Een lantaarntje op ’t hout

Hoewel omgeven door water, rietkragen en weilanden waren er ook in en rond ‘onze datsja’ dit jaar schrikbarend weinig insecten te zien …

Op één van de minder warme augustusdagen streek dit lantaarntje neer op het relatief warme houten schild van een van de muren …

Nadat ik blijkbaar een verkeerde beweging had gemaakt, vloog het frêle juffertje op. Na een korte vlucht streek ze neer op één van de hoeken van de woning. Dat leverde me de mooiste foto op …

Skywatch Friday 431

Op de eerste dag van onze vakantie werd ik ’s avonds getrakteerd op een mooie bijzon, die heel langzaam en subtiel veranderde van kleur en vorm …

On the first day of our holiday I was treated to a beautiful sundog in the evening, which changed very slowly and subtly in color and shape …

Wil je meer Skywatchfoto’s zien? Klik dan op het logo …

Wanna see more Skywatch photos? Just click the logo …

Skywatch Friday

Prettig weekend! … – … Enjoy your weekend!

Oppasdienst

Begin mei hadden Aafje en ik opnieuw het voorrecht om ruim een week op Oskar te mogen passen. Oskar is intussen uitgegroeid tot een prachtige schapendoes die deze maand een jaar oud wordt …

In februari/maart hield hij ons ’s nachts nog wel eens blaffend of jankend uit de slaap. Inmiddels heeft hij ons – het ene moment speels & dartel en even later rustig & bedaard – volledig geaccepteerd als zijn reserve-baasjes …

Omdat er rondom het huis ook ditmaal weer van alles te fotograferen was, zal ik daarvan de komende tijd op mijn weblog het en ander de revue laten passeren …

Ja … #metoo

Terwijl de slotmuziek van ‘Pauw’ gisteravond al klonk, kreeg Jeroen Pauw van een van zijn tafelgasten de vraag of hij in het kader van #metoo zelf ooit een intieme ervaring had gehad. “Vele”, antwoordde hij met een knipoog, waarna hij vervolgde met: “maar als je een ongewenste intieme ervaring bedoelt … ja, die heb ik ook eens gehad …” Terwijl hij in enkele bewoordingen de gebeurtenis en de situatie schetste, herinnerde ik me ineens dat ik ook ooit een dergelijke ervaring had opgedaan …

We schrijven zomer 1978. Ik was jong, ik had geen verkering en ik wilde wel eens wat. Daarom besloot ik dat jaar in de vakantie, in navolging van andere mensen die daar ervaring mee hadden opgedaan, liftend Europa in te trekken. Zo gezegd, zo gedaan. Omdat ik geen zin had om wellicht meteen al bij een bekende in de auto terecht te komen, legde ik op een zaterdagochtend de eerste etappe naar Heerenveen af met de bus. Daar ging ik met mijn rugzak en een kartonnen bordje met de tekst “VER WEG” aan de kant van de weg staan …

Om een lang verhaal kort te maken: het werd een onvergetelijke vakantie, waarin ik diverse spannende ervaringen heb opgedaan, mooie en minder mooie. Eén van de minst prettige ervaringen deed zich op de terugweg voor.

Vanuit Briançon in de Franse Alpen kreeg ik die donderdag de hele dag alleen maar liften die me maar kleine stukjes huiswaarts voerden. Pas ’s avonds laat kreeg ik net ten zuiden van Lyon een lift die me in één keer mee kon nemen tot Parijs … en wat voor een lift … Er was een grote, niet onooglijke Amerikaanse wagen voor me gestopt. Een oudere man, grijs en kalend – hij zal toen misschien een paar jaar ouder zijn geweest dan ik nu ben – zwaaide de deur aan de passagierskant open. Natuurlijk kon ik meerijden tot Parijs, zei hij lachend op mijn kartonnetje wijzend. Met een joviaal gebaar maakte hij duidelijk dat ik mijn rugzak wel op de achterbank kon leggen. Daar gingen we …

Terwijl we over het Franse asfalt zoefden, voelde ik me de koning te rijk … in één ruk in een grote Amerikaan door naar Parijs, dat schoot tenminste op. Lang duurde die vrolijkheid echter niet. Ik was moe, waardoor een gesprek in het Frans op dat tijdstip niet zo goed meer wilde vlotten. Terwijl ik even wat weg dommelde, voelde ik ineens wat op mijn linker bovenbeen … Wat zouden we nou beleven …?

Nadat ik de hand van de man met een krachtig uitgesproken “Mais non, la main pas la! Comprend!?” had weggeduwd, begon de man tegen me te zemelen … “Aah, mais tu est un grand jeun garçon …”  Toegegeven, ik zag er natuurlijk niet slecht uit in die tijd – zie bovenstaande foto  – maar dit zag ik toch niet zo zitten. Maar het duurde niet lang of ik voelde de rechterhand van de man opnieuw over mijn bovenbeen strelen. Met een tik op zijn vingers maakte ik hem nogmaals duidelijk dat ik hier niet van gediend was. Opnieuw was een slijmerig Frans gemurmel mijn deel.

Intussen nam ik de situatie eens in ogenschouw. Nog bijna 400 km tot Parijs … Dat kwam niet goed op deze manier natuurlijk. Gelukkig werd op de bebording langs de weg intussen aangegeven dat we een benzinestation met restaurant naderden. Mezelf groter en sterker voordoend dan ik in werkelijkheid was, zei ik gebiedend: “Arête la, s’il vous plaît.” Dat leek de man nog niet meteen van plan te zijn, maar nadat ik het nog eens had herhaald, nam hij gelukkig toch de afrit. Zodra we stil stonden, overwoog ik even of ik de contactsleutel van de auto te pakken moest zien te krijgen. Dat bleek echter gelukkig niet nodig. De man bleef wat beteuterd en overdonderd zitten, zodat ik rustig uit kon stappen. Terwijl ik me door het achterportier naar binnen boog om mijn rugzak van de achterbank te pakken, had de man zich omgedraaid. Op zijn knieën zittend boog hij zich over de rugleuning heen met de bedoeling om mij te omhelzen en te kussen …

Nadat ik mezelf èn mijn rugzak in veiligheid had gebracht, heb ik het achterportier dicht gegooid. Daarna ben ik door het nog steeds geopende voorportier nog even lekker in het Fries tegen hem tekeer gegaan en heb ik hem op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt dat hij heel snel moest maken dat hij weg kwam. En dat deed hij!

In het vervolg van de terugreis waren de goden me gunstig gezind. Ik was nog maar nauwelijks bekomen van de schrik, toen ik opnieuw een lift kreeg. Ditmaal was de chauffeur een vriendelijke dertiger die goed Engels sprak, en de wagen … een gele sportwagen, een tweezitter waarbij mijn rugzak maar net in de bagageruimte paste. Maar het was gezellig en een paar uur werd ik op een gunstige plek aan de noordoost kant van Parijs gedropt. Daar kreeg ik vrijwel aansluitend een lift die me in één keer naar Den Haag bracht. Het liften moe, heb ik daar vandaan de trein naar Fryslân gepakt.

Dus, ja … #metoo
Maar verder was het een geweldige vakantie!

En nu weer verder …

Het was de afgelopen weken eigenlijk wel lekker bloggen met die vakantie op Terschelling nog vers in het geheugen en enkele honderden foto’s in het archief. Eigenlijk zou ik de draad nu weer enigszins normaal moeten zien op te pakken, maar dat zit er nog niet in …

Om te beginnen hebben de kleinzonen Tijmen en Pepijn besloten om de eerste dagen van mijn zestigste levensjaar op feestelijke wijze luister bij te zetten door hier maar weer eens een paar dagen te logeren. Nadat Aafje vanmorgen het ochtendprogramma voor haar rekening had genomen met Memory en andere bezigheden, ben ik vanmiddag met de mannen naar het speeltuintje getogen. Daar hebben we eerst de bal een paar maal rond laten gaan, waarna ik lekker op het bankje ben gaan zitten. De jongens vermaakten zich intussen wel …

Daar komt nog bij dat Aafje vandaag is begonnen aan de tweede helft van haar vakantie. Als de MS en de Acnes zich wat blijft gedragen zoals dat de afgelopen week het geval is, dan zullen we er na afloop van de logeerpartij van de jongens samen waarschijnlijk ook nog wel eens een dagje op uit trekken. Kortom: van enig vast ritme is vooreerst nog geen sprake, maar we vermaken ons wel. 🙂

Langs de waterlijn

“Binnen zitten, kunnen we thuis ook wel …,” zei Jetske nadat ze haar bagage een plekje had gegeven in ‘ons huis voor een week’. En dus togen we gedrieën opnieuw naar het strand …

Een boei op het strand is geen baken op zee …

Jetske en Aafje op het strand …

Een eenzame meeuw boven een schuimende zee …

Er was helaas weinig bijzonders te vinden langs de waterlijn, deze dode krab was zo ongeveer het meest fotogenieke object dat ik er heb aangetroffen …

De fotograaf aan het werk …

Nadat we een tijdje langs de waterlijn hadden gebanjerd, eindigde deze strandwandeling op een plekje in de luwte op het terras van de plaatselijke strandtent. De koffie ging er goed in ….

Weerzien met het strand

Nadat we ons hadden geïnstalleerd in ons stulpje voor de komende week, zijn we in de loop van de middag op pad gegaan om datgene te doen waarvoor we eigenlijk waren gekomen: het strand weer eens zien en de zee weer eens horen …

Om dat te bereiken moest ik meteen flink aan de bak, want om zee en strand weer te kunnen zien, moesten we bij één van de strandopgangen eerst een knap stukje klimmen om de duinenrij te overwinnen. Eenmaal boven lagen zee en strand in hun volle omvang aan onze voeten …

Met amper 15 graden op de thermometer was het bepaald geen strandweer, maar dat vond ik helemaal niet zo erg. Dankzij de regen van dag ervoor en het uitblijven van de zon nadien, lag het strand er lekker hard bij en dat maakte het lopen een stuk makkelijker dan het rulle zand dat we later in de week zouden treffen …

Onder een stemmig grijs wolkendek wierp Oerol in de verte zijn schaduw vooruit met de bouw van een indrukwekkende stellage op het strand …

Aan de vloedlijn stapten heel toepasselijk een paar scholeksters heen en weer. Waarom dat toepasselijk is …? Wel, de scholekster heet in het Fries ‘strânljip’. Als we dat letterlijk vertalen, dan is dat een ‘strandkievit’, want strand is in het Fries ‘strân’ en de kievit heet in het Fries ‘ljip’ …  😉

Daarachter wierp de kolkende watermassa voortdurend grote plakken schuim op het strand …

Voordat we het strand weer achter ons lieten, was een eenzame meeuw bereid om nog even voor me te poseren …