Een laagje ijs in de polder

Het verschil kan nauwelijks groter zijn nu regen en wind het weerbeeld weer bepalen, maar we gaan toch weer even terug naar de zonnige donderdagochtend. Nadat ik een tijdlang had genoten van de reeën, die in alle rust met zijn vijven in een weiland stonden te grazen, ben ik doorgereden naar de Jan Durkspolder. Daar stond bij aankomst een blauwe reiger aan de noordkant bij de Lytse Mar …

Ik parkeerde de auto en liep naar de grote vogelkijkhut. Ik had er alle ruimte, want ik was er alleen. In alle rust heb ik beurtelings aan alle drie de kanten een tijdje rond zitten kijken. Vogels waren er niet te zien, in de verte lieten alleen wat fluiteenden zich af en toe horen. Daarom heb ik rondgaand van west naar oost, alleen wat foto’s gemaakt van de prachtige ijsvlakte die de plas lag. ’t Is alleen wel jammer dat hij amper een centimeter dik was en intussen weer is verdwenen …

Ik sluit mijn rondblik over de Jan Durkspolder af met kijkje in noordoostelijke richting. Daar staat de windmotor aan de Westersanning als een baken over de ijzige vlakte te wuiven …

Kieviten in de regen

Van de kijkhut bij de Leijen reden we naar de hut in de Jan Durkspolder. Daar was het zo mogelijk nog stiller dan op en rond de Leijen. En de wolken waren er nog wat donkerder …

Helemaal tegen de oostelijke oever van de plas stonden een paar grote groepen kieviten. De vogels verzamelen zich in deze tijd van het jaar om op te vetten en daarna samen de trek naar zonniger oorden aan te vangen. Een paar maal vlogen de kieviten massaal op. Vaak is dat een teken dat er een grote roofvogel in de buurt is, maar die hebben we niet kunnen ontwaren …

Zodra de vogels weer in het water stonden, keerde de rust in en om de plas terug. Er vloog nog een blauwe reiger voorbij, die een stukje verderop in het water landde. Als in een poging om een naderende bui te ontwijken, trok hij zich terug achter een klein bosje dat aan de westkant van de hut in het water staat. Die poging om droog te blijven is jammerlijk mislukt, vrees ik. Amper een minuut later begon het zachtjes te regenen, en die zachte regen ging al snel over in een hele stevige regenbui …

Zodra het even droog werd, besloten Jetske en ik onze biezen te pakken. Vlak voordat een volgende bui losbarstte, waren we weer bij de auto. Pas toen we ons huis naderden werd het weer droog. We lijken hier een soort abonnement op te hebben, want ons vorige bezoek aan de Jan Durkspolder eindigde op 1 augustus op dezelfde manier

Een reegeit in de polder

Het was er al druk toen we de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder binnen stapten. De kijkluikjes aan de luwe oostkant van de hut waren al goed bezet. Jetske schoof naar het laatste vrije plekje aan die kant, en ik nam plaats bij een luikje aan de zuidkant. Dat was niet het beste plekje, zo bleek al snel …

Aan de oostkant verscheen na enige tijd een ree, die een rondgang over het drooggevallen deel van de plas maakte. Daar had ik één keer eerder een ree gezien. Die spotte ik indertijd toen ik uit de auto stapte, eenmaal in de hut aangekomen, was de ree indertijd alweer verdwenen. Nu zat het weer niet echt mee, omdat ik bepaald geen vrij zicht had …

Er zat niets anders op dan me maar met de ellebogen naar voren te werken, want dit kansje moest me eigenlijk niet ontgaan. Met een ferme schouderduw heb ik Jetske uiteindelijk weten te bewegen een stapje opzij te doen. Maar daar hield ik dan ook echt een paar prachtige foto’s van deze plassende reegeit aan over …

Het spreekt vanzelf dat ik het heb goedgemaakt met mijn fotomaatje, zodra de ree voorgoed uit beeld was verdwenen, de middag was tenslotte nog niet om … 😉

Tussen de buien door

Tussen de buien door hebben Jetske en ik dinsdag toch nog weer een gezellig ritje gemaakt. Nadat we wat foto’s hadden gemaakt van een koppel koeien in een zonnige weide en van de nieuwe waterpartij bij de haven van Oudega, besloten we het risico op een nat pak te beperken door ons verder hoofdzakelijk in een paar vogelkijkhutten op te houden …

Dat bleek een goede keuze te zijn. We zaten lekker droog in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder, toen een eerste bui overkwam. We hadden een uurtje in de gezeten, toen we een forse bui op ons af zagen komen. Omdat we daar op dat moment toch wel uitgekeken waren – de hoofdact van een ree was net afgelopen – besloten we alvast naar de auto te lopen. Net op tijd zaten we binnen …

In de vijf minuten dat we daar nog even stonden, passeerden er een paar fietsers die duidelijk minder goed hadden getimed, en door de bui waren overvallen …

We besloten de koers van de bui korte tijd te volgen, dat bracht ons niet veel later bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan de Doktersheide bij de Leijen. Gejaagd door de wind liepen we langs het rietland naar de hut op de oever van het meer…

In de hut aangekomen, begon de zon zelfs weer enige tijd te schijnen. De show werd hier vooral gestolen door een paar bedelende futenjongen. Maar die foto’s zijn voor later …

Zwarte sterns bij de Leijen

Maandag liet ik hier al een aantal foto’s zien van de zwarte sterns bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Dat was nog maar een tipje van de sluier, daarom vandaag nog een fotoserie van deze bijzondere vogel …

Er zijn nogal wat dagen geweest, waarop ik blij was om op dit plekje af en toe eens een zwarte stern te kunnen fotograferen. Maandag leek er geen eind te komen aan de vele vliegbewegingen vlak voor de kijkhut …

Zwarte sterns by de Blaustirns

Onder een vrijwel wolkenloze hemel heb ik donderdagochtend weer eens een kijkje genomen bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ (Google Maps) aan de westkant van de Leijen. Het waaide niet hard, maar de wind die er stond, kwam nog steeds uit noord tot noordoostelijke richting en blies kil de hut in. Half voor het tweede kijkluikje zittend, kon ik net genoeg luwte vinden, om een tijdje tamelijk gerieflijk in de hut te kunnen zitten …

Bij wijze van uitzondering was het nu eens gezellig druk rond de hut, die zijn naam ‘Blaustirns’ meer dan ooit waarmaakte. Het wemelde voor de hut namelijk van de zwarte sterns. En de zwarte stern is in het Fries een blaustirns.

De zwarte stern was ooit een talrijke broedvogel in de laagveengebieden, langs de grote rivieren en op vennetjes van de zandgronden. In de jaren ’50 waren er naar schatting ten minste 10.000-15.000 broedparen. De trend was daarna steeds dalend. Op dit moment staat de zwarte stern met 1300-1400 broedparen als bedreigd op de Nederlandse Rode Lijst

Er ligt nog een tweede serie op de plank.

Vogelkijkhut in de Olde Maten

Vanaf dat bijzondere eco-aquaduct reden we het natuurgebied de Olde Maten in. Daarmee reden we ook de bible belt in. Dat was ook al snel te zien, toen we twee wandelaars inhaalden, waarvan er één in klederdracht liep …

Niet veel later bereikten we de vogelkijkhut Zwartewatersklooster. Ik had nog nooit van de naam gehoord, maar ik zou er een uurtje later al het één en ander over aan de weet komen …

De vogelkijkhut is een mooie, ruim opgezette hut met twee verdiepingen. Kijkgaten op beide verdiepingen bieden in oostelijke richting zicht op een langgerekt petgat …

Terwijl we op de bovenste etage stonden, liet Jetske haar technisch blik langs de houtverbindingen in het dak glijden. Tien minuten nadat we de beide wandelaars hadden ingehaald, zagen we ze voorbij de open achterkant van de hut lopen …

De zijwanden van de hut zijn op de begane grond heel toepasselijk afgewerkt met turfjes, waarvan er – kijkend naar het omliggende petgatenlandschap – hier ooit ook veel gestoken zijn …