Aan een vijver

Een week of twee geleden heb ik weer eens een fotokuier in het Weinterper Skar (Google Maps) gemaakt. Nadat ik een tijdje op het intussen welbekende ‘Afanja-bankje’ had gezeten, besloot ik de uitdaging aan te gaan om nog wat verder te lopen …

Even heb ik overwogen om het nieuwe zandpad naar rechts te nemen. Misschien zou het zelfs kunnen lukken om langs de schapen lopend het tweede ‘Afanja-bankje’ te bereiken. Maar nee, hoogmoed komt voor de val. Ik was alleen, bij plotselinge dienstweigering van mijn onderdanen was er niemand om me er op de terugweg doorheen te slepen. Proberen om weer eens tot bij het oude bankje bij de vennetjes te komen leek me een beter plan …

En zo zat ik enige tijd later voor het eerst sinds toch wel vrij lange tijd weer eens op dat bankje aan het water. Bij het vennetje aan de westkant van het pad, dat onderdeel uitmaakt van de poëzieroute door het Weinterper Skar, staat een bordje met een gedicht van Rutger Kopland …

Nadat ik er wat plaatjes had geschoten en een tijdje lekker had zitten mijmeren, besloot ik de terugweg te aanvaarden. Ditmaal langs het schaap dat met haar lam op enige afstand van haar soortgenoten stond …

Ook bij het eerste bankje heb ik vervolgens weer even lekker in de zon gezeten. Terwijl ik daar zat, zag ik ineens dat het pad, waar diepe sporen doorheen liepen toen ik hier de vorige keer met Jetske was, keurig was hersteld. Ik zat er opnieuw lekker, maar het werd nu toch wel tijd om mezelf ertoe te zetten om te beginnen aan het laatste stuk(je) terug naar de auto. Iedere stap begon zwaarder te wegen, maar uiteindelijk ben ik toch weer tot bij de auto gekomen …

Terug bij ’t bankje

We besloten nog even door te lopen naar het ‘Afanja-bankje’. Bij de splitsing van de paden bleef ik even op de uitkijk staan, zodat Jetske het bloed weer even kon laten kruipen waar het eigenlijk niet kan gaan …

Ook het blauwgrasland in het Weinterper Skar was flink nat. De slenk had het er maar druk mee om alle overtollige nattigheid af te voeren. Precies zoals het met de herinrichting in 2015 was bedacht. Vóór die herinrichting was het een mooi, gevarieerd insectenrijk gebied, waar ik wekelijks te vinden was. Voor mij heeft het gebied als gevolg van de herinrichting zijn glans helaas verloren …

Tegenwoordig kom ik er nog slechts een paar maal per jaar. En dan zit ik toch graag even op ‘mijn bankje’. Ik blijf zeggen dat het 20 meter noordelijker bij de splitsing van de paden mooier en beter had gestaan. Maar goed, op momenten zoals vorige week vrijdag ben ik al blij, dàt er tegenwoordig überhaupt een bankje staat …

Het pad was in de natte periode overigens mooi kapot gejakkerd. Dat kan maar door een klein aantal mensen gedaan zijn, omdat er maar enkele mensen zijn die de slagboom open kunnen doen. Dus ik zou zeggen: er achteraan SBB! Want dit is nog wel wat anders dan even voorzichtig een paar stappen naast het pad zetten. Het lijkt verdorie wel een loopgraaf …

Makkelijker dan gedacht liepen we enige tijd later terug naar de parkeerplaats. Ik kon het hele stuk met losse handjes lopen. Maar het was fijn dat Jetske me daarna weer veilig thuis afzette … 🙂

In de pluisjes

Terwijl Jetske zich nog enige tijd met de brede orchissen vermaakte, nam ik even plaats op het eerste echte Afanja-bankje langs het pad. Terwijl ik de omgeving nog eens in me opnam, kwam ik opnieuw tot de conclusie dat het tegenwoordig eigenlijk maar een dooie boel was in het Weinterper Skar. Waar je enige jaren geleden de insecten bij wijze van spreken van je af moest slaan, moest je ze tegenwoordig zoeken …

Een loopje naar het begin van het pad leverde dan ook weinig meer op dan wat uitgebloeide paardenbloemen. Omdat je er altijd het beste van moet zien te maken, streek ik even bij een paar pluizenbollen neer …

Ik heb het in de loop der jaren al vaker geschreven, maar ik vind de paardenbloem nog altijd één van de meest ondergewaardeerde bloemen van ons land. Zeker wanneer je er eens goed voor gaat zitten, zijn ze in alle fasen het bekijken waard

Intussen had mijn fotomaatje blijkbaar haar fotosessie met de orchissen afgerond, want terwijl ik geconcentreerd bezig was om wat van de pluisjes te maken, zag ik haar ineens weer in beeld verschijnen …

Bij ’t tweede bankje

Drie dagen nadat ik met Jetske aan de oostkant van het Weinterper Skar was, had ik in fysiek opzicht een dusdanig goede dag, dat ik besloot om weer eens een kuiertje aan de westkant van het gebied te maken …

180420-1157x

Op een van de landjes aan de zuidkant van het pad bloeiden de eerste pinksterbloemen …

180420-1154x

En waar pinksterbloemen zijn, daar zijn ook oranjetipjes. Het is wel geen mooie macrofoto zoals ik ze in het verleden wel heb gemaakt, maar ik ben al lang blij met deze vangst. De tering naar de nering zetten, heet dat …

180420-1149x

Tevreden met de score van een pinksterbloem en een oranjetipje in korte tijd, vervolgde ik mijn weg naar het tweede ‘Afanja-bankje’ aan de rand van de heide …

180420-1158x

Genietend van het uitzicht heb ik op het bankje even lekker een broodje gegeten …

180420-1222x

Nadat de inwendige mens tevreden gesteld was en mijn benen weer wat kracht hadden herwonnen, heb ik nog even een blik over de heide geworpen …

180420-1226x

Het bleef beperkt tot een blik van afstand hoor, zelfs het frisgroene gebladerte in de verte kon me niet verleiden om de warmte van de heide bewust op te zoeken …

180420-1227x

Nee, ik had op het bankje een ander plannetje bedacht. Daartoe ging ik eerst een stukje terug in de richting waar ik vandaan was gekomen, achter de vrouw met haar hond aan …

180420-1234x

– wordt vervolgd –