Zo, dat was hem dan, de winter van 2021. Een week met 6 ijsdagen, maar zonder strenge vorst in onze tuin. De laagste minimumtemperatuur bleef steken op -9,8 ºC, gistermiddag liep het kwik op naar 2,7 ºC …

In chronologische volgorde zag mijn week er als volgt uit. De winter begon met Code rood. Diep in de nacht van zaterdag 6 op zondag 7 februari begon de aangekondigde sneeuwstorm bezit van onze tuin te nemen …

De sneeuwjacht hield zo’n 24 uur aan, maar leverde hier uiteindelijk gemiddeld toch niet meer dan ca. 6 cm sneeuw op. Ons vijvervrouwtje was maandag 8 februari nog maar nauwelijks zichtbaar …

Na het sneeuwruimen op maandag heb ik het dinsdag rustig aan gedaan om energie te sparen voor de volgende dag. Wel heb ik ’s avonds even met licht, water, ijs en luchtbellen gespeeld bij de vijver …

Woensdag waren ook de binnenwegen in Fryslân weer goed berijdbaar, en dus werd het de hoogste tijd om een ritje naar de Ecokathedraal te maken. Daar heb ik een sprookjesachtige sneeuwwandeling gemaakt …

Moegestreden in de Ecokathedraal heb ik de donderdag vooral in de tuin doorgebracht, spelend met licht en schaduw in de sneeuw …

Ook de vrijdag heb ik de goeddeels in tuin doorgebracht, ditmaal om me voor te bereiden op de ijspret die voor zaterdag op het programma stond …

Zaterdag heb ik samen met mijn fotomaatje Jetske het ijs opgezocht. Ik vond het een feest om te midden van alle ijspret zelf ook weer even op het ijs te staan …
Gistermiddag hebben Aafje en ik nog even een ritje door het sneeuwrijke lage midden van Fyslân gemaakt. Onderweg besloot ik o.a. even een tussenstop te maken bij de spoorbrug Grou over het Prinses Margrietkanaal. Na alle ijspret van gisteren deed het me pijn in ’t hart, maar we hadden geen beter moment kunnen treffen. Er naderde net een klein konvooi van twee ijsbrekers en twee vrachtschepen die zich door het ijs ploegden …
En vandaag kwam er met Code Rood een eind aan de winter. IJzel maakte wegen en vooral ook veel stoepen spiegelglad, zo ook het paadje in onze tuin. Intussen is de ijzel overgegaan in regen en is de temperatuur opgelopen tot boven het vriespunt, zodat ik me sinds ca. 10:30 uur weer veilig door de tuin kan bewegen …
Op mijn weblog houdt de winter voorlopig nog wel even aan. Ik heb als kind van de winter weer een fantastische week gehad, waarin ik meer dan 1100 foto’s heb gemaakt. Al hetgeen hierboven kort is weergegeven, zal hier de komende tijd nog uitgebreid voorbij komen. De liefhebbers van voorjaar en zomer zullen het geduldig moeten uitzitten of voorlopig hun heil elders zoeken … 😉

Gistermiddag zag ik, dat een kluitje sneeuw heel mooi stond te balanceren in één van de borders. Ik kon het niet laten om even een kleine serie te maken van deze miniatuur sneeuwsculptuur …
“Het liefst staat de struikveronica op een beschutte plek in een koele omgeving,” zo lees ik. Wel, met een gemiddelde temperatuur van -1.9 °C deze week, is dat wel aardig gelukt …
In de volgende alinea lees ik: “De struikveronica is groenblijvend, maar in beginsel niet winterhard. Gelukkig kan ze niet al te strenge winters prima overleven. Bij flinke vorst (meer dan -10 °C) heeft de plant wel bescherming nodig.” Kouder dan -8,2 °C is het hier deze week nog niet geweest. Dus eh … ik weet niet of ik dit weekend nog wel op de schaats kom, maar onze Hebe zal de winter wel overleven … 😉
Terwijl ik gistermiddag achter de pc zat, zag ik dat het heel licht begon te sneeuwen. Met de macro-voorzetlens op mijn camera ben ik naar buiten gelopen, waar ik vervolgens enige tijd bezig geweest ben om wat van die hele kleine sneeuwvlokjes in beeld te vangen. De meeste sneeuwvlokjes bestonden op dat moment gelukkig uit één enkele ijskristal, dat maakte het in feite gemakkelijker om ze in beeld te kunnen brengen. Sommige waren onderweg naar beneden al begonnen samen te klonteren tot een wat grotere sneeuwvlok, dan zijn de structuren veel minder goed zichtbaar …
IJskristallen ontstaan in koude lucht waar veel water in zit. De watermoleculen hechten zich aan stofdeeltjes die in de lucht zweven. Sneeuw bestaat uit aan elkaar geklonterde ijskristallen. Door botsingen onderling van de ijskristallen op hun weg naar beneden groeien deze ijsdeeltjes tot sneeuwkristallen. Ongeveer 4.000 van deze uiterst minieme kristallen zijn nodig voor de vorming van één sneeuwvlok. Wanneer de lucht onder de wolk onder het vriespunt ligt, hebben we op de grond sneeuw. Is de lucht in de onderste honderden meters boven nul dan hebben we regen. Dit is het resultaat van die koude lucht gisteren, en er waren geen twee ijskristallen gelijk aan elkaar …
Het sneeuwklokje is een ondergesneeuwd klokje geworden …
Het pakte anders uit. Minuscule sneeuwvlokjes flitsten in volle vaart horizontaal voorbij aan de eveneens vrijwel horizontaal uitgestrekte katjes …
