Bramen en varens

Vrijdagochtend heb ik een korte fotokuier gemaakt in de Deelen …

Veel valt er niet over te vertellen, daarom laat ik het vandaag even bij deze bramen en varens …

Een torenvalk op een paaltje

We waren net begonnen aan de weg terug naar noordelijker oorden, toen het zachtjes begon te regenen …

Net als twee weken geleden stond er ook nu op de terugweg aan de rechterkant van de weg een roofvogel te wachten. Twee weken geleden was het een prachtige buizerd, ditmaal stond er een mooi torenvakje op een paaltje …

Ook in deze regio zijn de boeren zo te zien nog steeds bbboos …

Over de Gennerdijk

Door vanaf de gemalen bij Streukel in zuidelijke richting over de Gennerdijk te rijden lukte het nog steeds om de regen voor te blijven. Ter hoogte van De Brommerd, het land van de kievitsbloem, zette Jetske de auto even stil om wat foto’s te kunnen maken …

Bij het Zwarte Water, dat op de foto’s hieronder in de verte net niet te zien is, begint voor mij als noorderling het rivierenland met zijn kenmerkende dijken. We hebben in Fryslân natuurlijk naast de hoge Waddenzeedijk ook de nodige meren, kanalen en riviertjes met waterkeringen, maar die zijn zelden hoger dan een halve meter. Vanaf deze flink hogere Gennerdijk hadden we mooi zicht op de Grote of Stephanuskerk op bijna 2,5 km in Hasselt …

Een stuk dichterbij stond aan de voet van de dijk achter een dubbele omheining een kleine kudde runderen. Toen ik de dijk afdaalde, begon het vee samen te drommen bij de toegang van hun weiland …

Terwijl ik de dijk weer beklom, zag ik dat de wolken steeds dreigender begonnen samen te pakken. De buienradar leerde dat we de regen bijna konden plukken, maar die eerste droge uurtjes pakten ze ons niet meer af …

Met vaste hand stuurde Jetske de auto ook bij tegenliggers over de spectaculair smalle en kronkelende Gennerdijk. In de buurt van Genne verlegde Jetske de koers in noordoostelijke richting …

Streukelerzijl en Galgenrak

Om het regenfront te ontlopen zetten we koers naar het zuiden. Via Zwartslui en Hasselt kwamen we over landelijke weggetjes terecht in de buurtschap Streukel. Volgens Jetske was hier nog een oud gemaal in bedrijf …

En zo was het ook, er staan zelfs twee gemalen. Op de onderstaande foto’s is op de achtergrond het gemaal Streukelerzijl uit 1925 te zien. Op de voorgrond is nog net iets van de buitenkant van het gemaal Galgenrak te zien. Het kleinere vijzelgemaal Galgenrak is gebouwd in 1978. Dit gemaal zorgt voor het peilbeheer van de noordelijke polders. Beide gemalen samen zorgen bij hoog buitenwater ook voor de bemaling van de Dedemsvaart. Het water wordt afgevoerd via het Zwarte Water, het Zwarte meer en uiteindelijk geloosd op het IJsselmeer. …

Het bijna 100 jaar oude gemaal Streukelerzijl zorgt voor de afwatering van de achterliggende zuidelijke polder Haerst-Genne, waarvan het water aangevoerd wordt door de Groote Grift. Het was aanvankelijk uitgerust met twee schroefpompen die aangedreven werden door dieselmotoren. Tegenwoordig heeft het gemaal een hybride aandrijving van zowel elektro-, als dieselmotoren. Het gemaal heeft dan wel een 100 jaar oude jas, de machinerie in het hart is helemaal bij de tijd. De dieselmotor is nog steeds inzetbaar. Daarmee is het gemaal een belangrijk stuk cultuur historisch watererfgoed … 

Ik sluit af met een foto van het mechanisme, waarmee een stuw bij de gemalen kan worden geopend of gesloten …

18 jaar fotomaatjes

Het leek vrijdag niet echt lekker weer te worden om een mooie fotokuier te maken. Desondanks besloten Jetske en ik donderdagavond om onze afspraak maar gewoon door te laten gaan. We zijn tenslotte geen van beiden van suiker en we hebben samen wel vaker wind en regen doorstaan …

Dat we besloten om toch door te gaan, heeft te maken met het feit dat we wat te vieren hadden. Het was namelijk 18 jaar geleden, dat we voor het eerst samen een fotokuier maakten in de Weerribben. Tijdens die eerste kuier heb ik onder andere de drie foto’s hieronder gemaakt. Het zal duidelijk zijn dat we op die eerste dag beter weer hadden dan afgelopen vrijdag. Aan het eind van die eerste kuier raakten we aan de praat bij het witte bruggetje waar we onze wandeling waren begonnen. …

Ik had vorige week vrijdag gehoopt op harde wind en buien. Daarom had ik voorgesteld om naar het IJsselmeer te rijden om buienfoto’s te maken. Een aaneengesloten regenfront was echter een streep door de rekening. Daarom hebben we voor een andere route gekozen in een poging om het regenfront te ontlopen. Dat lukte in het begin nog wel, maar desondanks bleef Jetske niet droog. Onze eerste stop was op de parkeerplaats bij de Belterwijde om daar het woelige water te fotograferen. Terwijl ik me lekker aan de luwzijde tegen een grote boom drukte om mijn foto’s te maken, stond Jetske al snel aan de rand van het water. Dat heeft ze gemerkt ook …

– wordt vervolgd

Torenvalk aan de maaltijd

De laatste keer dat ik een tijdlang in de berm had gestaan bij de windmotor in de Jan Durkspolder, was op 12 augustus. Toen stond ik er te wachten op poollicht. Vorige week dinsdag stopte ik er, omdat ik hoopte dat één van de jagende torenvalken weer op de windmotor zou landen. Het werd echter nog mooier …

Ik stond er nog maar net, toen één van de torenvalken op het hek bij de windmotor neerstreek met een prooi in zijn snavel. Gelukkig voor de tere zieltjes onder ons, is de prooi op de meeste foto’s nauwelijks te zien, omdat er heel subtiel twee rietstengels langs de paal heen en weer wuifden …

De torenvalk leek weinig moeite te hebben om zijn hapje weg te werken. Nadat hij nog eens grondig had gecheckt of er niets was blijven liggen, zat hij een moment ontspannen in de zon. Precies 2:48 minuten, nadat ik de eerste foto had gemaakt, vloog de torenvalk op …

Hij ging weer op het hekwerk van de windmotor zitten, waar ik hem eerder ook al had gezien. Alsof hij me nu pas in gaten kreeg, keek hij me voorafgaand aan het afscheid enige tijd recht in de ogen …

Jagende torenvalkjes

Over de gebruikelijke route via Iniaheide en Sigerswâld reed ik van de Leijen naar de Jan Durkspolder. Vlak voorbij het nieuwe bruggetje in de Westersânning stond tot mijn verbazing ineens een opvallend geel bordje met de tekst ‘slecht wegdek’ in de berm. Wonderlijk, want het weggetje ligt er al decennia zo slecht bij …

Toen ik een stuk verder langs de windmotor reed, zag ik dat daar een torenvalk zat. Ik kreeg net de kans om er een foto van te maken, daarna vloog hij op …

Ik reed door naar het eind van de weg en parkeerde de auto daar op het plekje onder de bomen. Nadat ik daar vandaan mijn blik over de plas had laten glijden, besloot ik niet naar de vogelkijkhut te lopen. Grote kans dat er niet meer te zien was dan de ene grote zilverreiger, die ik hier vandaan ook net kon zien, want het zag er stil uit …

Toen ik omhoog keek, zag ik verderop twee torenvalken boven het rietland vliegen. Ik stapte in de auto en reed een stukje terug over de Westersânning. Ter hoogte van de windmotor liet ik de auto rustig uitrollen in de berm …

– wordt vervolgd