Op zoek naar de orchis

Half mei had ik al een kuiertje in het Weinterper Skar gemaakt, omdat ik hoopte dat misschien de eerste orchissen te vinden zouden zijn. Dat was wat al te optimistisch, maar met de heiderinkelbel en de wetterpinksterblom was ik toen ook erg blij. Vorige week ben ik in de herkansing gegaan voor de orchissen …

De plek waar ik ze hoopte te zien bood geen erg hoopvolle aanblik. Tot drie jaar geleden liep hier de Nije Heawei. De berm van die smalle landweg bood jaarlijks rond deze tijd een feestelijk aanblik, omdat er steevast een keur aan orchissen tot bloei kwam. Nu niet meer. Het veld ten noorden van de weg ging daar in mei/juni vaak schuil onder een zacht golvende roze zee van van echte koekoeksbloemen. Ook daar was nu niets van te zien. Zou ik dan ook nu nog te vroeg zijn …?

Ik besloot eerst maar eens even te genieten van rust en uitzicht op het ‘Afanja-bankje’ langs het pad. Nadat mijn onderdanen hun kracht hadden hervonden, besloot ik enige tijd later net als twee weken eerder toch maar weer met enige rekkelijkheid der regels behoedzaam wat dieper in ’t groen op zoek te gaan. Dat leverde me na enig zoeken toch nog een paar orchissen en enkele echte koekoeksbloemen op …

– morgen nog wat van dit moois –

Juffertjes in de tuin

Een heus paradijs voor vlinders en bijen is ons tuintje nog nooit geweest, daarvoor is het er vooral vanwege de hazelaar te donker. En ook een grote, hoge pol bamboe wierp tot het najaar van 2017 dagelijks zijn schaduw over de tuin. Toch heb ik er in de loop der jaren heel wat insecten kunnen kieken. Vorig jaar leek het insectenleven in ons tuintje echter ineens tot een fatale stilstand te komen …

Voor zo ver ik na heb kunnen gaan, heb ik er vorig jaar maar één waterjuffer kunnen kieken. Dit jaar ziet er het weer wat florisanter uit. Vooral bij de door Aafje opnieuw ingerichte border achter in de tuin is het de laatste dagen een komen en gaan van bijen. En er zweven ook regelmatig weer waterjuffers door de tuin. En gelukkig zijn ze ook vaak genegen om even ergens neerstrijken …

Vuurjuffer en azuurwaterjuffer lijken favoriet te zijn, maar ik heb me voorgenomen om me niet meer druk te maken om de naamgeving van bloemetjes en beestjes. MS brengt niet alleen fysieke en motorische problemen met zich mee, maar ook het (korte termijn) geheugen wordt er niet beter op. Ik vind het langzamerhand eigenlijk zonde van de energie om elke keer namen op te zoek. Ik geniet liever gewoon van hetgeen ik heb gezien en gefotografeerd …

De wetterpinksterblom in bloei

Nog voordat ik dinsdag aan de heiderinkelbel toe was, werd ik verrast door een ander bijzonder bloemetje. Het slootje bij de parkeerplaats aan de oostkant van het Weinterper Skar stond vol met waterviolier, in het Fries de wetterpinksterblom

Deze mooie wit-roze bloemetjes, die van hele natte voeten houden, bloeiden vroeger in een slootje aan de zuidkant van It Skar. Sinds Staatsbosbeheer enkele jaren geleden in al haar wijsheid heeft besloten om alle sloten in het gebied te dempen, had ik ze niet meer gezien …

‘De soort is een indicator voor kwel en verdraagt veel schaduw. De waterviolier is de enige Nederlandse vertegenwoordiger van het geslacht Hottonia, dat wereldwijd nog één andere soort telt: Hottonia inflata uit Noord-Amerika. Het geslacht is vernoemd naar Pieter Hotton (1648-1709), Leids hoogleraar en de voorganger van Boerhaave,’ aldus Wikipedia over de waterviolier

Betrapt bij de heiderinkelbel

Na het groen en geel van gisteren is vandaag het roze aan de beurt, roze van het heidekartelblad. Heidekartelblad – heiderinkelbel in het Fries – is een bijzondere tweejarige plant met hele mooie, kleine bloemetjes …

Heidekartelblad staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen. In het Weinterper Skar laat het zich gelukkig vrijwel elk jaar weer zien ….

In de eerste jaren waarin ik blogde was er maar hier en daar een bloemetje te vinden. Ondanks het feit dat ze op en vlak langs een pad stonden, was de kans om er eentje over het oog te zien erg groot. Het zijn namelijk zoals ik al eerder schreef hele kleine bloemetjes. Kijk maar …

Op en langs het pad kon ik het heidekartelblad dinsdag niet vinden, maar vlak naast het pad stonden ze nu in grote roze pollen bijeen (zie foto 2). Er zat niets anders op dan even een paar stappen op verboden gebied te zetten om een paar macrofoto’s te kunnen maken …

De volgende foto laat mooi zien waarom heidekartelblad in het Fries heiderinkelbel heet. Als de vruchten rijp zijn, gaan de zaadjes in de zaaddoos zachtjes ‘rinkelen’ als de wind ze in beweging brengt. Zo wordt althans gezegd … In dit geval zijn de zaadjes al uit het zaaddoosje tevoorschijn gekomen …

Terwijl ik daar – met mijn rug naar het pad – geconcentreerd zat te fotograferen, hoorde ik op een bepaald moment zachtjes ’t nog altijd vrij kenmerkende geluid van een VW naderen. Ik wist meteen dat het mis was, maar omdat ik nu toch al gezien en dus betrapt was, besloot ik maar rustig door te gaan met fotograferen.

“Jo witte wol dat jo yn kwetsber gebiet sitte tink …!?” hoorde ik de man van Staatsbosbeheer zeggen, nadat hij de auto tot stilstand had gebracht.
“Ja, it is my bekend, mar ik koe it net litte om even een pear close-ups van de heiderinkelbel te meitsjen,” antwoordde ik.

De mensen die hier al langer meelezen, weten dat ik ervaring heb op dit gebied. Een jaar of twaalf geleden werd ik op vergelijkbare wijze pakweg 50 meter verderop eens op mijn schouders getikt door een tweetal Boa’s bij het fotograferen van de blauwe knoop. Nadat ik mijn fout had erkend, volgde toen een goed gesprek. En daar bleef het bij. Dinsdag ging het niet anders. De man van SBB kende zijn pappenheimers. Aan de manier waarop ik behoedzaam terug stapte naar het pad, had hij al gezien dat ik goed volk was. Aan het eind van het gesprek wenseten we elkaar nog een genoeglijke dag …

Kleverig koraalzwammetje en meer moois

Ondanks het mooie egale fietspad was ik die dag bewust te voet op pad gegaan. Ik hoopte nog wat macrofoto’s te kunnen maken van paddenstoelen of zo. Daarom besloot ik het fietspad bij de tweede bocht te verlaten en al rond speurend over de zachte bosgrond terug te lopen richting auto …

Hier ligt een stukje bos waar de grond eigenlijk altijd vochtig is, maar dat er ondanks de aanhoudende droogte ook nu nog een paar forse plassen water lagen, verraste me toch wel even …

Ook hier waren de paddenstoelen in tegenstelling tot voorgaande jaren niet dik gezaaid dit jaar. Ik besloot maar eens te kijken of er van een stuk lege schors van een tak nog iets te maken viel …

Veel meer dan een aardig inkijkje zat er niet in …

Een stukje verderop leek op een rottende boomstam iets op te lichten. De bovenstaande foto’s van de schors kon ik met behulp van het kantelbare schermpje nog maken door me diep voorover te buigen, maar voor deze kleine zwammetjes moest ik toch echt even op de knieën …

Het is het kleverig koraalzwammetje, een schimmel die leeft op vermolmde stronken en stammen van naaldbomen. Het schimmelweefsel groeit in het hout. In de herfst worden daaruit de kleine, felgekleurde paddenstoelen gevormd …

Terwijl ik moeizaam weer opkrabbelde, hoorde ik gakkende ganzen naderen. Ze hadden geen betere richting kunnen kiezen, ik kon ze net tussen de bomen door vastleggen …

Als dat geen mooie bruggetje is naar de Skywatch Friday van morgen, weet ik het niet meer …  🙂

Een lantaarntje op ’t hout

Hoewel omgeven door water, rietkragen en weilanden waren er ook in en rond ‘onze datsja’ dit jaar schrikbarend weinig insecten te zien …

Op één van de minder warme augustusdagen streek dit lantaarntje neer op het relatief warme houten schild van een van de muren …

Nadat ik blijkbaar een verkeerde beweging had gemaakt, vloog het frêle juffertje op. Na een korte vlucht streek ze neer op één van de hoeken van de woning. Dat leverde me de mooiste foto op …