IFKS – de A-klasse in actie

De veranderlijke wind noopte de wedstrijdleiding er blijkbaar toe om voor de A-klasse een andere baan uit te zetten op het Tjeukemeer. Het publiek bij het Veenpoldergemaal bij Echten was daar niet echt blij mee, want de boeien lagen nu zo ver bij ons vandaan, dat we van het ronden ervan eigenlijk niets konden zien …





Hoe dan ook, rond 15:00 uur zocht de hele vloot een plekje om goed en snel over de startlijn te komen …





Het was Froukje Osinga-Meijer, de enige vrouwelijke schipper in de grote A’s, die met de ‘Jonge Jasper’ meteen de leiding nam …





En ze zou de koppositie in het verloop van de wedstrijd ook niet meer uit handen geven, ze liep met iedere ronde zichtbaar verder weg van de rest van het veld …





Naar mate de wedstrijd vorderde nam de wind op het Tjeukemeer gestaag toe, zodat de skûtsjes al snel met een mooie snor voor de kop de golven doorkliefden …





Henk Jonkvorst merkte gisteren in een reactie op dat hij het mooi zou vinden als de bemanning zich wat meer in kledij zou steken die matcht met hun traditionele schepen, ik vrees echter dat die tijd voorbij is. De skûtsjes heten nog traditionele zeilschepen te zijn, maar dat zijn het eigenlijk al lang niet meer. Sommige skûtsjes zijn verlengd, andere zijn juist korter gemaakt en de katoenen zeilen zijn vervangen door nylon. Afgelopen week schijnt er zelfs nog een motor uit één van de skûtsjes te zijn gehaald om maar minder gewicht aan boord te hebben. Bemanningsleden in traditionele kledij is in een tijd waarin ook het skûtsjesilen steeds meer als topsport wordt benaderd en bemanningen allerlei teambuildingscursussen en diverse trainingen ondergaan slechts een droom …





Er wordt meer en meer gezeild met het mes tussen de tanden. Daarbij worden risico’s niet altijd gemeden, en dat is met schepen die toch pakweg een slordige 20 ton wegen niet altijd verstandig. Ook op het Tjeukemeer was dat vorige week donderdag het geval. ’s Avonds hoorden we dat er na een aanvaring tussen twee skûtsjes een paar bemanningsleden gewond moesten worden afgevoerd, schipper Jeroen de Vos van de ‘Eelkje II’ bleek daarbij zelfs een schedelbasisfractuur te hebben opgelopen. Nee, het skûtsjesilen is al lang geen onschuldig folkoristisch gebeuren meer …





Na anderhalf uur zeilen was het de ‘Jonge Jasper’, die voor de tweede dag op rij souverein als eerste over de finish kwam. Hoewel ze de hele week mooi stabiel in de top van het klassement zeilde, was het voor Froukje Osinga-Meijer niet genoeg voor het kampioenschap. Dat werd in de finaledag bij Lemmer voor de zesde maal binnen gehaald door schipper Tony Brundel met het skûtsje de ‘Lytse Lys’ …




IFKS – Klasse a-klein

Wat later dan gepland konden de skûtsjes in de Klasse a-klein – dit zijn skûtsjes met een maximale lengte van 17 meter – aan het begin van de donderdagmiddag uiteindelijk toch van start, omdat er geleidelijk een verkoelend briesjes over het Tjeukemeer begon te waaien. Dat was niet alleen gunstig voor de skûtsjes, maar ook voor ons als toeschouwers, want hoewel we bijna met onze voeten in het water zaten, werd zo langzamerhand knap warm op de wal bij het gemaal …





Hoewel het veld vrij ver bij ons vandaan lag, konden we vanaf ons plekje bij het gemaal m.b.v. verrekijker en zoomlens toch mooi zien hoe de boeien werden gerond door de skûtsjevloot …





Het skûtsje ‘De Eemlander’ uit Eemnes kwam uiteindelijk als eerste over de finish, maar ook voor de supporters van het ‘Abbegeaster skûtsje’, die in groene t-shirts naast ons op de eerste rij zaten, werd het een prima dag. Na een matige start wisten ze uiteindelijk op te klimmen naar een keurige tweede plek …





Het ‘Abbegeaster skûtsje’ en het skûtsje ‘Twa Famkes’ uit Drachten met de drie Drachtster turfjes in het zeil brachten na afloop van de wedstrijd nog even een groet aan het publiek door even vlak voor het gemaal langs te varen …





Terwijl de matadoren in de A-klasse aan het inzeilen waren, begon de organisatie de boeien te verslepen, omdat de wind draaide en verder toenam. En die boeien werden zo ver weg gesleept, dat ik me zorgen begon te maken of we wel iets van de wedstrijd in de A-klasse zouden kunnen zien …





– wordt vervolgd –

Skûtsjesilen – inleidende perikelen

Al zo lang ik me kan herinneren worden er in de noordelijke bouwvak in Fryslân zeilwedstrijden gehouden met oude vrachtschepen, de skûtsjes (spreek uit als ‘skoetsjes’). In de eerste twee weken trekt er onder auspiciën van de SKS (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) een vloot van 14 skûtsjes door de provincie, die iedere dag (behalve op zondag) de strijd met elkaar aanbinden. De schepen vertegenwoordigen ieder een dorp of stad uit de provincie Fryslân. Deze schepen moeten ooit echt als vrachtschip hebben gediend en de schipper moet afkomstig zijn uit een oude schippersfamilie.

Sinds 1981 is er een tweede organisatie die zeilwedstrijden met skûtsjes organiseert, de IFKS. De IFKS (Iepen Fryske Kampioenskip Skûtjesilen) organiseert een open Fries kampioenschap. De IFKS-vloot bestaat uit 53 schepen uit het hele land, die in de laatste week van de noordelijke bouwvak dagelijks in 4 klassen de strijd met elkaar aangaan. Als weer en wind meewerken, dan kun je bij de IFKS van 10:00 uur ’s ochtends tot ca. 16:00 uur ’s middags genieten van de skûtsjes.

Toen ik me tijdens onze laatste gezamenlijke fotokuier in Jetskes’ bijzijn liet ontvallen, dat ik ijs en weder dienende op 6 augustus weer eens naar het skûtsjesilen op het Tjeukemeer wilde, vroeg Jetske me of ze dan wel mee mocht, want dat wilde ze toch ook wel eens meemaken. En dus pikte ik Jetske donderdag even na tienen op om samen naar het skûtsjesilen bij Echten te gaan. Onderweg daar naar toe, zei ik tegen Jetske dat ik er een hard hoofd in had of er wel gezeild zou kunnen worden, want er stond geen zuchtje wind. Bij het Tjeukemeer aangekomen, werd mijn vrees bevestigd: de schepen in de B- en C-klasse lagen met gestreken zeilen doelloos te dobberen op het meer, hun wedstrijden waren intussen wegens een gebrek aan wind afgelast …





Zwaar bepakt met camera’s, koelbox en stoeltje togen we vanaf de parkeerplaats naar de oever van het Tjeukemeer bij Echten. Omdat we mooi op tijd waren, hadden we al snel een mooi plekje gevonden …





Wat zeg ik … een mooi plekje? Wis en waarachtig, we zaten op de eerste rang bij het Veenpolder gemaal …





Het was alleen jammer dat er (nog) niet gezeild kon worden. Jetske tastte met haar verrekijker regelmatig de horizon af, maar op het meer viel voorlopig weinig te beleven …





Maar desondanks hoefden we ons niet te vervelen, want verschillende vogels die zich vlak voor ons op en rond de golfbrekers ophielden, zorgden in eerste instantie voor voldoende afleiding …





Visdiefjes vlogen af en aan en deden regelmatig vruchteloze pogingen om een visje te vangen. Dat deed ook een aalscholver, die na elke duik weer hard moest werken om zijn veren droog en in de plooi te krijgen …





Ook een paar mantelmeeuwen waren niet te beroerd om zo af en toe even voor ons te poseren op de stenen …





Ook Tsjûke en March (over hen zal ik binnenkort nog wel eens wat meer vertellen) tuurden vruchteloos over het water. Hoewel … zag ik dat nu goed …? Jawel, in de verte waren een paar skûtsjes met gehesen zeilen te zien …





Terwijl Jetske zich bezig hield met een distelvlinder, die op de bloem van het leverkruid was neergestreken, ontstond er wat reuring op de intussen goed gevulde publieke tribune …





Jawel, het was zo ver. Heel voorzichtig kwam er een briesje over het meer, de skûtsjes in klasse A-klein waren aan het inzeilen en zochten een plekje achter de startlijn …




 

Aan d’and’re kant ligt Ameland

Zo, de broodjes zijn op, de benen hebben hun rust gehad, tijd om weer even in beweging te komen …





We nemen even een kijkje bij dat vreemde uitkijkpunt aan de buitenzijde van de dijk. Vermoedelijk heeft dit iets te maken met het H.G. Miedemagemaal dat hier aan de landzijde van de dijk staat, en dat zorgt voor de afwatering van het Bildt in de Waddenzee …





Voor mij is het gewoon een prachtig uitzichtpunt, waar je je – bijna aan het eind van de wereld – even los voelt komen van de aarde …





Maar het is nog niet niet helemaal het eind van de wereld … als je goed kijkt, dan zie je aan de overkant nog net heel vaag de rood-witte vuurtoren van Ameland staan …





In de verte zweven zeilboten voorbij, dichterbij zien we het niet zo gek veel voorkomende fenomeen van de spelende mens op het Wad …





Draaien we de blik wat naar rechts, dan zien we opnieuw het buitendijks grazende vee, maar het ging me hier om het patroon van de paaltjes in het land …





Morgen dalen we nog wat verder af, en zetten we hier even voet op het Wad …

Recht voor allen

Onderweg naar het natuurgebied De Deelen kom ik altijd langs het uit 1876 daterende, niet meer in gebruik zijnde, Tripgemaal aan de Hooivaart bij Gersloot. Samen met de bijbehorende machinistenwoning vormt het gemaal een rijksmonument. In 1988 is het leegstaande gemaal gekocht door Thom Mercuur (kunstverzamelaar, kunsthandelaar, galeriehouder, curator, uitgever en museumdirecteur). Hij heeft het complex verbouwd en ingericht als tentoonstellingsruimte en woonhuis. Mercuur toont hier gebruiksvoorwerpen, foto’s, boeken, etc. die de turfwinning en de slechte sociale leefomstandigheden weer in herinnering brengen …

Ook aan de buitenkant van het gebouw is daarvan al iets te zien, maar daarvoor moeten we eerst naar de overkant van de Hooivaart. Voor dit logje van de eerste mei, van oudsher toch de Dag van de Arbeid, ben ik onlangs even een stukje omgereden om daar via de brug terecht te komen …

Op de zuidgevel van het huis prijkt al jaren een stilistisch portret van de Nederlands politicus, sociaal-anarchist, en antimilitarist Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846 – 1919). Domela Nieuwenhuis geldt als één van de oprichters van de socialistische beweging in Nederland. Tevens was hij de oprichter van het tijdschrift Recht voor Allen …

Hij was in Nederland populair door zijn optredens bij stakingen van ambachtslieden, maar zeker ook bij die van de veenarbeiders. In veel arbeiderswoningen was een foto van hem te vinden. Omdat hij in zijn leven opkwam voor de Friese veenarbeiders, kreeg hij de bijnaam Us Ferlosser

Het portret van Domela is hier zeer op zijn plaats, want in deze streek van Fryslân, waar de veenarbeiders jarenlang in ellende en armoede door het leven gingen, werd Domela regelmatig vergeleken met een heilige, die een kruistocht tegen het kapitaal voerde. En zijn naam wordt nog altijd door veel (vooral oudere) mensen nog steeds met groot respect uitgesproken …

En daar hoort dan natuurlijk “De Internationale” van De Stem des Volks bij …

Skûtsjesilen op ’t Tjeukemeer

Vorige week donderdag bedacht ik me ineens dat ik wel weer eens naar het skûtsjesilen (spreek uit als skoetsjesielen) kon gaan. Die dag vonden de wedstrijden plaats op het Tjeukemeer. De beste plek om de wedstrijden daar te bekijken, is bij het Veenpolder Gemaal bij Echten …





De skûtsjes waarmee bij het skûtsjesilen wordt gezeild, zijn Friese tjalken die vanaf de 18e eeuw tot ongeveer 1930 werden gebouwd. De meeste skûtsjes hebben een lengte 15 tot ongeveer 20 meter. De skûtsjes werden gebruikt voor het vervoer van vracht in Fryslân. Afhankelijk van het seizoen vervoerden ze mest, terpaarde, aardappelen en andere bulkgoederen. De schipper en zijn gezin woonden aan boord van het skûtsje …





Na de Tweede Wereldoorlog werden de zeilen vervangen door motoren. De skûtsjes verdwenen als vrachtschip van het water, toen gemotoriseerde binnenvaartschepen die vele honderden tonnen lading mee konden nemen, hun rol overnamen. Veel skûtsjes werden vervolgens omgebouwd tot woningen op het water …





Vanaf de jaren vijftig zijn veel skûtsjes, die inmiddels als woonschip aan de kant lagen, weer in de vaart gekomen. Enerzijds door particulieren die er m.b.v. een kajuit een jacht van maakten, anderzijds door personen of organisaties die ze in meer of minder originele staat weer in de vaart brachten …





Het skûtsjesilen wordt door twee verschillende organisaties georganiseerd. In de eerste twee weken van de noordelijke bouwvak trekt er onder auspiciën van de SKS (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) een vloot van 14 skûtsjes door de provincie. Bij deze SKS-wedstrijden komen de skûtsjes uit voor een stad of dorp, de enige uitzondering hierop is d’ Halve Maen, het skûtsje van Philips – Drachten …





Bij de in 1945 opgerichte SKS blijft de deelname beperkt tot de huidige 14 skûtsjes. Er zijn ook strikte regels verbonden aan de schippers die deze 14 skûtsjes mogen besturen. Voordat iemand schipper kan worden, moet hij (of zij?) in ieder geval 7 jaar actief zijn geweest als bemanningslid in de SKS competitie. Verder moet de schipper in rechte lijn afstammen van een Fries die hoofdzakelijk in Fryslân onder zeil zijn brood heeft verdiend met een vrachtschip in tenminste 10 jaar van de vorige eeuw …





In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw lieten steeds meer particulieren een oud skûtsje opkalefateren. Omdat zij kansloos waren om daarmee deel te nemen aan de zeilwedstrijden van de SKS, werd in 1989 de IFKS (Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen – Open Friese Kampioenschappen Skûtsjesilen) opgericht. Daardoor zijn er nu in Fryslân twee kampioenschappen. De belangstelling voor de IFKS is in de loop der jaren zodanig gegroeid, dat er momenteel ieder jaar in de derde week van de Bouwvak een week lang in vier klassen wordt gezeild door ruim zestig skûtsjes …





Op de foto’s in dit artikel zijn skûtsjes te zien die meedoen in de Klasse a-klein van de IFKS. Deze wedstrijd was al volop gaande, toen ik rond 12:45 uur een prachtig plekje aan de waterkant had gevonden. Morgen wat foto’s van de grote A-Klasse …




Aardappeloogst aan de Nieuwebildtdijk

Ik begin vandaag met een foto van het H.G. Miedema Gemaal, dat bij Zwarte Haan vlak achter de dijk staat. Toen ik er twee weken geleden was, was er weinig of geen werk voor het gemaal, want het was voor het eerst deze zomer enige tijd achtereen tamelijk droog. Dat was de afgelopen dagen wel anders. In de nacht van donderdag op vrijdag hing er langdurig een strobui boven grote delen van Fryslân en Groningen. In het gebied waar mijn tocht van vrijdag 17 augustus doorheen voerde, viel vrijdag 100-120 mm regen, waardoor veel akkers volledig onder water kwamen te staan. Het H.G. Miedema Gemaal en alle gemalen in het gebied en een aantal extra pompen zijn ingezet om de ondergelopen akkers zo snel mogelijk weer droog te krijgen …

Vooral voor de aardappeltelers in het gebied is het van groot belang dat de landerijen zo snel mogelijk weer droog zijn, want als aardappelen -ongeacht of het pootaardappelen of consumptieaardappelen zijn- langer dan 24 uur onder water staan dan gaan ze rotten. De oogst kan dan als verloren worden beschouwd. Er rest de boer niets anders dan de aardappelen op een dergelijk perceel maar in de klei te laten zitten en onder te ploegen. Als hij ze oogst, dan bestaat het risico van verspreiding van de rot naar goede aardappelen …

Daar heeft deze boer op een akker aan de zuidzijde van de Nieuwebildtdijk geen last van. Toen ik twee weken geleden Zwarte Haan achter me had gelaten, werd er met man en macht gewerkt om de aardappelen te oogsten …

De aardappelen werden uit de klei gehaald door een Grimme DR1500 aardappelrooimachine, die achter een tractor hing …

Zodra de rooimachine vol was, werd hij geleegd in een gereedstaande wagen achter een tractor …

De tractor en wagen bleven geduldig staan wachten op de volgende lading. Verderop in het land stonden nog een paar tractoren met een wagen te wachten op hun beurt …

Een zwerm meeuwen maakte dankbaar gebruik van het werk van de rooimachine, de omgewoelde klei bevatte vast heerlijke hapjes voor ze …