Face to face met facetogen

Op de dag na mijn verjaardag vloog er aan het eind van de ochtend nog een verlaat cadeautje de tuin in. Een waterjuffer streek neer op een stokje, dat ter versteviging bij een plant naast de vijver stond …

Het was een houtpantserjuffer, die zich aanbood om geportretteerd te worden. Dat vond ik zo’n mooi cadeautje, dat ik meteen ben begonnen met uitpakken. Het was echt de moeite waard. Een half uur lang hebben we fijn samengewerkt. We speelden o.a. enige tijd kiekeboe en aan het eind van de sessie waren we zo close geworden, dat ik face to face een paar mooie close-ups kon maken …

Is ’t geen schatje …? Kijk eens naar de schittering van die prachtige metallic kleuren …

En toen maakte ik een foutje, maar desondanks was de pret nog niet voorbij …

Meer juffers dan vlinders

We hebben maar een kleine vijver in de tuin, maar zoals bekend zou ik hem voor geen goud willen missen. Behalve vissen, kikkers en watersalamanders worden ook diverse insecten aangetrokken door de waterpartij. Waar ik altijd van kan genieten zijn de waterjuffertjes, die zich ook in deze tijd van insectenschaarste nog regelmatig in onze tuin laten zien. Ik heb hier dit jaar tot nu toe meer waterjuffers dan vlinders gezien. Twee soorten voeren de boventoon: vuurjuffers en de pantserjuffers. De vuurjuffers op de onderstaande foto’s waren de eersten die ik dit jaar begin juni in de buurt van de vijver kon vastleggen …

Libellen bij het Witte Meer

Behalve veel waterjuffers waren er ook genoeg libellen te zien op en langs het vlonderpad aan de oever van het Witte Meer …

Het eerste wat ik aantrof was het lege jasje van een uitgeslopen libel. Daar niet ver vandaan hing een smaragdlibel en iets verderop zat een gevlekte witsnuitlibel op het houtwerk. De laatste twee zijn viervleklibellen, zij waren die dag in de meerderheid bij het Witte Meer …

Juffers bij het Witte Meer

De laatste tussenstop tijdens onze tocht op fiets en iLark maakten Jetske en ik bij het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterzwaag. In het recente verleden moest ik eerst een kleine 500 meter lopen, voordat ik het meertje had bereikt. Tegen die tijd begonnen mijn onderdanen al flink tegen te sputteren, en bleef ik in de buurt van de bankjes aan de noordwest kant van het water. Nu ik er met de iLark kon komen, kon ik ook eindelijk een fotokuier maken over het nieuwe vlonderpad …

Dat leverde de nodige foto’s van waterjuffers en libellen op. Wat de waterjuffers betreft werd het beeld vooral bepaald door watersnuffels, zie de eerste drie foto’s hieronder. Verder heb ik nog een tangpantserjuffer en een vuurfuffer in beeld weten te vangen. Morgen komen de libellen aan de beurt … *

* naamgeving onder voorbehoud, want dat blijf ik moeilijk vinden …

Libellen bij it Alddjip

Nadat we eerder onderweg al een wat wonderlijk ooievaarsnest hadden gefotografeerd, maakten Jetske en ik tijdens onze fietstocht half juni pas bij de Lippenhuisterbrug over het Alddjip (Google Maps) de eerste echte tussenstop …

Nadat we een boterham hadden gegeten, zochten we allebei een plekje op de oever van het kleine riviertje. Erg veel waterjuffers en libellen lieten zich niet zien, maar ik wist toch een grote roodoogjuffer en een een viervlek in beeld te vangen …

Toen er even later twee hondeneigenaren aan kwamen, waarvan er eentje zijn hond het water in stuurde om een stok te apporteren, was het gedaan met de rust aan het stroompje …

Ten afscheid nog een libel, waarvan Obsidentify zegt dat het gevlekte witsnuitlibel is. En wie ben ik om dat dan tegen te spreken …

Feroaring fan lucht

Vrijdag heb ik met de iLark een ritje opnieuw gemaakt naar een plekje waar ik al vele jaren niet meer was geweest. Hier speelde zich het boek ‘Feroaring fan lucht’ (‘Verandering van lucht’) af, een boek van de Friese journalist/schrijver Rink van der Velde uit 1971. Het verhaal speelt zich af in en rond een arbeidershuisje bij de Lippenhuisterbrug (Google Maps) over het Koningsdiep ten zuiden van Beetsterzwaag. Toen ik er in oktober 1989 tijdens een fietstocht langs kwam, heb ik wat foto’s van het huisje gemaakt …

Durk Lugtigheid, alias Durk Snoad, is de vader van een huishouding met twaalf kinderen, die ergens diep in de Sweachster bossen in een oud arbeidershuisje woont. Een asociale huishouding, zo zal het zaakje tegenwoordig bestempeld worden. Durk Snoad leeft het meest van de steun vanwege niet te controleren rugklachten en van de stroperij. Hij is genetisch in opstand tegen het wettelijk gezag. Weldenkende en goedmenende mensen trachten er toch nog een fatsoenlijke huishouding van te maken en weten de familie in een huurwoning in Drachten te krijgen. Durk moet aan het werk tussen de vier muren van de Philipsfabriek aan de Oliemolenstraat. Dat kan natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen …

Het boek ligt me na aan het hart, omdat de situatie van de verhuizing van het vrije platteland naar het kleinstedelijke Drachten in de jaren 60 heel herkenbaar is. Wij verhuisden rond die tijd vanuit het kleine gehucht Echten ook naar Drachten. En ook de boerefeint van weleer kwam bij Philips terecht. Ik heb daar in 2014 een blogje over geschreven: Echten – Commissiepolle (3)

Het huisje van Durk Snoad lijkt intussen een riante woning te zijn geworden. Jammer genoeg valt er weinig meer van het huis te zien. Tussen struiken en bomen schemert een rieten dak, en wie goed kijkt, kan zien dat de naam ‘Feroaring fan lucht’, die eerst boven de deur stond, nu een prominent plekje heeft gekregen boven de klopper op de voordeur …

De natuur is er nog steeds prachtig. Het Alddjip of Koningsdiep meandert hier prachtig door het beekdal. Het grootste verschil met de situatie in oktober 1989 is eigenlijk nog dat de koeien nu aan de oostkant van de brug liepen te grazen, terwijl ze toen aan de westkant stonden. Zo gaan die dingen hier in the middle of nowhere

Naast de brug over het Alddjip zat een libellenkenner. Hij was hier naar toe gekomen voor de metaalglanslibel, en hij had hem intussen al op de gevoelige plaat vastgelegd. Ook de weidebeekjuffer laat zich hier tegenwoordig regelmatig zien, vertelde hij. Ik kwam die dag niet verder dan een poepende en een paar parende korenbouten (denk ik). Het zou best eens kunnen dat ik daar binnenkort nog eens wat langer neerstrijk …

Een libel, 2 kikkers en een ringslang

Nu het ook vandaag in een groot deel van de lage landen weer langere tijd lijkt te blijven regenen, ga ik hier nog maar even door met het verslag van die zonnige maandag 1 mei bij de ringslangen op de Delleboersterheide …


Waar Jetske in een vogelkijkhut langere tijd stil kan zitten wachten en uitkijken naar het verschijnen van een vogel, of zoals hier op de Delleboersterheide naar een ringslang, begin ik al vaak al snel wat onrustig te worden. Dan moet ik even bewegen en kijken of er nog iets anders te scoren valt. Toen Jetske vertelde, dat ze links van het vlonderpad een libel had zien zitten, besloot ik ook nog maar eens een tochtje over het vlonderpad te maken …


Tot mijn geluk hing de smaragdlibel nog steeds aan een lange grasspriet. Hij bleef ook rustig hangen terwijl ik met de camera om hem heen draaide. Vermoedelijk was hij nog niet zo gek lang geleden uitgeslopen en hing hij nu nog uit te harden in de zon. Bewijs vonden we daar niet voor, want een oudje jasje was er niet te vinden…

Een stukje verderop zag ik weer een paar kikkers zitten. De ene was groenbruin, de andere bruingroen. Het determineren van groene kikkers valt ook nog lang niet mee …


Terug op mijn plekje kreeg ik niet eens de tijd om weg te dromen, want de volgende ringslang zwom al snel van links naar rechts voorbij. Jetske had niks teveel gezegd, ringslangen fotograferen was hier een makkie …

morgen gaan we naar de apotheose van de ringslangensessie