Zaterdagmiddag deed ik weer eens een aardige waarneming in ons tuintje …

Op het raam van de schuifpui zat een struiksprinkhaan …

Door wat te spelen met verschillende standpunten, bracht ik zowel de sprinkhaan als mezelf in de wolken …

Zaterdagmiddag deed ik weer eens een aardige waarneming in ons tuintje …

Op het raam van de schuifpui zat een struiksprinkhaan …

Door wat te spelen met verschillende standpunten, bracht ik zowel de sprinkhaan als mezelf in de wolken …

Toen ik vorige week zaterdag na afloop van een fotokuier in het Weinterper Skar terug kwam bij de auto, zat er een zwarte heidelibel op de linker buitenspiegel …

Stapje voor stapje dichterbij komend, maakte ik een paar foto’s van de libel, die er aan zijn rafelige vleugels te zien al heel wat vlieguren op had zitten …

Net toen ik dacht wel genoeg foto’s te hebben, streek er een vlieg naast de libel neer, zodat jager en prooi gezellig naast elkaar in het zonnetje zaten …

De afgelopen week zijn er in het kader van de nationale huis- en tuinspinnentelling in ons land ruim 9600 spinnen waargenomen. Dat werd vanmorgen bekend gemaakt door het VARA-radioprogramma Vroege Vogels. De kruisspin stak er, net als vorig jaar, met kop en achterlijf bovenuit met in totaal 4814 exemplaren. Daarna volgden de grote trilspin met 615 en de herfsthangmatspin met 521 stuks. Opvallend is ook het aantal zeldzame wespspinnen, maar liefst 54 exemplaren …

Ik werd in ons tuintje geconfronteerd met deze kruisspin. Toen ik hem vanaf de bovenkant probeerde te fotograferen, liep ik meteen tegen een probleem aan: stel je scherp op zijn bovenlijf zoals op de eerste foto, of stel je scherp op zijn kop, zoals op de onderstaande foto …

Om te kunnen bekijken wat zijn prooi was, moest ik hem vanaf de andere kant benaderen. Toen werd duidelijk dat hij een lieveheersbeestje te pakken had …

Nu niet meteen zeggen dat het zielig is voor dat eens zo mooie lieveheersbeestje, want dat is in feite gewoon net zo’n rover als de spin. En zo’n spin moet tenslotte ook door de tijd, ik zeg dan ook: eet smakelijk, geniet van dit kleurrijke zondagsmaaltje …

“Kijk eens … er zit hier een heel raar beestje,” zei Aafje terwijl ik nog met het hagedisje bezig was. Ik keek in de richting die ze aanwees …

Daar zat achter het bankje inderdaad een vreemd beestje, dat heen en weer liep over een zacht heen en weer wiegend langwerpig blad …

Omdat het beestje vlak achter het bankje zat, moest ik me even in moeilijke bochten wringen om het beestje goed in beeld te kunnen krijgen …

Zodra ik het beestje goed scherp in beeld had, zag ik dat het niet zo zeer een vreemd beestje was, maar dat het ging om een kever, die tientallen mijten met zich meedroeg. Ik heb nog geprobeerd om het gewriemel van dat kleine spul op video vast te leggen, maar er stond net wat teveel wind om de hele club scherp in beeld te houden …

Kijkend naar de oranje vlakken die hier en daar door de mijten heen schemeren, zou het hier om een gewone doodgraver (Necrophorus vespillo) kunnen gaan. Die gedachte werd bevestigd door Geert Sines, want Geert heeft deze kever ook al eens gefotografeerd met een aantal lifters.
Bij Vroege Vogels las ik over de gewone doodgraver: “Dit is een doodgraver met meeliftende mijten. Sommige parasieten hebben voordeel van het samenleven met mestkevers. Mestkevers kunnen ook zelf geparasiteerd worden door o.a. mijten, maar vele soorten parasieten gebruiken de mestkever als vervoermiddel naar de volgende mesthoop om daar op andere dieren te parasiteren. Dit komt ook voor bij aaskevers, waar mijten naar een volgend karkas worden gebracht. Karkassen en mesthopen trekken niet alleen grote hoeveelheden insecten(larven) aan, maar ook de bijbehorende insecteneters zoals muizen en vogels, hierop springen de parasieten vaak over.”

Nadat ze me op deze fraaie waarneming had gewezen, heb ik Aafje natuurlijk meteen toegezegd dat ze wel eens weer mee mag op een fotokuiertje. 🙂
Alsof er niets bijzonders aan de hand was, vloog de kever met zijn passagiers weg, nadat ik deze foto’s had gemaakt …
Wie knaagt daar aan ons vogelhuisje …?

Aha … het is een wesp die ’t hout van ons huisje gebruikt om zijn eigen nest mee te bouwen …

(Papier)wespen maken hun nesten van plantenvezels of droog hout. Vaak zie je wespen aan droog hout knagen, zoals op de bovenstaande foto’s te zien is. Door de plantenvezels of het hout fijn te kauwen ontstaat er een papierachtige stof. De raten worden gemaakt van deze grijze of bruingele stof. De zeshoekige raten zijn altijd omgeven door één of meer ballonvormige omhulsels die ook bestaan bestaan uit hetzelfde papierachtige materiaal. Meer informatie over (papier)wespen kun je hier vinden.
Als je door de heide of door lang gras loopt, dan zie je ze vaak links en rechts weg springen: sprinkhaantjes …

Zo af en toe blijft er eentje zitten waar hij zit, en dan begint de strijd om zo’n kleine springer op de foto te krijgen. Wat volgt is een partijtje verstoppertje spelen, want een sprinkhaan probeert zo lang mogelijk de grasspriet waaraan hij zich vastklampt tussen hem en de camera in te houden door om de grasspriet heen te draaien …

Door de camera verschillende keren subtiel links en rechts om de grasspriet heen te laten draaien, wist ik de sprinkhaan uiteindelijk ook ditmaal na enige tijd te verrassen …

Die ene foto vond de sprinkhaan blijkbaar genoeg, want meteen daarna wuifde hij even met zijn rechter voorpootje naar me, waarna hij met een grote sprong uit zicht verdween …

Wat restte was een lege grasspriet …

Na bijna negen jaar bloggen en fotograferen ben ik het stadium waarin ik zweefvliegen aanzie voor wespen of bijen wel voorbij. Maar dat wil nog lang ziet zeggen dat ik alle zweefvliegen uit elkaar kan houden …

Dit exemplaar zou bijvoorbeeld best een blinde bij kunnen zijn, maar dat is allerminst zeker. Door alle stuifmeel dat op zijn ogen blijft plakken, is het in elk geval wel een zweefvlieg met slecht zicht …

Geen wonder dat hij zijn ogen af en toe even moet uitwrijven met zijn voorpootjes, zodat hij daarna weer kan zien wat hij doet en zijn dagelijkse werkzaamheden kan vervolgen …
