Vrijdag de dertiende

Toen ik gisteren aan het eind van de ochtend tussen Goëngahuizen en Pean over de Peansterdyk reed, zag ik weer eens een bruine kiekendief over de oevers van de Botmar zweven. Een dag eerder had ik hem daar ook al gezien, en toen heb ik zelfs een paar foto’s van hem kunnen maken, maar omdat ik daar niet echt tevreden over was, besloot ik in de herkansing te gaan. Om het overige verkeer op de smalle weg niet te hinderen, zette ik de auto op de dam van één van de weilanden …









Dat was geen goed plan, want ik stond er nog geen vijf minuten, toen een grote tractor met een graswagen uitgerekend daar de weilanden in moest om gras van het land te halen. Er restte me niets anders dan te verkassen en de auto een stuk verderop in de berm te zetten. Toen ik achterom keek, zag ik de tractor over het pad het land in stuiven …









Terwijl de loonwerker aan het werk ging, richtte ik mijn blik weer op de oevers van de Botmar. De kiekendief was intussen in geen velden of wegen meer te zien, maar dat maakte de aanblik van het landschap niet minder mooi …









Toen ik korte tijd later de blik weer de andere kant op wendde, zag ik dat er in het weiland iets niet helemaal in de haak was. De loonwerker had een bocht iets te ruim genomen, waardoor de tractor gevaarlijk scheef boven een sloot hing. Ik lijk een abonnement hebben op dit soort taferelen in een weiland …









Er werd naarstig telefonisch overleg gevoerd om hulptroepen ter plekke te krijgen. Dat gaf mij de gelegenheid om mijn blik weer over de oevers van de Botmar te laten glijden. De kiekendief was weg en bleef weg, maar er hing nu wel een biddend torenvalkje boven het weiland met de hooibalen …









Amper vijf minuten later denderden er twee tractoren over het zandpad en door het weiland naar de plek des onheils. Daar werden de twee tractoren netjes vóór de vastgelopen tractor gemanoeuvreerd …









Enkele minuten later kwam de trein met veel geweld in beweging. Dat werd een aantal eenden wat te veel van het goede, verschrikt vlogen ze op om hun heil elders te zoeken …









Nadat de mannen nog even hadden staan bijpraten en ze blijkbaar hadden geconstateerd dat er geen schade was aan de graswagen en aan de koppeling waarmee hij aan de tractor was verbonden, ging ieder weer zijns weegs …









De bruine kiekendief kreeg ik niet meer te zien, maar ten afscheid van deze scène trippelde er nog wel even een witte kwikstaart voorbij. Al met al was het voor vrijdag de dertiende toch geen slechte start …   🙂








Luidruchtig onderhoudswerk

Nadat ik vorige week maandag samen met Aafje een fotokuier had gemaakt naar de dobbe aan de noordkant van het Weinterper Skar, besloot ik gistermiddag weer eens naar het bankje bij de vennetjes aan de zuidkant te gaan. Daar zat ik nog niet eens zo gek lang, toen ik van rechts het geronk van een kettingzaag gestaag naderbij hoorde komen …





Stukje bij beetje kwam vanuit noordelijke richting een kraan die als hoogwerker werd gebruikt dichterbij …





Gelijktijdig kwam er vanaf de zuidkant van het pad een tractor met een maai-arm mijn kant op …





Zodra de maaimachine wat te hard over de droge bosbodem schraapte, werden grote stofwolken opgeworpen. Gelukkig zat ik bovenwinds …





Hoewel de loonwerker met de kettingzaag me vriendelijk groette, voelde ik me allerminst prettig tussen de ronkende machines …





Er restte me niets anders dan het bankje maar te verlaten, want om nou een tak in mijn nek te krijgen, dat leek me ook niks …





Nog even een blik vanaf de ene kant …





Nog een plaatje vanaf de andere kant …





Daarna ben ik over een hindernisbaan van afgezaagde takken maar op de auto aan gegaan om mijn heil en rust elders te zoeken …





Het was weer eens wat anders, maar dit hoeft voor mij niet al te vaak, ik geef toch de voorkeur aan het gezelschap van libellen op dat bankje.