Half mei zag ik er nog maar een enkele lepelaar rond stappen, maar vorige week had de volledige kolonie zich intussen aan de westkant recht tegenover de grote vogelkijkhut gevestigd …
Ook een stuk verderop zag ik nog wat lepelaars in de bomen zitten. Al met al zijn het er ca. 50, schat ik. Daarmee is de kolonie naar mijn idee aardig gegroeid. En de vogels zijn in ieder geval beter zichtbaar dan toen ze helemaal aan de zuidwestelijke hoek van de plas zaten …
Er waren ook opvallend veel lepelaars die een vluchtje maken. De eerste vloog in de richting van Earnewâld, maar de tweede vloog om de hut heen. Aan de oostkant streek hij neer achter de vele gele lissen om daar te foerageren …
Dat is hoopgevend, want het zou mooi zijn om daar weer eens wat vaker en dichterbij lepelaars door het water te zien waden. Ik kijk er al naar uit om weer eens zo’n lucky shot te kunnen maken als in mei 2019. Maar ja, je weet hoe het met lucky shots gaat, die worden maar zelden herhaald …
Vandaag is een mooie dag om toe te werken naar een nieuw hoogtepunt, waarschijnlijk zelfs het hoogtepunt, in het kader van deze serie over de ijsvogels …
Dinsdag 17 mei verscheen mevrouw ijsvogel tegen elf uur ’s ochtends op haar vaste plekje bij het nest. Niet veel later ging meneer ijsvogel op het uiteinde van de tak bij haar zitten. Terwijl ze hun kopjes enkele keren heen en weer draaiden, werden blikken gemeden en gewisseld …
Nadat hij zich met een sierlijk sprongetje had omgedraaid, bleven ze allebei even stil zitten. Dan vloog hij op om haar van achter te bestijgen …