Naar het Dwingelderveld

Vorige week zijn fotomaatje Jetske en ik voor de verandering eens op woensdag op pad gegaan. Om het Whilly niet al te lastig te maken, stelde Jetske voor om naar het Dwingelderveld te gaan. Daar liggen mooie fietspaden waar Jetske al een aantal jaren achtereen regelmatig op zoek gaat naar vogels als de grauwe klauwier. Zelf was ik er al jarenlang niet meer geweest …

Te midden van het frisse voorjaarsgroen trokken we het bos in, ik rollend, Jetske lopend aan mijn zijde. Het is nog steeds wennen om vanuit deze positie in letterlijke zin naar mijn fotomaatje op te moeten kijken, maar dat komt wel. Al snel passeerden we verschillende waarschuwingsborden …

Even later stonden we bij een serie informatiepanelen van ASTRON. ASTRON is de nationale organisatie voor onderzoek en ontwikkeling op radio-astronomisch gebied. ASTRON houdt zich vooral bezig met de ontwikkeling van instrumenten en faciliteiten voor de radioastronomie en het bouwen van de infrastructuur daarvoor. Het is een vrij internationaal gerichte organisatie, die nauwe contacten heeft met het bedrijfsleven …

Het grootste gedeelte van de kantoren van ASTRON bevindt zich hier bij Dwingeloo op de locatie van de Dwingeloo Radiotelescoop. Nadat ik wat foto’s had gemaakt van de informatiepanelen, richtte ik mijn camera op de grote schotel achter het hek …

Op de voet van de volledig draaibare en kantelbare schotel zag ik de naam CAMRAS staan. Stichting CAMRAS is een non-profit vrijwilligersorganisatie die de Dwingeloo Radiotelescoop tegenwoordig beheert, onderhoudt en gebruikt …

Terwijl ik helemaal opging in die grote schotel, zag ik vanuit een ooghoek, dat Jetske ca. 100 m verderop naar me stond wenken …

Het mysterie van Wiuwert

Vanmiddag vroeg matroos Beek in een reactie op mijn weblog of ik wel eens bij de mummies in Wiuwert was geweest. Die vraag kon ik bevestigend beantwoorden, maar dat is al zeker 40-50 jaar geleden. Maar toevallig stond er nog wel een blogje in concept klaar over de kerk van Wiuwert. Daarom vandaag even een extra editie …

Toen ik begin maart samen met fotomaatje Jetske op zoek was naar weidevogels in de buurt van Wommels, kwamen we langs de kerk. Op de terugweg stelde ik voor om daar even een tussenstop te maken. Je weet maar nooit, misschien was de deur van de kerk open. Zoals zo vaak, kwamen we ook hier echter weer voor de dichte deur. We hebben wel afgesproken om er nog eens naar toe te gaan tijdens openingstijd …

Die dag hebben we het gelaten bij een snel rondje om de kerk. De zuidgevel van de kerk, waarvan het oudste deel uit de 12e-13e eeuw stamt, ziet er prima uit. Aan de noordkant is het een ander verhaal, daar lijkt een steunbeer het (weer) begeven te hebben. Bij Omrop Fryslân is te lezen dat daar al langer en vaker problemen mee zijn geweest. ‘De kerk verzakt, maar de mummies zijn niet in gevaar …’

Toch nog maar eens een kijkje bij de mummies nemen, voordat het eeuwenoude raadsel is oplost.

‘In 1765 zijn twee timmerlieden met het interieur van de Nicolaaskerk bezig wanneer ze besluiten stiekem een kijkje te nemen in de kelder. Wat ze daar aantreffen? Elf doodskisten. Na het openen van de eerste kist, rennen ze gillend het pand uit. Maar nieuwsgierigheid neemt de overhand en zodoende keren de mannen terug … ‘ Van (NPO – 3 op Reis)

Wat een snavel!

Nadat we de zeearend hadden gespot, verlegde de excursieboot zijn koers een paar maal. Ik was het gevoel voor richting en locatie al lang kwijt. Ik weet alleen dat we weer enige tijd tussen rietvelden, petgaten en open water voeren …

Na een minuut of tien kregen we de zeearend opnieuw te zien. We waren om zijn uitkijkpost heen gevaren, zodat we hem nu van wat dichterbij konden zien. Hij zat mooi in het zonlicht, waardoor zijn grote gele snavel niet te missen viel …

Eigenlijk had de boot daar moeten blijven liggen, tot de vogel van zijn uitkijkpost op zou vliegen. Dat zat er echter niet in. Na enige tijd verlieten we de rietlanden, waarna we tijdelijk terechtkwamen in de ‘bewoonde wereld’ van de Alde Feanen …

– wordt vervolgd

Eerste zicht op de zeearend

De oude legakkers waar we langs voeren, zijn nog steeds van historisch belang. Maar de actualiteit bevond zich in de bomenrij verderop. Het geoefende oog van onze gids had daar de gestalte van een zeearend herkend …

En warempel, in de meest linkse van een groepje bomen zat een zeearend. Door wat verder in te zoomen werd de machtige vogel met die enorme snavel beter zichtbaar.

Hoewel hij nog op de rode lijst staat, gaat het goed met de zeearend in ons land. Sinds 2017 broedt hij hier met succes in de Alde Feanen, en sindsdien heeft de zeearend zich op verschillende andere plaatsen in ons land gevestigd …

Hiermee was de excursie wat mij betreft al geslaagd, we gingen op zoek naar de zeearend en we vonden hem. En daar zou het niet bij blijven. In de loop van de dag zouden we hem steeds wat beter te zien krijgen. We vervolgden onze tocht en passeerden o.a. een aalscholverkolonie. De huisvesting van de aalscholvers is goed herkenbaar aan de takken die van onder tot boven wit uitgeslagen zijn van de vogelpoep …

En voort ging de tocht. Nu eens tussen de beschutting gevende bomen van een stuk moerasbos, dan weer over open water, waar de straffe noordoostenwind het nog steeds niet aangenaam maakte. Dat was goed te zien aan de kleding van de passagiers ook. Behalve het zekerheidshalve toch maar van Aafje geleende vest, had Jetske ook de capuchon van haar eigen vest maar opgedaan …

– wordt vervolgd

Zwermende grutto’s

Gisteren liet ik hier al wat foto’s zien van weidevogels in het plasdras-land in de Surhuizumermieden. Omdat de vogels te ver weg bleven voor close-ups, ben ik me na enige tijd gaan richten op de grote groep vogels die in de verte regelmatig opvloog …

De zwerm vogels die de lucht vervolgens een tijdlang doorkliefde, bestond vooral uit grutto’s met daarbij af en toe wat kemphanen en kieviten. Hieronder een deel van de foto’s die ik daarvan heb gemaakt …

Zodra de vleugels voldoende waren gestrekt, streken ze weer neer in en rond de plas verderop in de landerijen …

Dan nog even dit …

Wie mijn rolmaatje Whilly en mij in actie wil zien tijdens ons ritje bij de Dellebuursterheide, kan daarvoor terecht op het weblog van mijn fotomaatje Jetske: De eerste kuier op wielen

Winterjuffers en de boswachter

Er stonden twee hobbyfotografen met grote toeters op de libellenvlonder, toen ik er die dag voor de tweede keer ratelend naar beneden rolde. Op mijn vraag of ze nog wat interessants hadden gezien, luidde het antwoord: ‘Geen ringslangen of hagedissen als je daar op doelde …’

‘Dan hebben we vanmorgen geluk gehad met de twee ringslangen die we hebben zien passeren,’ reageerde ik op mijn beurt. Daarna kregen we het over het enige andere levende wezen dat ik er ’s ochtends had gezien: een waterjuffer. ‘Dat binne brúne winterjuffers‘, vertelde een van mannen. Zij hadden ze zojuist ook uitgebreid geportretteerd. Toen een van de mannen me speurend naar de korte rietstengels in het water zag kijken, wees hij me op zo’n juffertje: ‘Sjoch, dêr sit der ien …’

Intussen was Jetske er ook weer bij gekomen. Terwijl de beide mannen even later vertrokken, kwam ook de gebiedsboswachter van It Fryske Gea nog even bij ons op de vlonder. Toevallig hadden Jetske en ik het er al even over gehad, dat het eigenlijk prima ging met Whilly. Alleen bij één van de twee klaphekjes moest ik even opstaan om de rolstoel door de krappe opening te helpen …

De hekjes op zich zijn wel breed genoeg, maar vaak worden paadjes uitgehold door de vele mensen die er in de loop der jaren steeds één voor één langs lopen. Daardoor blijft er net wat te weinig ruimte over mijn toch bepaald niet brede rolstoel. Jetske deed het verhaal aan de boswachter. Nadat we nog een tijdje genoeglijk hadden zitten praten, nam de boswachter even later afscheid met de boodschap: ‘Ik zal daar meteen even kijken en dan maak ik er even een notitie van …’

Toen Jetske en ik korte tijd later bijna weer bij de parkeerplaats waren, kwam de boswachter stapvoets achter ons aan. Eenmaal op het parkeerterrein, draaide de boswachter het raampje van zijn auto naar beneden: ‘Ik had een schep in de auto, dus ik heb het meteen even hersteld.’ Wat een service! Nadat we hem vriendelijk hadden bedankt, heb ik Whilly soepeltjes de auto in geholpen …

Jetske en ik konden terugkijken op een mooie dag met een geslaagd debuut van Whilly. Ik denk, dat we nog wel eens vaker met elkaar op pad zullen gaan. Vanaf nu heb ik behalve een fotomaatje ook een rolmaatje (met dank aan @erna) …

Terug naar de Catspoele

Vanaf het oude bankje bij het bruggetje liepen en rolden we via dezelfde route terug. Langs de oude eik, over het lange rechte pad, door het net wat te krappe klaphekje en door het bos …

En zo kwamen we vanzelf weer langs de Catspoele. Omdat Jetske op dat moment even was achtergebleven in het bos om daar nog een paar foto’s te maken, rolde ik nog even weer naar de libellenvlonder …

Dit is voor mij een mooi moment om even de tweede ringslang van die dag te tonen. De eerste ringslang was ’s ochtends van oost naar west over gestoken. De tweede zwom korte tijd later in tegengestelde richting vlak voor de vlonder langs. Dit exemplaar liet ook een paar maal zijn tastende en ruikende tong mooi zien …

Verder was er op het eerste gezicht niet veel te zien. Maar schijn bedriegt …

wordt nog één keer vervolgd