De late winter van 2018

Nadat hij eerst maar niet leek te willen beginnen, lijkt er intussen maar geen eind aan de winter van 2017-2018 te willen komen. Eigenlijk kunnen we het maar beter hebben over de late winter van 2018, want in december en januari stelde de winter niks voor. Het enige wat in die periode even aan winter deed denken, was een dun laagje sneeuw op 11 december. En dat terwijl het dit weekend met een harde oostenwind en lichte tot matige vorst opnieuw bar koud was …

December was een graad warmer en januari was zelfs ruim 2 ºC warmer dan het langjarig gemiddelde over de periode 1971-2000. Op 24 januari werd het zelfs 12,5 ºC in ons tuintje, veel gekker moet het toch niet worden. Echt winterweer werd het pas in februari. Vooral in de laatste week van de maand was het met ’s nachts lichte tot matige vorst en zelfs een tweetal echte ijsdagen bitter koud. Daarmee kwam de gemiddelde temperatuur voor de winter van 2017-2018 uiteindelijk uit op 3,3 ºC …

Nog even wat koude cijfertjes op een rij. Ik heb in ons tuintje 28 vorstdagen kunnen noteren, tegen 40 gemiddeld over de periode 1971-2000. Om nog eens duidelijk te maken wanneer het deze winter koud werd: 22 van die vorstdagen vielen in februari. Matige vorst heb ik maar 4 keer kunnen noteren, tegen 14 normaal over de eerder genoemde periode. Hoewel het er enkele nachten dichtbij kwam, zat strenge vorst er ook deze winter weer niet in …

De verdeling van de neerslag liep gedurende de winter parallel aan de temperatuur. December en januari waren niet alleen erg zacht, maar ook uiterst somber en nat. In de koude februari viel minder dan de helft van de normale hoeveelheid neerslag …

De kou liet zich op 28 februari het best zien en voelen op het Wad. Bij een harde oostelijke wind en enkele graden vorst, die al snel voor een gevoelstemperatuur van ca. -17 ºC zorgden, dreven er grote ijsvelden over de Waddenzee. In de verte stak het met sneeuw bedekte Ameland ongewoon wit tegen zee en lucht af …

Wat betreft de hoeveelheid neerslag nestelt deze winter zich met 200 mm tussen het langjarig gemiddelde over 2003-2018 (219 mm) en dat over de periode van 1971-2000 (185 mm) …

Hoewel de opvallend koude winterse uitsmijter van februari en maart zich misschien nog wel een tijdje in ons geheugen zal nestelen, zal de winter als geheel wel snel worden vergeten. Met een gemiddelde van 3,3 ºC was het niet de warmste winter van de laatste tien jaar, en dat is tegenwoordig al heel wat. Maar uiteindelijk was deze winter dan toch weer 0,7 ºC warmer dan het gemiddelde van de winters in de periode 1971-2000 …

De laatste dagen van februari en de eerste 3 dagen van maart gaven voor de winterliefhebbers nog wat sjeu aan deze editie van de winter. Op 24 februari lag de Bonke bij Leeuwarden nog helemaal open, maar een week later bonden honderden schaatsers daar de smalle ijzers onder om even een tochtje naar Aldtsjerk te maken. Helaas is het bij die ene dag gebleven, omdat koning Winter zich daarna weer terugtrok …

Als de Bonke en vele andere wateren eind februari-begin maart ondanks het spelbederf van zonnestraling en windkracht, in een week tijd dicht kunnen vriezen, dan biedt dat ondanks alle pessimistische scenario’s in mijn ogen toch nog hoop voor toekomstige schaatstochten. Als die klassieke winterse luchtdrukverdeling met een krachtig hogedrukgebied boven Scandinavië en een lagedrukgebied boven Zuid-Europa nu eens in de eerste helft van januari op de weerkaarten verschijnt – wanneer de aanzienlijk zon minder kracht heeft – dan moet er meer moois mogelijk zijn …

Aan de provincie en aan het waterschap heeft het in elk geval niet gelegen. Zodra er zicht was op de serieus winterse ontwikkelingen, kondigde de provincie al een vaarverbod af voor een groot deel van Friese wateren, voordat er nog maar een centimeter ijs lag. Het waterschap zorgde ervoor om vroegtijdig het gewenste peil te bereiken, zodat daarna z.s.m. alle gemalen stilgelegd konden worden. Dit alles om een maximale ijsgroei mogelijk te maken. Wat mij betreft hulde voor provincie en waterschap derhalve, want elke mogelijk kans op natuurijs moet ten volle worden benut.