Strijd tussen grijs en groen

We laten het nieuwste gedeelte van de Ecokathedraal achter ons en lopen wat verder naar achteren. Al snel zien we aan de linkerkant van het pad ‘Funny Face’ verschijnen, die ons naar het pad aan de andere kant verwijst …

Langs dit pad beginnen we links en rechts de charme van de Ecokathedraal te ontdekken. Naar mate de los gestapelde stenen en tegels langer liggen, zoekt de natuur zijn plek langs, op en tussen beton en steen. Afijn, beelden zeggen meer dan woorden, verwonder je maar even …

Wanneer we een stukje verderop het trapje op de laatste foto hierboven hebben beklommen, lijkt er ineens een tempel van de Inca’s of de Azteken voor ons op te doemen …

Oktober in de Ecokathedraal

Gisteren heb ik voor het eerst sinds mei weer een kijkje genomen in de Ecokathedraal bij Mildam. Ik volg dit project, dat begin jaren ’70 in gang is gezet door Louis le Roy, al ruim 20 jaar. Het is mooi om te zien hoe de los gestapelde stenen en tegels langzaam maar zeker worden opgenomen in de natuur …

Omdat ik vanwege een probleem met mijn onderrug nog niet los vertrouwd ben, loop ik momenteel met een stok. En dat is bij het fotograferen verdraaid lastig. De hele Ecokathedraal is echt te groot voor mij nu, daarom heb ik me beperkt tot het voorste deel. Hier is de laatste tijd weer veel bijgebouwd, zodat steen en beton hier nog de toon aangeven …

Maar geen zorgen, in het vervolg zal het later deze week al snel groener worden tussen steen en beton. Want groen was toch nog de overheersende kleur in de Ecokathedraal …

fietsenstalling in de Ecokathedraal

Op de begraafplaats – epiloog

Voor wie na het logje van gisteren denkt, dat het alleen maar kommer en kwel is op de kleine begraafplaats op de terp bij Nes, zo erg is het nu ook weer niet …

Er liggen ook nog genoeg mooie, goed onderhouden graven van ruim 100 jaar oud, zoals o.a. het onderstaande rijtje van de dynastie van de Bottema’s uit Aldeboarn …

Ik was intussen terug gescharreld naar de ingang van de begraafplaats. Daar staat een bankje dat uitzicht biedt over de begraafplaats. Ik was blij dat ik weer even kon zitten. De toch niet zo erg hoge terp, had me meer kracht gekost, dan ik vooraf had ingeschat. Vanaf het bankje ging mijn blik automatisch naar de grote steen, die onder een glazen plaat naast het pad ligt…

Het blijkt te gaan om de laatste brokstukken van de grafsteen van Reyner van der Elburg, die het klooster dat hier tot het begin van de 17e eeuw heeft gestaan, bestuurde van 1526 tot 1546. Gelukkig staat er een bordje met tekst en uitleg naast de brok steen, want de glasplaat boven de steen is zo vies en vuil, dat er van de steen niets te zien is. Ik zou de beheerder van de begraafplaats daarom willen adviseren om het goede voorbeeld m.b.t onderhoud te geven door die glasplaat regelmatig even schoon te maken …

Terwijl Jetske nog wat rond scharrelde tussen de grafstenen, bleef ik op het bankje zitten om kracht te verzamelen voor de kuier naar de auto. En dat was nodig ook, zou later blijken. Nadat Jetske korte tijd later bij me was komen zitten, hebben we nog wat zitten praten over de begraafplaats. Maar uiteindelijk kwam toch het moment om terug te lopen naar de auto. De eerste 50 m tot voorbij het hek ging dat nog wel, maar daarna was het plotseling helemaal op. Ineens had ik aan mijn stok niet meer genoeg en had ik de steun van mijn fotomaatje aan de linkerzijde even hard nodig. Gelukkig stond de auto niet ver weg. Nogmaals dankjewel voor je steun weer, Jetske …

Intussen gaat het alweer een stuk beter, ik ben deze week zelfs al even aan de wandel geweest in de Deelen. Weliswaar maar een klein stukje, maar dat ging prima. Prettig weekend!

Stukjes en beetjes in Nes

Terwijl mijn fotomaatje en ik vrijdagmiddag enige tijd rond struinden op de begraafplaats van Nes (Google Maps), viel het ons op dat er veel vernielde of verwaarloosde graven lagen. En dat was niet alleen ons opgevallen, bij elk van die graven stond een bordje met het verzoek om contact op te nemen met de beheerder …

Ik heb me verder niet verdiept in de ouderdom van de graven, daar kwam ik op dat moment niet aan toe. Niet omdat de tranen me bijna in de ogen stonden bij zoveel stukjes en beetjes grafsteen, maar omdat mijn benen me in de steek begonnen te laten …

Nadat ik een rondje om de klokkenstoel had gemaakt, ben ik van de top van de terp afgedaald naar het omringende paadje. Daar realiseerde ik me, dat de terp net wat te hoog was voor de combinatie van mijn MS en de nog verse zenuwbeknelling in mijn onderrug …

– morgen de epiloog

Bij de klokkenstoel van Nes

Nadat ik vorige week maandag een eerste kuier naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder had gemaakt, ben ik vrijdag weer even op pad geweest met mijn fotomaatje Jetske. Ik stelde voor om even een kijkje te nemen op de begraafplaats met de witte klokkenstoel van Nes (Google Maps). Niet dat het zo’n spectaculaire begraafplaats is die je beslist gezien moet hebben, maar hij is klein en er staat een bankje. En dat zijn voor mij momenteel weer heel belangrijke ingrediënten. Ruim voordat we er zijn, rijst de tot Watertorenhotel omgebouwde watertoren in de verte op …

Nes is een dorp in de gemeente Heerenveen dat, gescheiden door de A32, ten oosten van Akkrum ligt. Eeuwenlang was het een heel klein dorpje. Zo’n 20 jaar geleden had Nes nog altijd maar ca. 200 inwoners. Sinds de bouw van een nieuwe woonwijk op een kunstmatig eiland rond de eeuwwisseling, is het dorp snel gegroeid tot ruim 1000 inwoners nu …

De begraafplaats ligt vlak ten zuidoosten van het dorp op een hooggelegen terp. De terp, waarop de klokkenstoel staat, is een overblijfsel van het Nesserklooster. Dit klooster is rond 1243 door de Ridderlijke Duitsche Orde gesticht. De kloosterlingen zijn erg belangrijk geweest voor Nes en omgeving. Het klooster had er vele gronden in eigendom. Het klooster is aan het begin van de 17e eeuw verdwenen. De kloosterkerk is wel langer blijven bestaan. Toen ook de kerk in verval raakte, is ook deze afgebroken. De terp was oorspronkelijk veel groter, maar is na 1850 grotendeels afgegraven …

In de klokkenstoel hangt een luidklok uit 1950 met een onder-diameter van 90 cm. en een gewicht van 480 kg. De tekst op de kok luidt:

oer de deaden, goeden en kweaden, bidt myn brounzen lûd foar ’t lêst: jow har, God, de iivge rêst

‘over de doden, goeden en kwaden, bidt mijn bronzen geluid voor het laatst: Geef hen, God, de eeuwige rust’

– morgen nog wat stukjes en beetjes

Bron: akkrum.net

Buitenstvallaat van 1920 tot ’80

Ik sluit deze blogserie over Buitenstvallaat af met een fotoserie die ik heb geleend van de site ‘Drachten terug in de tijd‘. De foto’s dateren van ca. 1920 tot 1980. Je zult zien, dat er in 100 jaar maar weinig is veranderd in de buurtschap. Er is echter één beeldbepalend landschapselement verdwenen: ongeveer 150 m ten noorden van de scheepswerf stonden tot in de jaren ’70 twee kalkovens …

Kalkovens werden lang gebruikt om schelpen met behulp van turf te verbranden tot kalk. Deze kalk werd gebruikt als bouwmateriaal en als bemesting voor het land. Kalk wordt gebruikt om de pH-waarde van de grond te verhogen en de grond dus minder zuur te maken.

Ooit stonden er naar schatting 10 kalkovens in en rond Drachten. Intussen zijn ze allemaal al lang gesloopt. Deze twee bij Buitenstvallaat waren de laatsten die ik in de jaren ’60 en ’70 nog heb gezien. Ik vind het doodzonde dat deze bijzondere bouwwerken, die net als skûtsjes nauw verbonden zijn met de Drachtster geschiedenis, niet bewaard zijn gebleven …

Scheepsbouw O.H. van der Werff

Scheepsbouw O.H. van der Werff in Buitenstvallaat heeft een lange geschiedenis. De werf op het Buitenstvallaat is de laatste van de 4 werven, die Drachten telde in de hoogtijdagen van de skûtsjebouw. Dit was de enige Drachtster werf aan open water, waar al vroeg grotere schepen konden worden gebouwd …

Het leek Aucke Gerrijts in 1710 een prima plek om een scheepswerf te beginnen. Maar vijf jaar later verkocht Aucke zijn nieuwe werf en begon een werfje aan de pas gegraven Noorderdwarsvaart aan de andere kant van Drachten. Het bedrijfje bij het Bûtenstfallaat kwam daarna regelmatig in andere handen. In 1843 werd Haike Pieters van der Werff er werfbaas. Sindsdien is de werf in handen gebleven van de scheepsbouwfamilie Van der Werff

Sinds 2001 wordt de werf geleid door Oebele Haike (Haiko) van der Werff. Naast nieuwbouw vindt er ook reparatie en onderhoud plaats aan pleziervaartuigen. In de afgelopen jaren is gewerkt en gebouwd aan diverse schepen en skûtsjes …

Morgen bekijken we het skûtsje ‘De Jonge Trijntje’, dat er voor anker lag. ‘De Jonge Trijntje’ is hier in 1909 is gebouwd door de ‘oerpake’ Jan Oebeles van de huidige hellingbaas Oebele Haiko van der Werff. De volledige geschiedenis van de werf op Buitenstvallaat kun je hier lezen: van 1710 tot heden

– wordt vervolgd