Ergens halverwege de tuin staat nog steeds een plant met paarse bloemen fier te bloeien. Het is een Hebe-soort, misschien wel de ‘Struikveronica’ Hebe …
“Het liefst staat de struikveronica op een beschutte plek in een koele omgeving,” zo lees ik. Wel, met een gemiddelde temperatuur van -1.9 °C deze week, is dat wel aardig gelukt …

“Als je ’s zomers zo nu en dan de uitgebloeide bloemen wegknipt, is de bloeiperiode van de struikveronica relatief lang: van juli tot en met oktober.” Aangezien hij nu nog steeds staat te bloeien, kunnen we dat ook afvinken. Aafje zal vorig jaar vast al veel uitgebloeide bloemen hebben weggeknipt …
In de volgende alinea lees ik: “De struikveronica is groenblijvend, maar in beginsel niet winterhard. Gelukkig kan ze niet al te strenge winters prima overleven. Bij flinke vorst (meer dan -10 °C) heeft de plant wel bescherming nodig.” Kouder dan -8,2 °C is het hier deze week nog niet geweest. Dus eh … ik weet niet of ik dit weekend nog wel op de schaats kom, maar onze Hebe zal de winter wel overleven … 😉

Terwijl ik gistermiddag achter de pc zat, zag ik dat het heel licht begon te sneeuwen. Met de macro-voorzetlens op mijn camera ben ik naar buiten gelopen, waar ik vervolgens enige tijd bezig geweest ben om wat van die hele kleine sneeuwvlokjes in beeld te vangen. De meeste sneeuwvlokjes bestonden op dat moment gelukkig uit één enkele ijskristal, dat maakte het in feite gemakkelijker om ze in beeld te kunnen brengen. Sommige waren onderweg naar beneden al begonnen samen te klonteren tot een wat grotere sneeuwvlok, dan zijn de structuren veel minder goed zichtbaar …
IJskristallen ontstaan in koude lucht waar veel water in zit. De watermoleculen hechten zich aan stofdeeltjes die in de lucht zweven. Sneeuw bestaat uit aan elkaar geklonterde ijskristallen. Door botsingen onderling van de ijskristallen op hun weg naar beneden groeien deze ijsdeeltjes tot sneeuwkristallen. Ongeveer 4.000 van deze uiterst minieme kristallen zijn nodig voor de vorming van één sneeuwvlok. Wanneer de lucht onder de wolk onder het vriespunt ligt, hebben we op de grond sneeuw. Is de lucht in de onderste honderden meters boven nul dan hebben we regen. Dit is het resultaat van die koude lucht gisteren, en er waren geen twee ijskristallen gelijk aan elkaar …
Het sneeuwklokje is een ondergesneeuwd klokje geworden …
Het pakte anders uit. Minuscule sneeuwvlokjes flitsten in volle vaart horizontaal voorbij aan de eveneens vrijwel horizontaal uitgestrekte katjes …

Zondagochtend rond koffietijd was er nog maar een klein rond wak overgebleven. Halverwege de middag was dat wak nog wat kleiner geworden, daarom heb ik het vastgevroren sneeuwijs – kwalsterijs noemen we dat hier ook wel – er maar een afgeschept met behulp van de sneeuwschuiver …
Vanmorgen kon ik weer opnieuw aan de slag, want de vijver lag nu echt bijna helemaal dicht …

Gedecoreerde heg …
Op smalle bandjes …

