Een vuurjuffer in de tuin

Begin juni schreef ik al, dat ik in ons tuintje dit jaar nog maar weinig mooie insectenfoto’s heb kunnen maken. Daarin is ruim drie weken later nog maar weinig verbetering opgetreden. De komende dagen zal ik de hoogtepuntjes van de schrale oogst tot nu toe de revue laten passeren …

Om te beginnen één van mijn favorieten: de vuurjuffer. Voorgaande jaren een vaste bezoeker, die zich regelmatig liet zien bij de vijver. Dit jaar is deze vuurjuffer (gekiekt op 14 mei 2018) tot dusver de enige juffer die zich in mijn bijzijn in ons tuintje heeft vertoond dit jaar …

De plomp en ’t pompeblêd

Gebroederlijk naast de waterlelie bloeit ook dit jaar de gele plomp (giele plomp in het Fries) weer in onze vijver. De gele plomp is de nationale plant van de provincie Fryslân. Het blad van de gele plomp, in het Fries pompeblêd genoemd, staat in het rood afgebeeld op de Friese vlag. Dus voor wie nog altijd in die veronderstelling verkeerde: er staan geen hartjes op de Friesche vlag, maar pompeblêden …

“It Pompeblêdsje” is nog weer heel wat anders. Dat is “een oprechte Friesche kruidenlikeur, getrokken van talrijke natuurzuivere kruiden volgens oud-familie recept. Deze Friesche Kruidenbitter heeft een heilzame, opwekkende werking en is te bekomen bij de echte slijterij,” aldus het etiket. En lekkerrrr … hmmm …

Maar goed, daar ging het hier niet om. De bloem van de gele plomp oogt in eerste instantie misschien wat simpel, zeker wanneer hij net vanuit de diepte is opgedoken. Maar zodra hij zijn stevige bloembladeren opvouwt, komt er een ingenieus ogend kleinood tevoorschijn. Lekker op het terras zittend kan ik daar elk jaar weer van genieten. Komende week zou dat weer moeten lukken, want de onderstaande bloem staat nu volop te pronken en een tweede knop is net opgedoken …

De lis in de tobbe

Na wat onderbrekingen zijn we weer terug bij de bloemen die onze tuin de laatste tijd hebben helpen opfleuren …

Een bloem waar ik elk jaar weer naar uitkijk is de blauwe lis (Iris germanica), die bij ons samen met o.a. de kattenstaart in een zinken tobbe naast de vijver staat …

Het is alleen zo jammer, dat ze maar zo kort bloeien. Dit jaar hadden we het geluk dat ze net gingen bloeien, toen wij terug waren van onze meivakantie …

Ter afsluiting van deze blauwe periode nog even dit voor de vlinderliefhebbers:
Jetske is woensdagmiddag nog weer even terug gegaan naar de boom met de grote weerschijnvlinders. Daarbij heeft ze zowaar nog wat mooiere foto’s gemaakt dan eerder op de dag: De grote weerschijnvlinder – deel 2

De bergkorenbloem

Na de druppels nu dan weer de bloemen, om te beginnen de bergkorenbloem (Centaurea Montana)

Ik vind het niet de mooiste bloem in ons tuintje, maar in het juiste licht mag hij zeker gezien worden …

Tussen de boshyacinten

Zoals ik gisteren al schreef, maak ik nog regelmatig even een rondje met de camera door de tuin. Vanwege het gebrek aan insecten hield ik de laatste tijd aan het eind van ’t rondje vaak alleen maar wat foto’s van bloemen en planten over …

De voortuin werd ook dit jaar weer enige tijd getooid met boshyacinten. Toen ik daar na afloop van onze meivakantie wat foto’s van maakte, ontdekte ik tussen de bloemen toch nog een insect. Alleen jammer dat het niet echt één van mijn favorieten was …

Om te voorkomen dat ze allemaal ongezien zullen verstoffen in het archief, laat ik hier de komende dagen wat foto’s zien die ik dit voorjaar bijeen heb gesprokkeld in de achtertuin …

Een grappig groen nimfje

Je hoort mij niet zeggen dat ons tuintje al jarenlang een paradijs is voor vlinders, bijen en andere insecten, daarvoor is het er vooral vanwege de hazelaar te donker. Desondanks heb ik er de afgelopen jaar heel wat insecten kunnen kieken. Maar dit jaar is het echt waardeloos. Ik moet echt op zoek naar insecten, en meestal is zo’n zoektocht nog vruchteloos ook …

Vaste gasten zijn vrijwel ieder jaar de grappige, groene nimfjes van de struiksprinkhaan. Voorgaande jaren kon ik vaak meerdere exemplaren fotograferen op de papavers of de gele lis. De afgelopen weken heb ik verschillende keren een vergeefs rondje door de tuin gemaakt om naar ze uit te kijken …

Terwijl ik onlangs bij de vijver op het terras zat, zag ik vlak bij mijn stoel iets traag bewegen op een blad. Mijn belangstelling was meteen gewekt … jawel, het was een nimfje van de struiksprinkhaan. Eindelijk! Dat kon in feite maar één ding betekenen: dit beestje was voor de verandering nu eens op zoek gegaan naar mij …  🙂

’t Skar kleurt weer mooi

Ter gelegenheid van Pinksteren onderbreek ik de serie die ik tijdens onze vakantie aan de rand van het platteland heb gemaakt even voor een paar kleurrijke foto’s die ik dinsdag in het Weinterper Skar heb gemaakt.

Je hebt van die dagen dat alles even op zijn plek valt, dinsdag was weer zo’n dag. Het was de laatste warme dag van de vorige ‘mooi weer periode’. Omdat ik ’s ochtends bij de koffie al voelde, dat zowel mijn benen als mijn buik me niet al te veel plaagden, besloot ik tegen half elf in de auto te stappen en koers te zetten naar het Weinterper Skar. De laatste keer was ik er aan de westkant, ditmaal was de oostkant weer aan de beurt, want daar is het eind mei – begin juni altijd het mooist.

In de vakantie kwamen de meeste foto’s me bijna letterlijk aanwaaien, hier moest ik er weer even voor werken, want dat laag-bij-de-grondse macrowerk kost me steeds meer kracht en concentratie. Met behulp van mijn viskrukje en tussendoor tweemaal een fijne pauze op het daarvoor bestemde bankje, is het een serie geworden waar ik weer dik tevreden over ben.

De eerste bloem die ik hoopte te zien, was de Echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi) – Kraneblom in het Fries. Altijd mooi, maar vaak lastig te fotograferen, omdat hij bij het minste of geringste zuchtje wind al vriendelijk begint te wuiven …

Nummer twee was de Brede orchis (Dactylorhiza majalis). Deze bloem met de prachtige Friese naam Frouljustriennen (vrouwentranen) staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en sterk afgenomen. In het Weinterper Skar kleuren de orchissen gelukkig elk jaar een deel van het blauwgrasland in mei-juni paarsgroen …

Het Veenpluis (Eriophorum angustifolium) – Moark in het Fries – is vaak nog het meest lastig van dichtbij te fotograferen, omdat het graag natte voeten heeft. Het is gelukt en ik ben droog gebleven …

Heidekartelblad (Pedicularis sylvatica) – Heiderinkelbel in het Fries – is de laatste en waarschijnlijk ook de meest zeldzame van het stel. Het is zeker het kleinste plantje in deze serie. Het heidekartelblad is zo klein, dat het minuscule vliegje op de onderstaande foto me tijdens het maken niet is opgevallen …

Om de afmetingen te omschrijven gaat het eerder om millimeters dan om centimeters. Om een idee te geven van het formaat van dit nietige bloemetje heb ik in 2011 mijn aansteker er maar eens naast gelegd …

Zo, tot hier en niet verder eerst. Bij een volgend bezoekje aan het Weinterper Skar hoop ik weer eens wat juffers of libellen te kunnen fotograferen.

Fijne Pinksterdagen verder!