Het voorjaar lonkt. Dat lijkt ook bij de reeën ook het geval te zijn. Deze reebok was in ieder geval op pad zonder de sprong, die zich meestal rond dit tijdstip hier ergens in de wei of in het maïsland in de Jan Durkspolder ophoudt …
Mijn aanwezigheid bleef niet lang onopgemerkt. Terwijl hij aan de slootkant stond, hief hij zijn kop naar me op. Nadat we enkele seconden oog in oog hadden gestaan, draaide hij zich om …
Af en toe een paar happen gras plukkend, liep hij naar het midden van het weiland. Ik heb hem rustig laten lopen en vervolgde zelf ook mijn weg …
Het weer lokte me eigenlijk niet echt naar buiten gisteren, maar na die lange rij donkere dagen binnenshuis ben ik toch maar even in de auto gestapt om een ritje door de provincie te maken. In de Jan Durkspolder stond een eenzame ree bij een rietkraag langs een maïsakker. Nadat ik een paar foto’s had gemaakt, besloot ik door te rijden. Misschien zou ik de rest van de sprong straks nog kunnen spotten …
De grote plas bij de vogelkijkhut was zo goed als leeg. De honderden smienten leken te zijn doorgetrokken, want ook die waren nergens te zien. Er zaten alleen een paar eenden bij het onderstel van de kluunbrug, die schaatsers tijdens een eventuele Jan Durkspolder toertocht een veilige overtocht over deze sloot moet bieden. Voorlopig kunnen de eenden ze gerust blijven gebruiken als rustplaats …
Ik besloot nu eens niet naar de vogelkijkhut te gaan, daar zou nu waarschijnlijk toch niets te zien zijn. Daarom besloot ik een kuiertje te maken over het zandpad ‘de Geau’ langs de noordwestkant van de plas. Lang duurde dat niet, op de nadering van een bui werd het zo mogelijk nog wat donkerder dan het al was. Tijd om rechtsomkeert te maken …
Het was er al druk toen we de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder binnen stapten. De kijkluikjes aan de luwe oostkant van de hut waren al goed bezet. Jetske schoof naar het laatste vrije plekje aan die kant, en ik nam plaats bij een luikje aan de zuidkant. Dat was niet het beste plekje, zo bleek al snel …
Aan de oostkant verscheen na enige tijd een ree, die een rondgang over het drooggevallen deel van de plas maakte. Daar had ik één keer eerder een ree gezien. Die spotte ik indertijd toen ik uit de auto stapte, eenmaal in de hut aangekomen, was de ree indertijd alweer verdwenen. Nu zat het weer niet echt mee, omdat ik bepaald geen vrij zicht had …
Er zat niets anders op dan me maar met de ellebogen naar voren te werken, want dit kansje moest me eigenlijk niet ontgaan. Met een ferme schouderduw heb ik Jetske uiteindelijk weten te bewegen een stapje opzij te doen. Maar daar hield ik dan ook echt een paar prachtige foto’s van deze plassende reegeit aan over …
Het spreekt vanzelf dat ik het heb goedgemaakt met mijn fotomaatje, zodra de ree voorgoed uit beeld was verdwenen, de middag was tenslotte nog niet om … 😉
Eind april heb ik op een vrij donkere en kille dag weer eens een ritje door de omgeving gemaakt. Eerst heb ik even een kijkje genomen in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Daar blies de wind zo venijnig naar binnen, dat ik vrijwel meteen weer rechtsomkeert heb gemaakt. Daarna ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Daar was de situatie niet veel beter, het voordeel was dat de luiken aan de windzijde waren gesloten, maar aan de lijzijde was er geen vogel te zien. Daar was ik dus ook snel uitgekeken …
uitzicht over de Leijenuitzicht over de Jan Durkspolder
Het gevolg was dat ik al snel weer in de auto zat. Met de kachel op ‘standje hoog’ om weer wat op te warmen, reed ik met een omweg huiswaarts. Onderweg werd mijn dag in fotografische zin alsnog goedgemaakt, omdat ik een sprong reeën tussen de pinksterbloemen trof …
Zodra ik ze zag, heb ik de auto rustig laten uitrollen in de berm. Nadat ik het raampje naar beneden laten glijden, kon het genieten die dag echt beginnen. Vooral deze kleine kluwen van vier reeën vond ik erg leuk ..
Vorige week maandag, 13 maart, trok de eerste officiële storm van 2023 over ons land. Nadat ik een halfuurtje met mijn mond open had gezeten bij de mondhygiëniste, besloot ik rond het middaguur nog even een ritje naar de Jan Durkspolder te maken. Aan die polder ben ik niet toegekomen, omdat ik onderweg werd opgehouden …
Ik trof namelijk een grote sprong reeën aan, in totaal heb ik er 15 geteld. Het lijkt me een typische wintersprong, die binnenkort uiteen zal vallen wanneer het echt voorjaar is. De reeën gaan dan solitair of in kleine gezinsverbanden de zomer tegemoet. Het was aan de opwaaiende vacht goed te zien hoe hard het waaide. Op de donkere plekken strijkt de wind tegen de richting van de haren in. Ze leken bijna uit hun jasje te waaien. En er waaiden ook nogal eens wat takjes voor de lens van mijn camera langs …
Maar terug naar de wintersprong. Aan het eind van de herfst zoeken de kleine gezinsverbanden en meer solitair levende reeën elkaar op. In grotere groepen is het ’s winters veiliger om op zoek te gaan naar het dan toch wat schaarsere voedsel. Terwijl ze in hun sprong staan te grazen, zijn er altijd andere groepsleden, die spiedend in het rond kijken of er mogelijk gevaar dreigt …
Ik kreeg de indruk dat de reeën al grazend langzaam in de richting van hun vermoedelijke beschutte rustplek liepen. Daarom nam ik na een minuut of tien een andere positie in, zodat ik ze het bosje in kon zien gaan …
Ik sluit af met de mooiste, waarschijnlijk de dominante reebok van de sprong. Als enige had hij zijn volgroeide gewei zo te zien al goeddeels kaal geborsteld aan boompjes en takken. Echt een prachtig dier …
Tot slot: voor wie nog eens een uurtje over heeft, dit is een mooie informatieve, 50 minuten durende film over het ree: “Capreolus Capreolus, reeënsprongen in Nederland”…