Het windwak waarover ik hier zondag schreef, is gisteren nog wat verder gegroeid …
Daarbij werd het goed gemarkeerd door een miniem laagje sneeuw op het omringende ijs …
Afgelopen nacht is het wak dichtgevroren. Als het nu weer gaat sneeuwen, wordt het pas echt gevaarlijk …
Zodra het magisch aandoende laagje zwart ijs van een centimeter dik van zo’n oud windwak met sneeuw wordt bedekt, is het gevaar aan het oog onttrokken … krak, dus toch een wak …
De tennisbal heb ik gek genoeg (nog) niet terug kunnen vinden.
Gistermiddag lag er een tennisbal op het ijs van de onderstaande vijverpartij. Vanmorgen tegen tienen zag ik dat de wind ondanks een nacht met matige vorst had toegeslagen …
De tennisbal balanceerde nu plots op de rand van een groot windwak …
Een uurtje later dobberde de tennisbal hopeloos verloren in het windwak …
En het windwak … dat groeide gestaag verder vandaag. De schaatsen kunnen nog wel even in het vet blijven, vrees ik …
Nadat we een uurtje bij de rietsnijders in het veld hadden rond gestapt, begon bij mij niet alleen de vermoeidheid, maar ook de meligheid toe te slaan. Op dat moment besloot ik mijn kans te pakken, het was nu of nooit. In een onbewaakt moment pakte ik een vork, waarmee ik het vuur in één van de brandende hoopjes ruigte eens even flink begon op te poken. Wees nou eerlijk, zo vaak krijg je de kans niet om even legaal fikkie te stoken in een natuurgebied. Jetske liet op haar beurt een kans om mij met een vork in actie te zien niet lopen …
Ja, dat riet branden is ook nog zoiets … Een toekomstig verbod op het verbranden van de ruigte hangt als een donkere wolk boven de rietsnijders. Dat zou betekenen dat ze niet alleen het riet, maar ook alle ruigte op de een of andere manier moeten afvoeren en (laten) verwerken. Maar ja, in het kader van het hedendaagse Haagse denken zijn die rookslierten gedurende twee maanden per jaar natuurlijk veel erger dan vele honderden laag overvliegende, vervuilende vliegtuigen boven de Weerribben van en naar vliegveld Lelystad per jaar …
Deze slideshow vereist JavaScript.
Intussen was het ruimschoots schafttijd geworden, en dus werden Jetske en ik uitgenodigd om het bezoek met koffie en broodjes knakworst af te ronden in de schaftkeet. Klaas en Klaas-Jan, opnieuw bedankt voor jullie verhalen en de gastvrije ontvangst …
“Dat werken op deze wijze moet volgens mij in je zitten,” schreef Sjoerd gisteren in een reactie op deel 4 van deze serie. En zo is het ook. Het riet zit bij de veel rietsnijders in deze regio al generatieslang in het bloed. Het werk in het riet gaat vaak over van vader op zoon of wordt anderszins voortgezet in de familie. Jetske’s vader was rietsnijder, haar zwager Klaas – waarmee ze op de foto hieronder in gesprek is – is rietsnijder en diens schoonzoon Klaas-Jan is de tweede man hier in het rietland …
Dit werk kun je ook alleen maar blijven doen als je er echt van houdt. Je hoeft het zeker niet te doen om rijk van te worden. Tot dusver kwam de concurrentie voor de rietsnijder vooral uit Polen. Op basis van een betere prijs/kwaliteit verhouding is het Poolse riet nooit een echte bedreiging geweest voor het riet uit de Weerribben. De laatste jaren wordt de Nederlandse markt echter overspoeld door riet uit China. De kwaliteit van dat riet schijnt goed te zijn. Omdat het wel tot 25% goedkoper schijnt te zijn, vormt dit Chinese riet een ernstige bedreiging voor rietsnijders …
Om dat Chinese riet hier te krijgen, wordt er door oceaanstomers een massa aan olie verstookt. Terwijl al die ellende de lucht wordt ingeblazen, doet ons eigen riet elk jaar opnieuw zijn stinkende best om hier maar zoveel mogelijk CO2 uit de lucht te halen. Waar zijn we met zijn allen mee bezig …?
Met een dalende prijs voor het riet en gestaag teruglopende subsidiebedragen, blijft voor de rietsnijder straks alleen nog de liefde voor het werk en de natuur over. Er zijn rietsnijders die op dit moment het riet van de oogst van vorig jaar nog deels in de schuur hebben liggen, omdat ze het niet kwijt kunnen. De enige die er beter van schijn te worden, is de rietdekker die het Chinese riet voor de volle prijs op daken legt, alsof het Nederlands riet is …
Van alleen liefde voor het werk en de natuur kan de rietsnijder zijn kachel niet laten roken. Het verdwijnen van de rietsnijder zal op termijn grote gevolgen hebben voor natuur en landschap in de Kop van Overijssel. De rietvelden zullen verlanden en veranderen in broekbossen. Kwetsbare planten en dieren zoals b.v. de zeldzame vuurvlinder zullen verdwijnen …
Dat soort mijmeringen stemt niet vrolijk. De enige die daar geen last van had, was Rhena, zij koesterde zich in het langzaam warmer wordende zonlicht …
Elk jaar leer ik weer nieuwe dingen met betrekking tot de rietteelt. Vorige week is me tijdens het bezoek aan de rietsnijders duidelijk geworden dat het ene rietland het andere niet is …
Op dit perceel aan de Heuvenweg bij Kalenberg was ik nog niet eerder geweest met Jetske. Hier loop je over een dik drijvend vegetatiedek, de zogenaamde kragge, die zacht onder je voeten op en neer deint. En alsof dat niet genoeg is, wordt de toplaag hier gevormd door een dikke laag zacht veenmos …
Nadat hij het riet heeft gemaaid, begint het werk eigenlijk pas voor de rietsnijder. Samen met het riet is een groot deel van de ondergroei gemaaid, dat zit allemaal onderaan tussen het riet. Kijk maar eens naar de bovenstaande foto. Daarop is goed te zien dat Klaas-Jan met zijn linkerhand het bosje riet aan de bovenkant kan omvatten, terwijl hij met zijn rechterhand vooral een enorme bos ruigte ondersteunt …
Bosje voor bosje wordt deze zogenaamde ruigte machinaal uit het riet gekamd. Uiteindelijk blijft er maar een schamel bosje riet over. Bovendien is het riet dit jaar over de hele linie aan de korte kant gebleven als gevolg van een paar koude nachten tijdens de eerste groei van het nieuwe blad in april. De meeste rietsnijders zullen hun schuur dit jaar dan ook niet vol krijgen …
Nee, voor de rietsnijders is het geen vetpot, hard werken voor weinig geld. Gelukkig zijn ze niet voor de volle 100% afhankelijk van de verkoop van het riet. Zonder het maaien van het riet zouden de rietlanden snel verlanden en veranderen in bossen, daarom krijgen de rietsnijders een beheerssubsidie per hectare die ze onderhouden …
De derde en vierde foto laten mooi zien dat Rhena zich helemaal thuis voelt in het rietland. Ze is niet alleen een fijne metgezel, maar ze draagt haar steentje ook bij aan het werk. Op deze foto’s helpt ze mee met het schoonmaken van het riet door de stengel van een lisdodde te vermorzelen. En na gedane arbeid is het uiteindelijk goed rusten …