Aafje heeft sinds maandag vakantie, maar het weer wil daar nog niet echt aan meewerken.
Gelukkig hadden we gisteren een uitstekend regenprogramma: beppe mocht Pepijn voor het eerste een flesje geven …
Het mannetje had zijn flesje binnen de kortste keren leeg.
Omdat hij daar inmiddels een gewoonte van heeft gemaakt, zit hij al binnen een week boven zijn geboortegewicht …
Nadat hij een feestelijk onthaald boertje had gelaten, heeft hij nog een tijdje heerlijk op pake’s arm liggen sluimeren …
Zodra hij weer in de kinderwagen lag, leek hij meteen tevreden weg te zeilen in dromenland …
Gistermiddag heb ik weer eens een tijdje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten. Ik had gehoopt dat de lepelaars zich weer eens wat dichter bij de hut zouden laten zien, maar dat was ijdele hoop. Het waterpeil in het zuidelijke deel van de polder is momenteel zo laag, dat alle gevogelte zich ver van de hut bevindt …
Lepelaars waren er helemaal niet te zien, kieviten des te meer. Honderden zaten er …
Het lijkt alsof alle kieviten uit de verre omtrek naar de Jan Durkspolder zijn gekomen om nog een tijdje gezamenlijk te pootjebaden, voordat ze afreizen naar zuidelijker oorden. Dat laatste zal overigens nog wel even duren, het lijkt de laatste dagen dan wel herfst, voor de vogeltrek is half augustus toch wat aan de vroege kant …
Nou, laat ik het maar verklappen. Het is een sloot vol krabbenscheer, een waterplant die op Nederlandse Rode lijst van planten staat als algemeen voorkomend, maar sterk afgenomen. Krabbenscheer is de waardplant van de groene glazenmaker. De groene glazenmaker is de enige libel die zijn eitjes maar op één plant afzet, namelijk de krabbenscheer …
Ik had gehoopt hier een paar plaatjes te kunnen schieten van de groene glazenmaker, maar dat viel tegen, ik heb er geen libel gezien. Jammer, maar geen man overboord, want het zat er heerlijk in het zonnetje …
Nadat ik maandag samen met mijn fotomaatje een fotokuier aan de zuidkant van het Weinterper Skar had gemaakt, heb ik gistermiddag weer eens een kijkje genomen bij de dobbe aan de noordkant van het gebied …
Meestal is alleen de zuidelijke oever van de dobbe toegankelijk, omdat het waterpeil te hoog is om er omheen te kunnen lopen. Op de meeste foto’s die ik er maak is dan ook de spiegelende noordkant van de dobbe te zien …
De laatste keer dat ik aan de noordkant ben geweest was afgelopen winter, toen het ijs sterk genoeg was om me te dragen. Omdat het waterpeil op dit moment erg laag is, was gisteren voor het eerst sinds lange tijd de overkant weer eens bereikbaar. Makkelijk ging dat overigens niet, want het was er nog flink drassig. Het kostte me teveel kracht om er op zoek te gaan naar klein spul voor macrofoto’s, maar het stelde me wel in de gelegenheid om eens een foto te maken van de zuidkant van de dobbe …
Daar, in de zuidoosthoek, bij het paadje dat toegang biedt tot de dobbe, staat mijn zo geliefde bankje …
Toen ik enige tijd later bij het bankje arriveerde, zat er een libel – waarschijnlijk een bloedrode heidelibel – op het bankje te zonnen …
Nadat ik een paar foto’s van het beestje had gemaakt, ben ik zelf lekker op het bankje gaan zitten om er in het zonnetje te genieten van een rokertje en het uitzicht …
Voor het spelen van een partijtje jeu de boules had ik gisteravond veel te weinig kracht in mijn benen, maar ik ben wel even naar de club gegaan om even wat bij te praten en een kop koffie te drinken. Daarna ben ik even naar de Bûtendiken tussen Smalle Ee en De Veenhoop gereden …
Van een mooie zonsondergang was vanwege de bewolking geen sprake, maar de opkomende grondmist stond garant voor sfeervolle plaatjes …
Een groepje schapen dromde samen op en rond een paar strobalen …
Rond 21:30 uur verscheen een fragiele maansikkel aan de pastelkleurige avondlucht …
Het was een mooie avond te midden van de weilanden …
Voor Tijmen verliep de dag gisteren als een ‘alledaagse logeerdag’ bij pake en beppe. Gewoon zo’n gezellige dag die afhankelijk van het weerbeeld werd gevuld met een keur aan leuke activiteiten als puzzelen, bouwen met de lego, een kuier naar het speeltuintje, een potje voetbal en bellen blazen …
Tijdens dat bellen blazen ontdekte Tijmen dat het hem af en toe lukte om een zeepbel héél voorzichtig op een plant op de terrastafel te leggen.
Is het geen plaatje …!?
Tegen drieën kreeg die ‘alledaagse logeerdag’ ineens een heel andere wending. Nadat Aafje het goede nieuws telefonisch had gehoord van Nils, kreeg Tijmen van zijn vader te horen dat zijn broertje was geboren. Het laat zich raden dat het niet lang duurde, voordat ik ruw, maar prettig werd gewekt uit mijn siësta: “Pake, wakker worden … mijn broertje is geboren! En ik dacht steeds maar dat hij in de volgende zomervakantie geboren zou worden … En ik ben nu zijn grote broer …”
En dit is hem dan: Pepijn, een prachtig klein mannetje … weer zo’n mooi wondertje …
Rond 16:30 waren we in ziekenhuis MCL in Leeuwarden om dat kleine wondertje te aanschouwen …
Het was niet alleen bijzonder om dat kleine mannetje te zien, het was vooral mooi om te zien hoe liefdevol Tijmen zijn broertje bekeek, toen Pepijn voor het eerst even in zijn armen lag …
En als het aan het eerste oogcontact ligt, dan worden Pepijn en pake vast net zulke dikke vrienden als Tijmen en pake …
En tussen Pepijn en beppe zit het zo te zien ook wel goed …
Uiteindelijk belandde Pepijn veilig in moeders beschermende armen …