Weer een storm overleefd

Niet alle lampionnetjes hebben de rukwinden van Ciara en de regenvlagen van Dennis goed doorstaan. Maar ondanks alle natuurgeweld, hing er gistermiddag nog steeds een tiental lampionnetjes vrolijk wapperend in de wind. Dit waren er twee van …

Toen mijn fotomaatje Jetske hier vorige week was, ontdekte ze dat Ciara schijnbaar een takje met drie lampionnetjes uit de plantenbak had geplukt. Die had ze vervolgens heel sympathiek naast ons vijvermeisje op de rand van de vijver gelegd …

Met het oog op de komst van Dennis heb ik dat takje voor het weekend maar even gezekerd door er een steen op te leggen. Twee van de drie lampionnetjes kwamen daarbij mooi op de warm ingepakte bovenbenen van ’t vijvermeisje te liggen. Gistermiddag hing de bovenste van het drietal zachtjes in de zon heen en weer te wiegen. Als je de 2 foto’s hierboven vergelijkt met de 2 hieronder, dan is meteen duidelijk wat een beetje zon met de wereld doet …

Ik sluit af met een mooi lampionnetje dat nog boven de plantenbak hing. Bij dit exemplaar is mooi te zien dat de bovenkant van het kelkje alleen nog uit nerven bestaat, terwijl verder naar beneden het vliesje er nog goeddeels omheen zit …

Man, vrouw, mees

Vandaag begin ik met een paar foto’s die ik drie weken geleden van de hazelaar heb gemaakt. Dat is tenslotte een beeldbepalend, ’s zomers zelfs dominant onderdeel van onze tuin. Gisteren kon je hem door een druppel heen nog op zijn kop zien staan.

Vandaag gaat het me om de bloeiwijze van de hazelaar. De hazelaar is een zogenaamde naaktbloeier: hij bloeit voordat de bladeren aan de boom of struik verschijnen. Voor de bestuiving is de hazelaar afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke bloei kent iedereen wel, dat zijn de opvallende langwerpige, geelwitte katjes die vaak al in januari vrolijk hangen te wapperen …

De vrouwelijke bloemetjes zijn een stuk minder bekend. Het zijn kleine rode bloempjes, die zo onopvallend zijn dat veel mensen ze nog nooit gezien hebben. Staand onder onze hazelaar valt het ook niet mee om ze met het blote oog te zien, daarvoor hangen ze al bijna te hoog. Om ze goed te tonen, komt de macrolens er eigenlijk aan te pas, maar ook daarvoor hangen de bloempjes te hoog. Ik volsta daarom met een uitsnede van de eerste foto …

En de mees …?

Dat is de koolmees die ik zaterdagochtend in de hazelaar kon fotograferen. Op die foto is mooi te zien dat de kleur van de katjes al flink is veranderd. Ook kun je zien dat de structuur van de katjes een stuk opener is dan op de eerste foto. Na de passage van Ciara is het meeste stuifmeel er intussen wel uitgewaaid …

Stoarmige moandei

Hopelijk heeft Ciara bij de meesten van jullie weinig of geen schade aangericht. Dat dat niet overal is gelukt, is op het weblog van mijn fotomaatje te zien, daar werd een appelboom wat al te innig geknuffeld door Ciara: ‘Schade door winterstorm Ciara’.

Zelf heb ik gelukkig geen foto’s kunnen maken van stormschade in de tuin. De enige zichtbare schade bestaat uit wat loshangende twijgjes aan de onderkant van het duivennest in de hazelaar. Dat is de moeite van het fotograferen niet echt waard …Stormy Monday - 1

Omdat mijn benen vandaag een draagkracht van naar schatting 0.5 hebben, laat ik het even bij een paar foto’s uit het archief. Deze foto’s heb ik aan de noordkant van de Leijen (Google Maps) gemaakt op een onstuimige dag in februari 2008 …

Buiten is het nog steeds rûzich, binnen is het met bijpassende muziek goed toeven …

Vandaag even niet

Sinds augustus vorig jaar staat hij sierlijk en fier te pronken aan de rand van de vijver, maar vandaag even niet. Zekerheidshalve heb ik de hem maar even naar binnen gehaald. Tot Ciara is gepasseerd, ligt de heksenbol veilig tussen de noten en een peer in de fruitschaal …

De lampionnetjes hangen op dit moment nog ongeschonden en vrolijk te wapperen in de wind. 🙂

Overleven ze de storm?

Van enige afstand is onze lampionplant momenteel een rommeltje …

Maar zodra je er even wat op inzoomt, dan zijn de lampionnetjes nog steeds de moeite waard. Hoe ouder ze worden, hoe fijner de nerven op de kelkjes worden. En hoe beter het oranje besje in het kelkje zichtbaar wordt …

Gistermiddag heb ik nog even wat close-ups van een aantal van de lampionnetjes gemaakt. Dat viel nog niet eens mee, want het was dan wel mooi weer, maar het was niet bepaald windstil. Of het overmorgen ook nog lukt om ze ongeschonden te fotograferen, is maar zeer de vraag. Daarvoor moeten ze eerst de storm overleven die voor morgen op het programma staat …

Met Tijmen bij ’t Dijktempeltje

Rond het middaguur kwamen we aan bij het “Tempeltje van Ids”, zoals dit kunstwerk in de volksmond wordt genoemd. De Tempel van kunstenaar Ids Willemsma staat op de Friese waddendijk, dichtbij het plaatsje Marrum. De Tempel is door Willemsma ontworpen in opdracht van het Wetterskip Fryslân ter gelegenheid van het op deltahoogte brengen van de Friese zeedijken in het kader van de landelijke Deltawerken. Het kunstwerk werd in 1993 onthuld. De kunstenaar noemt het werk zelf het presenteerblad van staal waardoor de dijk als het ware wordt opgetild.

Het tempeltje is onlangs gerestaureerd.
Wie meer wil weten over het Dijktempeltje kan daarvoor bij een oud logje terecht.

We troffen het niet echt met het weer. Het was met ongeveer 15 graden weliswaar niet koud voor de tijd van het jaar, maar het was grijs en nevelig waardoor we vanuit het tempeltje geen mooi en weids zicht over het buitendijkse land kregen voorgeschoteld. Borden aan de voet van de dijk met de tekst “Doe mee – Verlos de Zee” maakten duidelijk dat we hier dicht bij zee moesten zitten, de Waddenzee in dit geval. Maar zee was er in geen velden of wegen te zien, en dat vond Tijmen maar raar. “Waarom ligt er midden in het land zo’n hoge dijk,” vroeg hij zich af …

We lieten het tempeltje achter ons en liepen een stukje in westelijke richting naar de kruin van de dijk. Daar wees ik Tijmen op een aantal dobben in het buitendijkse land, dat hier het Noorderleech wordt genoemd. In november 2006 raakte een groep van bijna tweehonderd paarden tijdens een storm bij één van die dobben door de harde wind en het hoge water ingesloten. Het zeewater stond ruim anderhalve meter diep om de verhoogde ringvormige aarden wal heen …

Er werd een grote reddingsoperatie op touw gezet, waarbij zelfs het leger met 50 man sterk werd ingezet. Alle pogingen van militairen en andere hulpverleners om de paarden vandaan te halen strandden echter. Vier jonge vrouwen uit de buurt kregen het op drie november wel voor elkaar. Het water was inmiddels al wat gezakt. De vier amazones reden op hun paarden door het water naar de dobbe toe, waarna de paarden op de dobbe in een langgerekt lint de ‘lokpaarden’ terug volgden naar de zeedijk. Een laatste paard werd opgehaald door een groep van redders, omdat die niet zelf kon oversteken. Dat dier heeft het uiteindelijk niet gered. Uiteindelijk hebben zo’n twintig paarden het buitendijkse avontuur niet overleefd.

Toen ik vertelde dat de reddingsactie van de vier jonge vrouwen epische beelden had opgeleverd, haalde Tijmen meteen zijn mobieltje tevoorschijn om alvast eens te kijken of dat op YouTube te vinden was …

Nog onder de indruk van de reddingsactie draaiden we ons om en wierpen een blik over het land dat veilig achter de dijk ligt. Het was Tijmen inmiddels duidelijk waarom die hoge dijk daar lag.
“Daar in de verte ligt Leeuwarden, niet eens zo ver weg. Bij goed weer kun je de flats vanaf de Seesykstertoer goed zien. Wat zouden we zonder die dijken moeten met het oog op de stijgende zeespiegel …?” zei ik tegen Tijmen.
“Weer op terpen wonen,” antwoordde Tijmen, “en daar moet ik binnenkort een scriptie over maken …”

“Dat komt mooi uit,” zei ik, “ben je wel eens op de hoogste terp van Fryslân geweest?”
Daar was Tijmen nog nooit geweest, en dus werd dat de derde stop van ons gezamenlijke uitstapje.

– wordt vervolgd –

De vissersramp van 1883

Voor de kust van de tweelingdorpen Paesens-Moddergat en het wat westelijker gelegen vissersdorp Wierum zijn in de loop der eeuwen talloze schepen in nood gekomen of zelfs vergaan. De problemen waren meestal het gevolg van de vele ondiepten, sterke stromingen en van plaats veranderende zandplaten. De belangrijkste zandplaat was en is in dit opzicht ongetwijfeld de Engelsmanplaat. Oostelijk daarvan ligt een diep geul (het Friese Gat) waardoor de schepen naar de Noordzee voeren om te vissen op kabeljauw en schelvis. Bij thuiskomst lagen de schepen hier op de rede, omdat ze niet dichter bij de kust konden komen …

Paesens en Moddergat bezaten in de 19e eeuw een grote vloot zeilende vissersschepen. In de nacht van 5 op 6 maart 1883 voltrok zich tijdens een zware storm een vreselijk ramp voor de gemeenschap. De complete vloot van 22 aken en blazers was uitgevaren. 17 van de schepen zijn vergaan, 83 bemanningsleden bleven achter op zee …

De vissers van Paesens-Moddergat waren niet de enigen, die in die nacht omkwamen. Ook aan de Groningse en Hollandse kusten vergingen er vissersschepen. In die nacht verdronken in totaal 121 Nederlandse vissers, onder wie 27 uit Urk en negen uit Zoutkamp. Maar nergens was de klap zó groot. Het is nauwelijks voor te stellen hoe groot de gevolgen waren voor de vele vrouwen, kinderen en ouderen die achterbleven zonder inkomsten. Ter herdenking werd in 1958 dit monument op de zeedijk opgericht …

Tegenover het monument ligt aan de voet van de dijk het beschermde dorpsgezicht van Moddergat met centraal daarin Museum ’t Fiskershúske. Dit museum verzamelt en exposeert voorwerpen en zaken die betrekking hebben op de oude kustvisserij en het leven van de bewoners van ’t tweelingdorp Paesens-Moddergat …

Natuurlijk speelt de grote ramp van 1883 ook een belangrijke rol in Museum it Fiskershúske. Voor het luttele bedrag van € 5,00 kun je naar hartenlust rondkijken in de vijf huisjes van het museum. Het introductiefilmpje van het museum biedt alvast een snelle rondblik …

Jetske heeft voor haar blog over deze ramp een mooie foto het beeld “Fiskersfrou” gemaakt. Dit beeld van beeldhouwer Hans Jouta staat een stukje verderop aan de voet van de dijk. De “Fiskersfrou” is een eerbetoon aan de vrouwen van Paesens-Moddergat, die na de ramp van 1883 voor een zware taak stonden: de zorg voor de kinderen en rond zien te komen van een karig inkomen: “De zee heeft gegeven, heeft genomen”.