het heeft even geduurd, maar nu het langzamerhand toch wat kouder wordt – we hebben al twee dagen op rij met een maximumtemperatuur onder de 5 ºC gehad (!) – laat het roodborstje zich ineens weer zien in ons tuintje …
De pot pindakaas met meelwormen heeft duidelijk niet alleen een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mussen, merels en mezen in de buurt, maar ook het roodborstje geniet ervan …
Meneer merel heeft zichzelf onlangs luid schetterend benoemd tot buurtbaas …
Zo lang hij in de buurt is van de voedertafel, die goed is voorzien van pindakaas, kruimels en een keur aan zaadjes, komt er geen mus of mees in de buurt …