Donderdag schreef ik hier, dat de merels het nestje dat ze vorig jaar in de pergola hebben gebouwd, onlangs weer in gebruik hebben genomen …
Vandaag kan ik melden, dat er sinds gisteren een gestage stroom aan voedseltransporten op gang is gekomen om een aantal hongerige en luid piepende kuikens in het nestje te voeden …
Wanneer de ouders terugkomen met een snavel vol smakelijk wormen voor hun kroost, is de schuttingdeur de meest gebruikte uitkijkpost om te kijken of de kust veilig is …
Toen ik vorige week dinsdagochtend de schuttingdeur opende, zag ik een zieltogende hommel op de grond liggen. Kennelijk had het beestje daar beschutting gezocht tegen kou en een klein nachtelijk buitje. Toen ik er even zachtjes tegenaan tikte, kwam er wat leven in, maar veel was het niet …
Ik besloot hem voorzichtig mee te nemen de tuin in. Eerst zette ik hem even op een van de terrastafeltjes. Korte tijd later verplaatste ik hem naar een schoteltje met wat suikerwater …
Dat leek hem wel goed te doen, want toen ik enige tijd later weer even bij hem keek, zag ik dat hij voorzichtig in het schoteltje rond scharrelde. Maar ik zag ook wat anders. De hommel had lifters bij zich … mijten …
Hommels zitten soms onder de parasieten en de meeste daarvan zijn mijten. Deze hommel had tenminste 4 of vijf mijten op zich zitten. Er zijn talloze soorten mijten, die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Mijten eten behalve dode dieren vooral ook planten of rottende stoffen. Het zijn in feite opruimers …
Wat voor kostgangers deze hommel precies bij zich had, zal wel altijd onduidelijk blijven. Feit is wel dat de hommel de volgende dag dood naast het schoteltje lag …
Gisteren kreeg ik tijdens een ritje de kans om twee synchroon grondelende zwanen te fotograferen. Ze waren gezellig samen met de kop diep onder water op zoek naar voedsel …
Niet alleen voor de graspieperis de broedtijd weer aangebroken, ook de merels hebben het er weer druk mee …
In onze tuin is het nestje van vorig jaar weer in gebruik genomen. Mevrouw merel maakt op weg naar het nest graag even een tussenstop op de heidemat-schutting …
Als avondmens ben ik ’s ochtends nooit zo heel vroeg bij de pinken …
Maar als ik eens op tijd op pad ben, dan bevalt dat toch meestal wel goed …
Dat was ook het geval bij deze frisse ochtendwandeling bij It Krûme Gat en het Noordergemaal aan de Bûtendiken tussen Smalle Ee en De Veenhoop (Google Maps) …
Mijn interesse voor het weer is al van jongs af aan aangewakkerd door een tweetal Friese weermannen. Eerst was er Hans de Jong, de onderwijzer uit Gorredijk, die in 1960 van zijn hobby zijn werk wist te maken. Behalve van een aantal landelijke media werd hij ook de vaste weerman bij Omrop Fryslân, dat toen nog door het leven ging als de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost). Al zo lang ik me kan herinneren, was Hans de Jong rond 12:30 uur te gast, terwijl we aan tafel zaten. “Sst … even Hans hearre …”
In 1985 werd Hans de Jong bij Omrop Fryslân opgevolgd door Piet Paulusma. Net als Hans de Jong was Piet Paulusma een autodidact. Een Teleac-cursus meteorologie lag aan de basis van zijn kennis en kunde. Daarna volgden jaren van zelfstudie naast zijn werk als manager facturering bij de PTT. In de eerste jaren werd Piet niet echt voor vol aangezien door meteorologen bij het KNMI en vergelijkbare instituten. In Fryslân was dat al snel wel het geval. “Sst … even Piet hearre …”
In 1996 werd Piet ook de vaste weerman van SBS. Dagelijks trok hij naar een buitenlocatie in ons land om zijn weersverwachting met het publiek te delen. Zijn definitieve doorbraak kwam in de winter van 1996-’97 in de aanloop naar de Elfstedentocht van 4 januari 1997. Driemaal werd hij sindsdien uitgeroepen tot weerman van het jaar. Bij SBS sloot Piet zijn weerbericht elke dag af met het Friestalige “Oant moarn …” Bij Omrop Fryslân beëindigde Piet zijn berichten steevast met: “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen …”
In 2007 maakte Piet bij Omrop Fryslân een serie programma’s over weer en fotografie. Voor iedere aflevering konden foto’s worden ingezonden en werd een portret gemaakt van één van de inzenders. Die eer viel mij in oktober 2007 te beurt. Die dag ben ik een aantal uren op pad geweest met een verslaggever en cameraman, daarbij zijn o.a. opnamen bij ons thuis gemaakt en in de omgeving van Olterterp …
In december werden we uitgenodigd voor de afronding van de programmareeks en de prijsuitreiking van de fotowedstrijd. Eén van mijn eerste druppelfoto’s was vanwege de eigenzinnige kijk goed voor een eervolle derde prijs. Het officiële deel van het programma stelde – afgezien van de handdruk van Piet – weinig voor. Maar ik weet wel dat het na afloop in kleine kring nog lang gezellig was in het mediacafé van de Omrop …
Piet zijn verwachtingen klopten natuurlijk niet altijd, net zo min als die van andere meteorologen. En ook zijn winterverwachting kwam niet altijd uit(!) Maar veel vaker zat hij zeker regionaal wel goed met zijn verwachtingen. Piet is gisteren op 65-jarige leeftijd overleden. Hij zal gemist worden, om te beginnen door zijn familie en vrienden. Maar ook door een breed scala aan boeren, burgers en buitenlui in en daar buiten.
Nooit weer ‘Oant moarn’. Nea wer “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen.”