Anders dan verwacht

De dag verliep gisteren anders dan verwacht. Om te beginnen besloot Aafje in bed te blijven, nadat ze zondagavond al wat ziek was geworden. Toen Jetske rond half elf uit de auto stapte, zag ik meteen dat zij ook niet echt fit was. Ze was al op tijd van huis gegaan, omdat ze eerst bloed moest laten prikken. Maar onderweg naar ons huis, merkte ze dat de zondag begonnen rugpijn toch nog knap vervelend was …

Nadat ik Jetske van koffie met wat lekkers had voorzien, heb ik haar met de rug tegen het verwarmingsdekje op van mijn stoel gezet. Het was dus al snel duidelijk dat er van een ritje en een fotokuier niks terecht zou komen. Maar dat was helemaal niet erg, mijn benen waren ook niet op hun best. Bovendien bleef het de hele dag grijs en miezerig …

We hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om weer eens uitgebreid bij te praten over van alles en nog wat. Met goede gesprekken zijn we 28 september 2006 al begonnen. Aan het eind van onze eerste gezamenlijke fotokuier in de Weerribben raakten we op het bankje bij het witte bruggetje aan de praat. Omdat het gezellig en leerzaam was geweest, maakten we een vervolgafspraak voor drie weken later in Fryslân …

De rest is geschiedenis. Al 19 jaar lang gaan we 1 of 2 keer per maand samen een dagje op pad, de ene keer in de Kop van Overijssel, de andere keer in Fryslân. De fotografie en onze kuiertjes – die voor mij regelmatig uitlopen op een pittige conditietraining – staan nog steeds centraal. Maar we hebben vooral vanaf dag één ook erg leuke persoonlijke klik. Bij Jetskes’ vertrek hebben we gistermiddag afgesproken dat we nu eerst voor de 20 jaar gaan …

Met uitzondering van de laatste foto, dateren de bijgaande foto’s van de eerste fotokuier die we op 28 september 2006 hebben gemaakt in de Weerribben.

Een juffer en een libel

Om de afwisseling er wat in te houden, heb ik – tussen het maken van de slow motions van diverse insecten door – ook regelmatig even een foto gemaakt van een bezoeker in de tuin. Hieronder hangt op de linker foto een houtpantserjuffer aan de lange steel van de ijzerhard. Rechts zit een heidelibel op een zaaddoosje van de blauwe iris …

Gele bloemetjes en een libel

Voordat het dinsdag warm begon te worden, heb ik ’s ochtends weer eens een ritje op de iLark gemaakt. Eerst via de zuidelijke rand van Drachten en daarna via de Forten en de Súderskarren weer huiswaarts …

Bij het bruggetje over het Stroomkanaal heb ik even halt gehouden. In het water bloeiden kleine gele bloemetjes, die ik niet thuis kon brengen. Dat lukte Obsidentify overigens ook niet. Helemaal van slag opperde de app dat het een gele plomp was. Nou ja zeg … **

Een libel, waarschijnlijk een steenrode heidelibel, wilde wel even voor me poseren. Hij liet zelfs toe dat ik voorzichtig van positie wisselde om een andere achtergrond te krijgen …

Daarmee had het ritje wat mij betreft aan de verwachtingen voldaan. Terug thuis merkte ik later dat 12,5 km eerst ook wel weer even genoeg was geweest …

**Liesbeth/@staartje heeft intussen via Plantnet ontdekt dat het gaat om watergentiaan. Dankjewel!

Zelfde bankje, andere libel

“Kijk, de dieren zochten je toen al op …,” schreef Sjoerd gisteren in reactie op de foto van de libel op het bankje. Nou leest Sjoerd hier al sinds ongeveer 2006 mee, dus enige voorkennis kan hem niet worden ontzegd. Hij heeft dus ook wel gelijk, want er kwam ook meerdere keren een hagedisje bij me zitten …

In de periode 2005-2015 maakte ik gemiddeld twee keer per week een fotokuier in het Wijnjeterper Schar, in het Fries: Weinterper Skar. Dit is een klein Natura 2000-gebied ten zuidoosten van Drachten. Wanneer ik daar op één van de bankjes neerstreek, kwam er regelmatig een libel of waterjuffer bij me zitten. Deze bruinrode heidelibel kwam er in september 2007 even gezellig bij …

Op een rugleuning

Aanhoudende vermoeidheid en krachteloze onderdanen weerhouden me er nog steeds van om regelmatig even een fotokuiertje te maken. Om de fleur er toch wat in te houden, doe ik voorlopig zo nu en dan een greep in mijn archief. Deze libel kwam in september 2008 naast me zitten op rugleuning van een bankje in het Weinterper Skar …

Pas uitgeslopen libellen

Vandaag even wat foto’s uit de oude doos. Maandag had Bushcrafter een paar foto’s van de larvehuid van een uitgeslopen libel op zijn blog staan. Omdat dit een nieuw fenomeen voor hem was, heb ik even wat foto’s opgezocht uit mei 2008.

Jetske en ik – ja, zo lang en nog langer gaan wij als fotomaatjes door het leven – waren die dag samen in het Weinterper Skar op pad. Daar vonden we bij de dobbe een paar libellen die echt nog maar net waren uitgeslopen …

De meeste soorten libellen leven hooguit een paar maanden als volwassen insect. Voordat de libel zo’n mooi gevleugeld insect is, leeft hij eerst geruime tijd onder water als larve. Bij sommige soorten duurt dat stadium één tot twee jaar, bij andere soorten kan het wel vijf jaar duren. Al die tijd vervelt hij verschillende keren en gaat de larve als een geduchte jager en vreetmachine door het leven. Hij lust zo ongeveer alles van zoetwaterpissebedden en dikkopjes tot kleine stekelbaarsjes. Tegen het eind van de larvetijd kruipt hij omhoog langs een water- of oeverplant …

Als de larve een geschikte uitsluipplek heeft gevonden, houdt hij zich stevig vast en vervelt voor de laatste keer. De huid van kop en borststuk barsten open en heel langzaam komt de volwassen libel eruit. Wanneer kop, borststuk en poten eruit zijn, grijpt de libel zich vast en trekt zijn achterlijf uit de larvenhuid …

Als de libel uit de larvehuid is gekropen, pompt hij zijn achterlijf en vleugels op. Daarna moeten de vleugels nog drogen en uitharden, dat kan nog enige tijd duren. Uiteindelijk kiest de libel het luchtruim, waarna hij enkele weken of een paar maanden door het leven gaat als een geduchte vliegende jager …

We vonden die dag een paar verschillende soorten uitsluipende libellen. Op de eerste 4 foto’s is de smaragdlibel te zien, op de 5-delige serie hierboven staat een viervlek libel. Wil je alles weten over het uitsluipen, dan kun je hier terecht: de levenscyclus van libellen.

Kortom: het was een topdag voor het laag-bij-de-grondse werk. Dat kon toen nog. Tegenwoordig waag ik me daar maar zelden meer aan. Zo diep als Jetske ben ik dankzij het kantelbare schermpje van mijn camera nooit hoeven gaan. Door de knieën zakken lukt nu ook nog wel, maar ik moet vervolgens ook weer omhoog, en dat wordt met de week moeilijker. Gelukkig heb ik de foto’s nog …

Paddenstoelen in de Deelen

De laatste keer dat ik een rondje in de Deelen heb gelopen, was in januari van dit jaar. Op 10 oktober was ik weer voldoende bijgekomen van de wat te zware fotosessie met mijn fotomaatje op de begraafplaatsterp bij Nes, dat ik het wel durfde te wagen om weer eens een kijkje in de Deelen te nemen …

Terwijl ik over de vlonder liep, maakten de eenden dat ze weg kwamen door zich terug te trekken onder de begroeiing op de wal. Het petgat lag er al snel roerloos bij. Een aantal wortelstokken van de gele plomp dreef op het oppervlak …

Verderop langs het pad trof ik wat paddenstoelen aan de zijkant van het pad aan. Paddenstoelen vormen de laatste jaren sowieso al een uitdaging, ditmaal werd het met mijn rugblessure en wandelstok echt een pittig klusje om er een paar foto’s uit te kunnen persen. Door de knieën zakken gaat nog altijd prima, maar de weg terug omhoog is elke keer een stukje lastiger. Maar goed, ik heb de strijd gewonnen …

Na de derde paddenstoel vond ik het welletjes en besloot ik rechtsomkeert te maken. Onderweg naar de picknicktafel bij het parkeerterrein zat een libel op me te wachten op de nieuwe plank van de vlonder …

– morgen meer