Klimmen en dalen

Nadat we de metershoge steile wand in het achterste deel van de Ecokathedraal hadden bekeken, beklommen we de ruïnes van ‘de oude citadel’ aan de andere kant …


Daar bevonden we ons uiteindelijk naar schatting een meter of vier boven het maaiveld. De berenklauw tiert nog steeds welig daarboven, zodat we ons behoedzaam door de kleine woestenij heen moesten werken …

Op de terugweg, die langs een andere route voerde, passeerden we onder ander de tegelmuur. Deze muur bestaat deels uit stoeptegels waarvan je gecirkelde onderkant ziet. Die cirkels zorgen vaak voor mooie schaduweffecten …

Nadat we op- en afgaand nog verschillende andere bouwwerken hadden bekeken, eindigde de rondgang uiteindelijk nadat we twee uur hadden rondgezwalkt, bij de tegelkoepel naast de majestueuze Porta-Celi

Ik heb het verslag wat ‘ingedikt’, omdat ik sinds die woensdag alweer wat nieuwe avonturen heb beleefd, waarvan nog verslag gedaan moet worden. Aan het eind van de wandeling stelde ik voor om nog even wat na te praten op het terras bij het lokale café. Dat was echter buiten de waard gerekend, want die was vertrokken en had zijn etablissement leeg achtergelaten. Het terras van ‘het Witte Huis’ bij Olterterp bood echter een waardig alternatief …


Ter afsluiting aan dit bezoek aan de Ecokathedraal wil ik jullie nog even wijzen op de podcast-serie ‘Platte Grond’. De verhalen van Platte Grond gaan over de kracht van architectuur en over plannen voor de toekomst. Over torenhoge ambities en over het spoor soms volledig bijster zijn. Over beton, staal en stenen. Over groen, erfgoed en ontwerp. Maar vooral: over mensen.

Voor aflevering van 19 van 1 mei jl. getiteld ‘Duizend Jaar Stapelen’ ging Platte Grond op bezoek in de Ecokathedraal. Onderwerp van gesprek is Louis Le Roy, die in de jaren ‘70 met zijn ideeën onze manier van naar de natuur kijken volledig op zijn kop zette. Het moest allemaal wilder, organischer en minder geordend.

Je vindt ‘Platte Grond‘ op Spotify en Apple Podcasts, maar je kunt het ook beluisteren via: https://plattegrondpodcast.nl/seizoen-3.

Ringslangen – de apotheose

Nog een laatste blik over het idyllisch gelegen ven op de Delleboersterheide en nog even wat wegdromen bij de weerspiegelingen, dan is het tijd om tot een afronding van dit ringslangenavontuur te komen …


Ik sluit de serie van deze prachtige ochtend af met nog eens 5 foto’s van voorbij zwemmende ringslangen. Ik was met alleen de eerste ringslang ook tevreden geweest, maar er leek die dag geen eind aan te komen. Ze bleven maar voor de vlonder langs zwemmen. Jetske had de eerste keer dat ze er was veel minder zwemmers gezien, dus we konden deze ochtend met een uiterst tevreden gevoel afsluiten …

Op de wandeling van een kleine 350 m terug naar de parkeerplaats was ik wel blij dat ik Jetske op de vlonder had getroffen. De afstand was niet groter dan op de heenweg, maar de stappen wogen toch weer een stukje zwaarder. Samen lopen maakt het dan net weer een stukje lichter. Het is me daar overigens prima bevallen, dat moge duidelijk zijn. Als het even kan, wil ik er op een goeie dag nog eens naar toe proberen te gaan, dan om wat videoshots te maken van de zwemmende ringslangen …

Een libel, 2 kikkers en een ringslang

Nu het ook vandaag in een groot deel van de lage landen weer langere tijd lijkt te blijven regenen, ga ik hier nog maar even door met het verslag van die zonnige maandag 1 mei bij de ringslangen op de Delleboersterheide …


Waar Jetske in een vogelkijkhut langere tijd stil kan zitten wachten en uitkijken naar het verschijnen van een vogel, of zoals hier op de Delleboersterheide naar een ringslang, begin ik al vaak al snel wat onrustig te worden. Dan moet ik even bewegen en kijken of er nog iets anders te scoren valt. Toen Jetske vertelde, dat ze links van het vlonderpad een libel had zien zitten, besloot ik ook nog maar eens een tochtje over het vlonderpad te maken …


Tot mijn geluk hing de smaragdlibel nog steeds aan een lange grasspriet. Hij bleef ook rustig hangen terwijl ik met de camera om hem heen draaide. Vermoedelijk was hij nog niet zo gek lang geleden uitgeslopen en hing hij nu nog uit te harden in de zon. Bewijs vonden we daar niet voor, want een oudje jasje was er niet te vinden…

Een stukje verderop zag ik weer een paar kikkers zitten. De ene was groenbruin, de andere bruingroen. Het determineren van groene kikkers valt ook nog lang niet mee …


Terug op mijn plekje kreeg ik niet eens de tijd om weg te dromen, want de volgende ringslang zwom al snel van links naar rechts voorbij. Jetske had niks teveel gezegd, ringslangen fotograferen was hier een makkie …

morgen gaan we naar de apotheose van de ringslangensessie

Een hagedis en wat stukjes ringslang

Na de passage van de tweede ringslang was het tijd om wat aandacht te schenken aan de inwendige mens. Een stukje koek ging er goed in daar aan die spiegelgladde waterkant …


Intussen was er een levendbarende hagedis het vlonderpad opgekropen. Hij had kennelijk een fijn warm plekje gevonden, want hij liet zich door geen enkele passerende fotograaf verjagen …

Terwijl ik me bezig hield met de hagedis, Jetske speurde het lange gras naast het plateau af. Daar had ze de vorige keer zowel zonnende als parende ringslangen gezien …


Onder het motto ‘goed voorbeeld, doet goed volgen’ liet ik mijn blik ook verschillende keren over en tussen het lange gras dwalen. Voor mij waren er geen parende ringslangen weggelegd, ik kon er kop noch staart aan ontdekken. Maar je kunt zo wel mooi zien dat ze verschillende kleuren hebben …

wordt vervolgd

Mijn eerste ringslang

De ringslangen lieten het tijdens het eerste halfuur dat we op de vlonder zaten vooralsnog afweten. Daarom besloten we beurtelings eens te kijken of er verder nog wat te zien was …


Op een paar plekjes langs de vlonder zaten kikkers, Mooie kikkers met verschillende tinten groen, ik heb geen verstand van kikkers, maar het zouden poelkikkers kunnen zijn …

Nadat ik – om zo weinig mogelijk te kraken – voorzichtig mijn rondje over de vlonder had gemaakt om de bovenstaande kikkers te fotograferen, keerde ik terug naar de dromerigheid van de waterkant …


En plotseling was hij daar. Ik hoorde Jetske nog min of meer fluisterend roepen: “Jan … ringslang …,” maar op dat moment had ik mijn eerste foto al gemaakt …


Terwijl hij van rechts naar links vlak voor ons langs zwom, kon ik hem volgen tot hij aan de andere kant van de vlonder tussen de oeverbegroeiing verdween. Met een high five vierden we mijn eerste ringslang

– wordt vervolgd

Dodaars op de Catspoele

Nadat ik me een tijdlang had vermaakt met de schaatsenrijders vlak voor de vlonder, liet ik mijn blik langs de oever van het ven glijden …


Na enige tijd kreeg ik een vogel in beeld, zodra ik hem dichterbij had gehaal met behulp van de zoomlens, was duidelijk dat het om een dodaars ging. De dodaars is een kleine, schuwe watervogel, ’t is onze kleinste futensoort. …


En hij was niet alleen. Al snel verscheen er een tweede dodaars in beeld die met razende vaart in de richting van nummer één zwom. Die razende vaart was maar tijdelijk, want al snel dobberden ze heel bedaard samen op ’t ven …

En zo snel als ze verschenen, waren ze even later ook weer verdwenen. Je beleeft wat op zo’n vlonder bij een idyllisch gelegen ven …

– wordt vervolgd

Bij de Catspoele

Vissen doe ik niet, maar ik heb op dit soort dagen graag mijn visserskrukje bij me. Dat krukje klapte ik meteen na onze begroeting open, want na deze wandeling konden mijn onderdanen wel weer even wat rust gebruikten …

Terwijl we wat bijpraatten nam ik het omringende landschap op, het ven was rondom omgeven door bomen en lag er vrijwel spiegelglad bij …

We richtten de blik op het wateroppervlak, want daar zouden we ringslangen voorbij zien komen, vertelde Jetske. Bijna hypnotiserend bracht een zuchtje wind het water af en toe lichtjes in beweging …

Maar dat was niet de enige beweging die er te zien was. Een handvol grote schaatsenrijders flitste vlak voor de vlonder over het water heen en weer. Een aantal momenten van stilstand heb ik benut om wat foto’s te maken …

– wordt vervolgd