17 november 2021 was de enige zonnige dag die we hier vorig jaar november hebben gehad. Het was niet toevallig, dat ik op die dag besloot om nog eens een fotokuier in de Ecokathedraal te maken.
Het was er weer prachtig. Nog maar nauwelijks voorbij de ‘Porta-celi‘ lachte een op creatieve wijze vervaardigd muurtje me toe. Verderop gingen de grote gestapelde bouwwerken, die zo vaak aan Maya-tempels doen denken, goeddeels schuil onder een goudgele herfsttooi …
We besloten nog even door te lopen naar het ‘Afanja-bankje’. Bij de splitsing van de paden bleef ik even op de uitkijk staan, zodat Jetske het bloed weer even kon laten kruipen waar het eigenlijk niet kan gaan …
Ook het blauwgrasland in het Weinterper Skar was flink nat. De slenk had het er maar druk mee om alle overtollige nattigheid af te voeren. Precies zoals het met de herinrichting in 2015 was bedacht. Vóór die herinrichting was het een mooi, gevarieerd insectenrijk gebied, waar ik wekelijks te vinden was. Voor mij heeft het gebied als gevolg van de herinrichting zijn glans helaas verloren …
Tegenwoordig kom ik er nog slechts een paar maal per jaar. En dan zit ik toch graag even op ‘mijn bankje’. Ik blijf zeggen dat het 20 meter noordelijker bij de splitsing van de paden mooier en beter had gestaan. Maar goed, op momenten zoals vorige week vrijdag ben ik al blij, dàt er tegenwoordig überhaupt een bankje staat …
Het pad was in de natte periode overigens mooi kapot gejakkerd. Dat kan maar door een klein aantal mensen gedaan zijn, omdat er maar enkele mensen zijn die de slagboom open kunnen doen. Dus ik zou zeggen: er achteraan SBB! Want dit is nog wel wat anders dan even voorzichtig een paar stappen naast het pad zetten. Het lijkt verdorie wel een loopgraaf …
Makkelijker dan gedacht liepen we enige tijd later terug naar de parkeerplaats. Ik kon het hele stuk met losse handjes lopen. Maar het was fijn dat Jetske me daarna weer veilig thuis afzette … 🙂
Op weg terug van het Witte Meer naar de auto, had ik Jetskes’ sterke schouder op het laatste stuk toch weer even nodig. En eerlijk is eerlijk, de auto had ook niet veel verder weg moeten staan …
Onder het genot van een broodje overlegden we in de auto kort over het vervolg van de dag. Er restten in feite twee mogelijkheden: 1. linea recta terug naar de thuisbasis; 2. met een kleine omweg via het Weinterper Skar terug naar huis …
We kozen ervoor om via het Weinterper Skar te rijden. Als mijn onderdanen daar nog dienst zouden weigeren, konden we ons altijd beperken tot het eerste deel van het gebied, vlak naast de parkeerplaats …
Toen we daar enige tijd later wat rond scharrelden, viel het gelukkig weer alleszins mee met mijn benen. Terwijl Jetske een stukje het veld in liep, bleef ik rustig op het pad om mijn plaatjes te schieten …
Bij de poel met riet en lisdodden waar binnenkort hopelijk weer melodieuze kikkerconcerten opklinken, voegden we ons weer bij elkaar …
Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …
Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …
Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …
Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …
Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.
Bij It Alddjip waren we snel uitgekeken, daarom overlegden we bij de auto waar we vervolgens naar toe zouden gaan. Nadat ik had voorgesteld om even naar Bakkeveen te rijden, kwam Jetske met een kaartje op haar mobieltje op de proppen. Een stip op de kaart duidde een plekje aan, waar iemand al heel wat mooie vogel- en eekhoornfoto’s had gemaakt, vertelde Jetske. Ik bekeek het kaartje eens en ik wist meteen waar het was …
Een kwartiertje later liepen we ter plekke het bos in. Het werd een wandeling door een nat bos, maar gelukkig waren de paden droog. Op basis van een herkenningspunt op de kaart had ik vooraf ingeschat, dat het te voet wel te doen was. Maar dat viel die dag tegen. Dat is de pest met MS, je weet nooit hoe lang je onderdanen willen meewerken aan je plannen. Er restte me op dat moment geen andere optie dan onderweg eerst maar eens een tijdje op een boomstronk langs het pad te gaan zitten …
Omdat we het aangewezen plekje waarschijnlijk al voorbij waren, besloten we na een korte pauze maar rechtsomkeert te maken en terug te keren naar de auto. Onderweg kon ik echter de verleiding niet weerstaan om nog even een pad naar rechts te nemen. Dat pad leidde naar het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterwaag. Ik was blij om de container en de bankjes in zicht te krijgen. Daar zouden we even lekker kunnen zitten …
Vanaf het gedenkteken voor de tramslachtoffers aan de Sweachsterwei liepen we over het fietspad in noordelijke richting naar het riviertje it Alddjip of Koningsdiep …
Ik had gehoopt, dat we vanaf het uitkijktorentje een blauwe waas van de onder water staande graslanden van Van Oordt’s Mersken zouden kunnen zien. Maar hoe we ook om ons heen keken, het torentje stond er niet meer. Er stond wel een bordje …
Thuis ben ik even mijn fotoarchief ingedoken om foto’s van een eerder bezoek aan dat plekje op te zoeken. Het was maar een bescheiden torentje, zoals je op deze foto uit juni 2012 kunt zien …
Maar zoals ik me al meende te herinneren, kon je vanaf dat torentje wel mooi over een boomsingel in de verte heen kijken. Maar helaas, het torentje is niet meer en op straffe van een boete van pakweg € 100 kun je er ook maar beter vandaan blijven …
Zaterdag vertelde ik al, dat Jetske en ik vrijdag vanwege de stevig, frisse wind besloten ons programma om te gooien. Jetske vertelde dat Van Oordt’s Mersken ten zuiden van de A7 tussen Heerenveen en Drachten nog goeddeels onder water stond. Omdat we toch naar de ‘boshoek’ wilden, stelde ik voor om dan eerst maar naar het uitkijktorentje langs de Sweachstersterwei tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag te rijden. Misschien zouden we daar vandaan wat van de natte graslanden kunnen zien …
Vlak naast de parkeerplaats aan de Sweachstersterwei ligt een klein gedenkteken (Google Maps). Het herinnert aan twee heftige tramongelukken die hier zijn gebeurd met de stoomtram van de NTM, de Nederlandse Tramweg Maatschappij, die in zijn bloeitijd grote delen van de provincie Friesland bestreek.
De verhalen kende ik al, maar ik heb ze hier nog niet eerder gedeeld. Omdat we er nu opnieuw tegenaan liepen, was dit het eerste onderwerp van de dag …
–
Beetsterzwaag, 9 september 1897 – Twee inwoners van Lippenhuizen overreden.
Vanaf Beetsterzwaag waren twee mannen uit Lippenhuizen op weg naar huis. Ze hadden in het hooi gewerkt en een lange dag gehad. Dat de mannen oververmoeid waren geweest, dat was wel duidelijk. Later werd gezegd dat de twee mannen ook een slokje teveel op hadden, want wie gaat er anders ook tussen de tramrails liggen. Van de aankomende tram zijn ze niet wakker geworden, ze hadden waarschijnlijk als een roos geslapen. Beide mannen P.v.d.L en S.K zijn door de tram overreden en op een verschrikkelijke manier om het leven gekomen. Het is voor de nabestaanden een groot drama geweest, dat valt te begrijpen. Het publiek was na het ongeval van mening dat de machinist niet goed uitgekeken had, want het was heldere maan en je kon wel honderd meter ver zien. De chef van de politie, Pool uit Beetsterzwaag, heeft daarop direct de stoomlocomotief weer terug laten rijden naar de plek van het ongeval. Hij is zelf voorop gaan staan en liet een manspersoon tussen de rails plaats nemen. Steeds kwam de tram dichterbij maar zelfs op vijf meter afstand kon hij nog niet zien of er iemand op de rails lag. Daarmee was het bewijs geleverd dat het trampersoneel geen schuld had. Aan beide kanten van de weg stonden grote bomen en die gaven grote schaduwen over de rails, vandaar dat het personeel van de tram de mannen niet gezien hadden. Ze konden dan ook niet schuldig bevonden worden van het ongeval.
Uit ‘de Woudklank’ van 24-10-2010
–
Lippenhuizen, 28 februari 1907 – Enorme stoomwolken en kermende slachtoffers.
Een stoomtram ontspoorde bij het Goddeloze Tolhek tussen Lippenhuizen en Beetsterzwaag. Werklieden van de Nederlandse Tramweg Maatschappij (NTM) raakten over hun hele lijf verbrand door de gloeiend hete stoom die van alle kanten uit de locomotief spoot. Drie van hen overleefden het drama niet.
Johannes Roorda, werkmeester bij de NTM, vertrok die bewuste donderdag in 1907 met een goederentram uit Heerenveen. Met zeven man aan boord reed hij naar Sumar om een rijtuig van een paardentram op te halen. Het was dringen op de krappe locomotief. Jan van der Wal en Hendrik van der Zwaag besloten daarom bij Gorredijk de reis te vervolgen op een van de goederenwagons. De mannen zochten een plekje bovenop zakken meel en kisten spek. Achteraf was het hun redding …
Op het moment dat de tram rond negen uur het Goddeloze Tolhek passeerde, ging het mis. De locomotief ontspoorde in volle vaart, knalde tegen een eikenboom en kantelde. Hete stoom spoot aan alle kanten naar buiten. Assistent-machinist Reijenga raakte lichtgewond en kwam gelijk in actie om zijn zwaar verbrande collega’s te redden. Hij trok zijn baas Roorda uit de cabine en sleepte Jan Wesseling, Roelof van der Meer en Willem Comello weg bij de briesende machine. Alle mannen zaten onder de brand- en schroeiplekken. Van der Zwaag en Van der Wal hadden geluk. De een had een stijve nek door een vallende meelzak. De ander miste slechts een schoenzool.
De meest kordate omstander was boer Ids Hilverda. Het ongeluk gebeurde vlak voor zijn boerderij terwijl hij rustig aan de koffietafel zat. Toen hij zag dat er geen dokters in de buurt waren, ondernam hij zelf actie. Hij molk snel een koe om met de melk de brandwonden van de slachtoffers te verzachten.
Bakker Wolter Hoogeveen uit Lippenhuizen was ook een van de getuigen. Toen hij de slachtoffers bloedend en kermend van de pijn naast de gecrashte locomotief zag liggen, rende hij naar de tapperij bij het tolhuis. Gewapend met een fles brandewijn snelde hij terug naar de gewonden om de pijn te verzachten …
Brigadier Luite Duursma rapporteerde dat hij op de plek van het ongeluk een “afgekookte huid van een hand” had gevonden. Hij bracht het lapje vel naar de griffier van de arrondissementsrechtbank in Heerenveen. Comello (46) en Van der Meer (34) bezweken de volgende dag aan hun verwondingen. Roorda (39) overleed twee weken na het drama.
De tram ontspoorde waarschijnlijk doordat Roorda te snel reed. Maar uit de rapportages bleek dat ook de toestand van de rails niet al te best was. Het ongeluk zorgde in heel Friesland voor veel beroering. Koningin Wilhelmina gaf f 50,- aan de nabestaanden en er werd een steuncomité opgericht om geld en goederen in te zamelen voor de gezinnen van de slachtoffers …
Tolgaarder Roel van der Schaaf maakte na het ongeluk een gedenkteken in de vorm van een ijzeren hoepel met zwarte stenen. In 1983 kwam er op initiatief van Geart van der Zwaag, kleinzoon van Hendrik, een nieuw monument. Het kunstwerk met vier gebogen rails, ontwerp van Hans Snoek, herinnert nog elke dag aan het tramdrama van 1907.
Uit ‘de Leeuwarder Courant’ van 1 maart 2007
Meer over de NTM in deze omgeving kun je hier lezen: Gorredijk historie – de Tram(aanbevelenswaardig vanwege het mooie filmpje over de stoomtram in de jaren 1936-1947).