De Wieden in

Nadat we half juni voor het eerst samen een dagje op fiets en iLark op pad waren geweest, maakten fotomaatje Jetske en ik op de laatste dag van de record warme maand juni voor het eerst sinds 2016 weer eens een vaartocht door de Wieden. Rond 10:45 uur gooiden we de trossen los …

Ik kreeg een plekje in het midden van de boot toegewezen, waarna Jetske de motor startte. Jetske, die in haar tienerjaren als het zo uitkwam al als stuurvrouw aan het roer van een rondvaartboot stond, kent de wateren in de Weerribben en de Wieden op haar duimpje. Het voordeel daarvan is, dat ze me met dit vaartochtje weer langs mooie, hier en daar onverwachte plekjes wist te voeren …

In rustig tempo tuften we de Wieden in. Nadat we een tegemoetkomende kano waren gepasseerd, doken we een stuk bos in. Daar zat o.a een jonge spreeuw in een boomtop. Eenmaal aan de andere kant van de bosschages voeren we na enige tijd onder een bruggetje door het lintdorp Dwarsgracht binnen …

In de spinnenkopmolen

Afgelopen vrijdag heb ik hier de spinnenkopmolen ‘de Wicher’ aan de Hoogeweg bij Kalenberg geïntroduceerd. Vandaag kijken we daar nog even verder rond …


De molenaar, die net als 99,9% van de molenaars in ons land dit werk op vrijwillige basis doet, was blij om weer een paar geïnteresseerde gasten te kunnen ontvangen. De man vertelde dan ook honderduit over de molen. Ik dacht dat hij het nooit zou vragen, maar na enige tijd werden we dan toch uitgenodigd om een kijkje in de machinekamer te nemen. Hier vertelde de molenaar ons o.a. dat diverse onderdelen van de molen traditioneel gemaakt zijn van verschillende houtsoorten …

Weer buiten vertelde de molenaar ons over de nieuwe wieken van de molen. Op een stormachtige dag in 2018 werd ‘de Wicher’ gekortwiekt door een rukwind. Het herstel liet lang op zich wachten, omdat de schade groter was dan in eerste instantie werd gedacht. Nu, ruim 4 jaar later, staat ‘de Wicher’ er weer bij als een heus pronkstukje. Het wachten is nu alleen nog op nieuwe zeilen, want de oude zijn te klein voor de nieuwe wieken …

Om de rondleiding af te ronden, nodigde de molenaar ons nog uit om een kijkje te nemen in de kap van de molen. “Daar rust het echte geheim van de spinnenkop,” zei hij met een knipoog. Hoewel ik er wel nieuwsgierig naar was, heb ik die uitnodiging toch maar vriendelijk afgeslagen. Het leek me niet wijs om nu nog halsbrekende toeren uit te halen om daar boven te komen. Jetske liet haar beurt voorbij gaan vanwege hoogtevrees. Nadat we de molenaar vriendelijk hadden bedankt, gingen we op zoek naar de blauwborst …

Ik sluit af met twee kleine stuwen bij de molen. Hiermee kan de molenaar sturen of er water uit het achterliggende natuurgebied moeten worden gepompt, of dat er juist water naar toe moet worden gepompt. Ik vind het in al zijn eenvoud een mooi ingenieus systeem …

Het Stroïnkgemaal van binnen

Ik neem jullie nog weer even mee naar het Stroïnkgemaal. Het stoomgemaal dat in 1919-1920 werd gebouwd, werd genoemd naar dijkgraaf A.F. Stroïnk. Hij had ervoor geijverd om de waterhuishouding in het gebied sterk te verbeteren door ook Drenthe bij het bemalingsgebied te betrekken. In het begin had ’t gemaal twee stoommachines, vandaar de naam ‘stoomgemaal’ die het tot op de dag van vandaag onder de lokale bevolking heeft gehouden …


Op de Nationale Molendag kwamen we binnen in wat oorspronkelijk de ketelruimte was. De ruimte is nu vooral in gebruik als werkplaats, voor de open dag was hier een aantal informatiestands ingericht …

Nadat ik de houten kap had bekeken, beklom ik de trap naar het middelste deel van het gebouw. Daar staan onder de verhoogde dwarskap van het gebouw de zware machines. De horizontale schroefpompen worden aangedreven door 2 dieselmotoren en 1 elektromotor …

De totale maximale capaciteit van het gemaal bedraagt momenteel 3200 m3 per minuut. Dat komt neer op 4,6 miljoen m3 per dag. Dat is knap natuurlijk, maar het nog altijd volledig op stoom werkende Woudagemaal bij Lemmer pompt met gemak 6 miljoen m3 water per etmaal naar het IJsselmeer. Baas boven baas …

– Hier kun je de hele geschiedenis en de technische specificaties van het gemaal lezen: Vollenhove – het Stoomgemaal

Spinnenkopmolen de Wicher

Na ons bezoek aan het Stroïnkgemaal stelde ik voor om ook meteen maar langs de spinnenkopmolen de Wicher aan de Hoogeweg bij Kalenberg te rijden (Google Maps). Die zou ook wel open zijn in het kader van Nationale Molendag, leek me …


‘De Wicher’ is de enige spinnenkopmolen in Overijssel, en hij is een stuk jonger dan je zou denken. Toen vanaf ca. 1900 kleine polders werden samengevoegd, verdwenen veel kleinere, vaak particuliere molens. De kleine molens werden eerst vervangen door grotere molens, die daarna op hun beurt werden vervangen door gemalen zoals het eerder bezochte Stroïnkgemaal. Tot in de Tweede Wereldoorlog stond er een spinnenkop op de plaats waar nu de Wicher staat. Die is echter in 1943 gesloopt en het duurde bijna 40 jaar, voordat er in1982 op dezelfde plek weer een nieuwe spinnenkop in de Weerribben verscheen …

In het waterrijke gebied Weerribben-Wieden vervullen poldermolens nog steeds een belangrijke rol bij de waterhuishouding. De Wicher kan 480 m3 water per uur verwerken, hij kan het water in twee richtingen pompen. De molen is eigendom van Staatsbosbeheer en heeft de gemeentelijke monumentenstatus …

Nadat we een tijdje met de Molenaar hadden staan praten, werden we uitgenodigd om een kijkje in de machinekamer te nemen. Dat is net als bij het Stroïnkgemaal voor een volgende keer.

Bij het Stroïnkgemaal

Talloze keren waren we er samen al langs gekomen, het Watergemaal A. F. Stroïnk aan de oude Zuiderzeedijk tussen Blokzijl en Vollenhove (Google Maps). Vaak hadden we er ook een tussenstop gemaakt om een paar foto’s te maken van het mooie gebouw met zijn strakke vormen. Het gemaal is een monumentaal pand en een rijksmonument …


We hadden het er ook al eens over gehad, dat het wel mooi zou zijn om eens binnen te kijken. Die kans kregen we, nadat we in de eerste week van mei werden getipt over het feit dat het gemaal op de Nationale Molendag open zou zijn voor het publiek …

Het gemaal Stroïnk is het grootste gemaal van het Waterschap Drents Overijsselse Delta en regelt het peil op de boezem (waterbergingsgebied) van Noordwest-Overijssel en Zuidwest-Drenthe. De totale oppervlakte van dit gebied is ruim 50.000 hectare en kent een hoogteverschil van +14 NAP bij Vledder tot 2 meter onder NAP. Bij het peilbeheer dient het waterschap rekening te houden met verschillende, vaak conflicterende belangen van akkerbouw, veeteelt en natuur …


De grote ronde water-uitlaatpunten aan de voorkant van het gebouw hadden we op afstand al vaak gezien. Aan de achterklant van het gebouw wordt het water uit het achterland binnengelaten. Met behulp van een breed krooshek wordt drijvend materiaal, zoals planten en hout tegengehouden …

De bouw van het stoomgemaal startte in 1918. Het stoomgemaal werd officieel geopend op 9 juni 1920. Het gemaal had toen twee pompen en twee rechtopstaande stoommachines. In 1928 is er een derde pomp gebouwd. Vanaf 1953 is de aandrijving van de pompen stapsgewijs vervangen door een dieselmotor. In 1982 is de aandrijving van de grootste pomp geëlektrificeerd …

Later nemen we eens een kijkje binnen.

Een primeurtje: de blauwborst

Nadat we een tip hadden gekregen dat het Stroïnkgemaal open was voor publiek, hebben Jetske en ik in het kader van de Nationale Molendag zaterdag een bezoek gebracht aan het Stroïnk gemaal bij Blokzijl en spinnenkopmolen de Wicher bij Kalenberg. Verslag en foto’s daarvan zullen op enig moment hier wel verschijnen. Vandaag beperk ik het tot de primeur, waarmee de dag werd afgesloten. Omdat ze eerder in de week al wat verkennend werk had gedaan, wist Jetske me te verblijden met de blauwborst. We zaten al een tijdje tactisch opgesteld te wachten, toen hij zich plotseling liet zien …

“Daar is hij, Jan …,” hoorde ik Jetske fluisteren …


“Ja, ik heb hem al gezien, maar wat heeft hij een vervelend donker plekje opgezocht …,” reageerde ik zachtjes …


Amper een halve minuut later vloog hij op om een paar meter verderop neer te strijken op een af en toe flink heen en weer waaiende rietstengel. Ruim vijf minuten liet hij zich bewonderen, daarna verdween hij uit ons zicht …

Korte tijd later liet ook het vrouwtje zich nog even zien. Van haar heb ik maar één acceptabele foto kunnen maken, zodat ik nog eens in de herkansing zal moeten. Maar dat is over het algemeen geen straf …

Terugblik september 2022

In de eerste week van september zette de warmte nog even door met maxima rond de 25°C. In die week stond er weer een gezamenlijke fotodag met Jetske op het programma. We begonnen de dag op het plekje waar we 16 jaar geleden onze eerste gezamenlijk fotokuier hebben gemaakt. Jetske hoopte me die dag een libel laten zien die in ons land bijna alleen in de Weerribben voorkomt: de Kempense heidelibel. Hoewel we die dag veel libellen hebben gezien, hield de Kempense heidelibel zich die dag verborgen voor ons …

Maar onder ideale omstandigheden maakten we wel een mooie rit in een cabrio door de Weerribben. Dat leverde onderweg opvallende beelden van de droogte op. Zelfs in dit natte gebied vielen grote delen droog. En wat de dag compleet maakte: ik kreeg de kans om mijn eerste weidebeekjuffer te fotograferen …

Na een bezoek aan Huize Olterperp ben ik in het eigen rayon in september op zoek gegaan naar de grafheuvel van de Van Boelens. De Jan Durkspolder had in september ook nog een paar mooie verrassingen in petto. Terwijl ik in de grote kijkhut zat, hoorde ik rond half september aan het eind van de ochtend eens het kenmerkende zwiepende geluid van een vlucht zwanen naderen. Ik kon er nog net een foto van maken door een andere kijkluikje dan waar ik eerst achter zat. Twee dagen later kon ik er mijn eerste watersnip noteren …

Na de laatste oprisping van de zomerwarmte in de eerste week, gingen de temperaturen in september geleidelijk terug naar normale waarden in de tweede helft van de maand. En ik vond dat niet erg! Landelijk viel er aanzienlijk meer neerslag dan normaal. Wij hadden onze tuin met 85 mm ongeveer de normale hoeveelheid regen in september …