Roofvliegen in de tuin

Had ik al gezegd dat het dit jaar in ons tuintje weer wat beter gaat met de insecten dan vorig jaar?

Wel, het zou best eens kunnen dat dat de langste tijd weer heeft geduurd, want we hebben roofvliegen in de tuin. En die hebben andere insecten op het menu staan, heb ik me laten vertellen. Eén van die knapen ging onlangs op een onderdeel van ons tuinmeubilair zitten. Daar gaf hij me de kans om hem uitgebreid te portretteren …

Hoewel hij zich echt voorbeeldig van alle kanten liet bekijken en fotograferen, valt het weer niet mee om hem een nadere naam te geven. Er staan zes van die rakkers op Gardensafari. Waarschijnlijk is het de geelbaardroofvlieg. Deze rover schijnt heel graag waterjuffers, daar zit ik dus niet op te wachten. Maar het kan net zo goed de eikenroofvlieg zijn (of één van de nadere vier natuurlijk). Hoe dan ook, over de foto’s ben ik tevreden, en daar gaat het in het kader van mijn blog in de eerste plaats om …

Spinnetjes in de tuin

Zowel mijn MS als de Acnes zijn de laatste tijd gelukkig aardig rustig en stabiel. Dat heeft me de moed gegeven om sinds een tijdje op diverse fronten bewust, maar ook behoedzaam, te werken aan mijn conditie …

Met wat digitale hulp is veel en vooral regelmatig bewegen onderdeel van het strijdplan. Op dagen wanneer ik niet op pad ben, ga ik – wanneer ’t lichaam het toelaat – overdag in ieder geval eenmaal per uur enige tijd op fotografische strooptocht de tuin in …

Zoals op de bovenstaande foto’s te zien is, dienden kleine spinnen – vooral springspinnen – zich de laatste tijd regelmatig aan als sparringpartner. Gisteren trof ik op de tuindeur een wat schuchter spinnetje aan. Zodra ze zich bekeken voelde, probeerde ze heel sneaky – bijna in slow motion – aan de camera te ontsnappen …

Orchissen ‘in beweging’

Hoewel ik na enig zoekwerk toch nog een paar echte koekoeksbloemen en zelfs twee brede orchissen had gevonden, liep ik enige tijd later toch enigszins teleurgesteld terug naar de auto. Ik was in het verleden beter gewend hier. Vlak voordat ik bij de parkeerplaats was, besloot ik nog even een paar stappen zijwaarts te maken. ’t Idee was om nog even wat plaatjes te scoren van de zee aan boterbloemen daar…

De boterbloemen werden al snel bijzaak. Zodra ik een paar voorzichtige stappen in het veld met de boterbloemen had gezet, zag ik het paars van een brede orchis tussen het groen en geel door schemeren. En al snel werd duidelijk dat er nog veel meer stonden. Ik kon maar tot één conclusie komen: de orchissen waren het oude pad overgestoken om zich opnieuw te vestigen aan de andere kant. En zo te zien hebben ze het daar prima naar de zin …

Op zoek naar de orchis

Half mei had ik al een kuiertje in het Weinterper Skar gemaakt, omdat ik hoopte dat misschien de eerste orchissen te vinden zouden zijn. Dat was wat al te optimistisch, maar met de heiderinkelbel en de wetterpinksterblom was ik toen ook erg blij. Vorige week ben ik in de herkansing gegaan voor de orchissen …

De plek waar ik ze hoopte te zien bood geen erg hoopvolle aanblik. Tot drie jaar geleden liep hier de Nije Heawei. De berm van die smalle landweg bood jaarlijks rond deze tijd een feestelijk aanblik, omdat er steevast een keur aan orchissen tot bloei kwam. Nu niet meer. Het veld ten noorden van de weg ging daar in mei/juni vaak schuil onder een zacht golvende roze zee van van echte koekoeksbloemen. Ook daar was nu niets van te zien. Zou ik dan ook nu nog te vroeg zijn …?

Ik besloot eerst maar eens even te genieten van rust en uitzicht op het ‘Afanja-bankje’ langs het pad. Nadat mijn onderdanen hun kracht hadden hervonden, besloot ik enige tijd later net als twee weken eerder toch maar weer met enige rekkelijkheid der regels behoedzaam wat dieper in ’t groen op zoek te gaan. Dat leverde me na enig zoeken toch nog een paar orchissen en enkele echte koekoeksbloemen op …

– morgen nog wat van dit moois –

Juffertjes in de tuin

Een heus paradijs voor vlinders en bijen is ons tuintje nog nooit geweest, daarvoor is het er vooral vanwege de hazelaar te donker. En ook een grote, hoge pol bamboe wierp tot het najaar van 2017 dagelijks zijn schaduw over de tuin. Toch heb ik er in de loop der jaren heel wat insecten kunnen kieken. Vorig jaar leek het insectenleven in ons tuintje echter ineens tot een fatale stilstand te komen …

Voor zo ver ik na heb kunnen gaan, heb ik er vorig jaar maar één waterjuffer kunnen kieken. Dit jaar ziet er het weer wat florisanter uit. Vooral bij de door Aafje opnieuw ingerichte border achter in de tuin is het de laatste dagen een komen en gaan van bijen. En er zweven ook regelmatig weer waterjuffers door de tuin. En gelukkig zijn ze ook vaak genegen om even ergens neerstrijken …

Vuurjuffer en azuurwaterjuffer lijken favoriet te zijn, maar ik heb me voorgenomen om me niet meer druk te maken om de naamgeving van bloemetjes en beestjes. MS brengt niet alleen fysieke en motorische problemen met zich mee, maar ook het (korte termijn) geheugen wordt er niet beter op. Ik vind het langzamerhand eigenlijk zonde van de energie om elke keer namen op te zoek. Ik geniet liever gewoon van hetgeen ik heb gezien en gefotografeerd …

De wetterpinksterblom in bloei

Nog voordat ik dinsdag aan de heiderinkelbel toe was, werd ik verrast door een ander bijzonder bloemetje. Het slootje bij de parkeerplaats aan de oostkant van het Weinterper Skar stond vol met waterviolier, in het Fries de wetterpinksterblom

Deze mooie wit-roze bloemetjes, die van hele natte voeten houden, bloeiden vroeger in een slootje aan de zuidkant van It Skar. Sinds Staatsbosbeheer enkele jaren geleden in al haar wijsheid heeft besloten om alle sloten in het gebied te dempen, had ik ze niet meer gezien …

‘De soort is een indicator voor kwel en verdraagt veel schaduw. De waterviolier is de enige Nederlandse vertegenwoordiger van het geslacht Hottonia, dat wereldwijd nog één andere soort telt: Hottonia inflata uit Noord-Amerika. Het geslacht is vernoemd naar Pieter Hotton (1648-1709), Leids hoogleraar en de voorganger van Boerhaave,’ aldus Wikipedia over de waterviolier

Betrapt bij de heiderinkelbel

Na het groen en geel van gisteren is vandaag het roze aan de beurt, roze van het heidekartelblad. Heidekartelblad – heiderinkelbel in het Fries – is een bijzondere tweejarige plant met hele mooie, kleine bloemetjes …

Heidekartelblad staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen. In het Weinterper Skar laat het zich gelukkig vrijwel elk jaar weer zien ….

In de eerste jaren waarin ik blogde was er maar hier en daar een bloemetje te vinden. Ondanks het feit dat ze op en vlak langs een pad stonden, was de kans om er eentje over het oog te zien erg groot. Het zijn namelijk zoals ik al eerder schreef hele kleine bloemetjes. Kijk maar …

Op en langs het pad kon ik het heidekartelblad dinsdag niet vinden, maar vlak naast het pad stonden ze nu in grote roze pollen bijeen (zie foto 2). Er zat niets anders op dan even een paar stappen op verboden gebied te zetten om een paar macrofoto’s te kunnen maken …

De volgende foto laat mooi zien waarom heidekartelblad in het Fries heiderinkelbel heet. Als de vruchten rijp zijn, gaan de zaadjes in de zaaddoos zachtjes ‘rinkelen’ als de wind ze in beweging brengt. Zo wordt althans gezegd … In dit geval zijn de zaadjes al uit het zaaddoosje tevoorschijn gekomen …

Terwijl ik daar – met mijn rug naar het pad – geconcentreerd zat te fotograferen, hoorde ik op een bepaald moment zachtjes ’t nog altijd vrij kenmerkende geluid van een VW naderen. Ik wist meteen dat het mis was, maar omdat ik nu toch al gezien en dus betrapt was, besloot ik maar rustig door te gaan met fotograferen.

“Jo witte wol dat jo yn kwetsber gebiet sitte tink …!?” hoorde ik de man van Staatsbosbeheer zeggen, nadat hij de auto tot stilstand had gebracht.
“Ja, it is my bekend, mar ik koe it net litte om even een pear close-ups van de heiderinkelbel te meitsjen,” antwoordde ik.

De mensen die hier al langer meelezen, weten dat ik ervaring heb op dit gebied. Een jaar of twaalf geleden werd ik op vergelijkbare wijze pakweg 50 meter verderop eens op mijn schouders getikt door een tweetal Boa’s bij het fotograferen van de blauwe knoop. Nadat ik mijn fout had erkend, volgde toen een goed gesprek. En daar bleef het bij. Dinsdag ging het niet anders. De man van SBB kende zijn pappenheimers. Aan de manier waarop ik behoedzaam terug stapte naar het pad, had hij al gezien dat ik goed volk was. Aan het eind van het gesprek wenseten we elkaar nog een genoeglijke dag …