’t Laatste ritje van 2024

Tenzij het morgen mooi weer is, heb ik vanmorgen waarschijnlijk het laatste ritje van het jaar gemaakt. Het werd een ritje naar de Jan Durkspolder waar het kil en winderig was. Vanuit de vogelkijkhut waren alleen op grote afstand wat groepjes ganzen en eenden te zien. Daar was ik dan ook al snel weer weg …

Toen ik terug reed in de richting van Oudega, stond er in het weiland waar ik regelmatig een sprong reeën heb gefotografeerd, een grote zilverreiger. Nadat ik het autoraampje had laten zakken, leek hij net een lekker hapje weg te slikken …

Daarna vond hij het ook meteen welletjes, hij dook even ineen om af te zetten en spreidde daarna zijn grote witte vleugels om naar elders te vertrekken. Ik besloot nog even langs de Leijen te rijden, ook daar viel echter weinig te beleven. Maar met die smetteloos witte zilverreiger op de laatste in 2024 gemaakte foto kan ik best leven …

Morgen sluit ik het jaar hier op kleurrijke wijze af.

Buien boven de polder

Bijna terug bij de auto heb ik nog even een kort rustmomentje gepakt op de grote rood met witte paddenstoel, die scheef tegenover de boerderij ‘Heydhuysen’ staat. Ik zat te twijfelen of ik nog even door zou rijden naar Bakkeveen of dat ik huiswaarts zou gaan. Ik besloot het laatste te kiezen, want mijn benen zaten aan hun taks na twee fotokuiers …

Nog maar net onderweg stelde ik mijn plan bij. Zodra ik buiten het bos meer zicht kreeg op de lucht en de horizon, zag ik dat de lucht betrokken was geraakt en dat er vanuit het noorden donkere wolken opdoemden. Daarom besloot ik de openheid van het polderland bij Oudega en Earnewâld nog maar even op te zoeken. Enige tijd later stond ik in de Jan Durkspolder …

Terwijl ik me bezighield met het jongvee op de voorgrond en de ontwikkelingen in de lucht op de achtergrond, slikte ik mijn medicijnen, dronk ik wat water en nuttigde ik een stuk koek …

Na ongeveer een kwartier gingen plotseling de hemelsluizen open en verdween het jongvee in een gordijn van water. Zodra het enkele minuten later weer droog was, startte ik de auto om een stukje in de richting van Earnewâld te rijden …

– wordt vervolgd

Wat vogels en een vrijwilliger

De reeën waren een mooie onderbreking geweest tijdens ons ritje naar de Jan Durkspolder. Terwijl we in rustig tempo voort hobbelden over het heuvelachtige wegdek van de laatste 400 van de Geau, zag ik in de verte al een grote zilverreiger bij de vogelkijkhut staan. “Wedden dat hij straks weg is,” zei ik tegen Jetske, toen we uitstapten …

En zo was het ook. Terwijl wij de vogelkijkhut betraden, ging de zilverreiger er vandoor. Door een kijkopening aan de oostkant van de hut zag ik aan het kleine stipje in de verte, dat hij nu plekje langs de weg had opgezocht. Gelukkig stond er aan de weestkant van de hut ook een grote zilverreiger. En meer nog, er stond ook een blauwe reiger aan de waterkant …

De vogels zaten ver weg, maar we deden het ermee. Intussen was er een man binnen gekomen die ik herkende als een vrijwillig medewerker van It Fryske Gea. Hij was op ronde om te checken of zijn wildcamera’s er nog staan. Toen ik een praat je had aangeknoopt, bleek het een smakelijke verteller te zijn, die een aantal interessante zaken wist te vertellen over de otters in het gebied. Aan het eind van ons gesprek vroeg hij of we de blauwe kiekendief, die sinds kort terug is nog hadden gezien. Hij had hem vanuit zijn positie verderop in het veld in de buurt van de hut rond zien vliegen …

Wij hadden hem helaas niet gezien, maar ik heb nu in ieder geval weer iets om de komende tijd af en toe eens naar uit te kijken. De laatste vogels die we die dag zegen, waren een paar aalscholvers die aan ons voorbij zwommen. Kennelijk waren we ze wat te enthousiast aan het portretteren, want het duurde maar even voordat ze op de wiek gingen …

In de warme auto kwamen we onderweg naar huis weer op temperatuur. Het was een kille en grijze dag geweest, maar we kwamen weer niet met lege handen thuis. Het komt regelmatig voor. dat ik na onze gezamenlijke fotoritjes een week of twee vooruit kan, met dit grijze tochtje ben ik na drie blogjes wel klaar …

Drie reeën in de polder

We vervolgden onze weg naar de Jan Durkspolder. Op het laatste stuk let ik altijd even extra op, omdat ik hier regelmatig een sprong reeën in het land zie staan …

Ook vrijdag zag ik de eerste schim van een ree al staan, ruim voordat hij binnen het bereik van onze camera’s was. Ik vertelde Jetske dat ze nog wel even wat verder konden rijden, zodat we ze voorbij een bosschage beter in beeld konden krijgen …

Eenmaal daar bleken er meerdere kleine groepjes reeën te lopen. Wij richtten onze camera’s op het groepje van drie dat zich het dichtst bij ons bevond. Eén van de reeën bleef ons voortdurend in de gaten houden. Omdat we rustig bij de auto bleven staan, gaven de reeën ons alle gelegenheid om een mooie fotoserie te maken …

– wordt vervolgd

Torenvalk aan de maaltijd

De laatste keer dat ik een tijdlang in de berm had gestaan bij de windmotor in de Jan Durkspolder, was op 12 augustus. Toen stond ik er te wachten op poollicht. Vorige week dinsdag stopte ik er, omdat ik hoopte dat één van de jagende torenvalken weer op de windmotor zou landen. Het werd echter nog mooier …

Ik stond er nog maar net, toen één van de torenvalken op het hek bij de windmotor neerstreek met een prooi in zijn snavel. Gelukkig voor de tere zieltjes onder ons, is de prooi op de meeste foto’s nauwelijks te zien, omdat er heel subtiel twee rietstengels langs de paal heen en weer wuifden …

De torenvalk leek weinig moeite te hebben om zijn hapje weg te werken. Nadat hij nog eens grondig had gecheckt of er niets was blijven liggen, zat hij een moment ontspannen in de zon. Precies 2:48 minuten, nadat ik de eerste foto had gemaakt, vloog de torenvalk op …

Hij ging weer op het hekwerk van de windmotor zitten, waar ik hem eerder ook al had gezien. Alsof hij me nu pas in gaten kreeg, keek hij me voorafgaand aan het afscheid enige tijd recht in de ogen …

Jagende torenvalkjes

Over de gebruikelijke route via Iniaheide en Sigerswâld reed ik van de Leijen naar de Jan Durkspolder. Vlak voorbij het nieuwe bruggetje in de Westersânning stond tot mijn verbazing ineens een opvallend geel bordje met de tekst ‘slecht wegdek’ in de berm. Wonderlijk, want het weggetje ligt er al decennia zo slecht bij …

Toen ik een stuk verder langs de windmotor reed, zag ik dat daar een torenvalk zat. Ik kreeg net de kans om er een foto van te maken, daarna vloog hij op …

Ik reed door naar het eind van de weg en parkeerde de auto daar op het plekje onder de bomen. Nadat ik daar vandaan mijn blik over de plas had laten glijden, besloot ik niet naar de vogelkijkhut te lopen. Grote kans dat er niet meer te zien was dan de ene grote zilverreiger, die ik hier vandaan ook net kon zien, want het zag er stil uit …

Toen ik omhoog keek, zag ik verderop twee torenvalken boven het rietland vliegen. Ik stapte in de auto en reed een stukje terug over de Westersânning. Ter hoogte van de windmotor liet ik de auto rustig uitrollen in de berm …

– wordt vervolgd

Torenvalk met prooi

Dinsdag ving ik deze torenvalk met prooi in de Jan Durkspolder in beeld. Later meer van dit moois. Vandaag trotseer ik samen met mijn fotomaatje weer en wind in een poging om weer wat nieuwe foto’s maken …

Fijne dag allemaal 💨👋