Leegte in de polder

Het weer lokte me eigenlijk niet echt naar buiten gisteren, maar na die lange rij donkere dagen binnenshuis ben ik toch maar even in de auto gestapt om een ritje door de provincie te maken. In de Jan Durkspolder stond een eenzame ree bij een rietkraag langs een maïsakker. Nadat ik een paar foto’s had gemaakt, besloot ik door te rijden. Misschien zou ik de rest van de sprong straks nog kunnen spotten …

De grote plas bij de vogelkijkhut was zo goed als leeg. De honderden smienten leken te zijn doorgetrokken, want ook die waren nergens te zien. Er zaten alleen een paar eenden bij het onderstel van de kluunbrug, die schaatsers tijdens een eventuele Jan Durkspolder toertocht een veilige overtocht over deze sloot moet bieden. Voorlopig kunnen de eenden ze gerust blijven gebruiken als rustplaats …

Ik besloot nu eens niet naar de vogelkijkhut te gaan, daar zou nu waarschijnlijk toch niets te zien zijn. Daarom besloot ik een kuiertje te maken over het zandpad ‘de Geau’ langs de noordwestkant van de plas. Lang duurde dat niet, op de nadering van een bui werd het zo mogelijk nog wat donkerder dan het al was. Tijd om rechtsomkeert te maken …

Lori’s in de Orchideeënhoeve

Zo mogelijk nog kleurrijker dan de vele orchideeën zijn de lori’s, die in een volière vrij rond vliegen tussen de bezoekers van de Orchideeënhoeve. Lori’s zijn kleine, felgekleurde papegaaien, een onderfamilie van de familie ‘echte’ papegaaien. Ze hebben een gespecialiseerde tong met aan het uiteinde een borstelvormig topje, waarmee ze nectar en zacht fruit naar binnen kunnen halen. Er zijn 5000 plantensoorten bekend waarbij de lori’s de nectar en stuifmeel kunnen oplikken …

In de volière van de lori’s hangen hier en daar bakjes met nectar. Veel leuker is het nog dat bezoekers bij het betreden van de volière cupjes met nectar kunnen kopen. En reken maar dat de lori’s dat weten, ze hoeven maar een bezoeker met een cupje te zien, of bestormen ze hem of haar. De lori’s landen daarbij graag op het hoofd, het gemiddelde kapsel schijnt goed nestmateriaal te bevatten …

Een biddend torenvalkje

Na het treffen met de grote zilverreiger besloot ik mijn ‘rondje Earnewâld’ nu eens niet linksom te maken, maar rechtsom. Op die manier kijk je toch weer net even anders tegen de wereld aan. Dat bleek in dit geval een gelukkige keuze te zijn. Toen ik ergens halverwege het rondje een biddend torenvalkje zag, zat ik aan de goede kant om hem netjes in beeld te kunnen brengen …

Netjes is in dit geval betrekkelijk. Het terugzetten naar de fabrieksinstellingen van mijn camera heeft niet mogen baten om de scherpte terug te brengen. Pakweg 2/3 van de foto’s kwam ook nu weer niet lekker scherp uit de camera tevoorschijn …

Afijn, dit tweede treffen met een torenvalk in ruim een week tijd maakte de gemiste kansen van eerder dit jaar om er foto’s van te kunnen in eens helemaal goed. En dat is tegen het eind van het jaar ook wat waard …

Zilverreiger verschalkt ’n visje

Vorige week werd ik bij het verlaten van de kijkhut verrast door een goudhaantje, dat niet wilde meewerken aan een kleine fotosessie. Ditmaal trof ik er een grote zilverreiger aan …

Terwijl ik over het door wilgen en struiken omgeven paadje in de richting van de auto liep, zag ik links aan de overkant een grote zilverreiger door het water waden. Ik zette mijn trekkingstokken tegen een boomstam en had net een gaatje in de begroeiing gevonden om de reiger te kunnen fotograferen, toen hij toesloeg. Hij kwam weer boven met vaag zichtbaar een flinke spartelende vis in zijn snavel, die al snel in de diepte van zijn lange hals verdween …

Na de maaltijd draaide de grote witte vogel zich om, waarna hij zijn weg in noordelijke richting vervolgde. Ik besloot voldaan hetzelfde te doen, want die kant moest ik op om bij de auto te komen …

Smienten zo ver ’t oog reikt

De zon leek er door te komen, toen ik gistermorgen na de koffie in de auto stapte om een ritje naar de Jan Durkspolder en omgeving te maken. Terwijl ik over de Westersanning reed (Google Maps), zag ik al dat de plas rond de grote vogelkijkhut van voor tot achter vol lag met smienten …

Zo stil mogelijk liep ik korte tijd later over het door wilgen en riet omgeven paadje naar de hut. Het af en toe net wat te luide getik van mijn trekkingstokken op het beton deed de dichtstbij zijnde eenden echter al snel opvliegen …

Zo druk als het op het water was, zo stil was het ook nu weer in de kijkhut. Het voordeel daarvan was, dat de eenden zich al snel weer rustig met wind en water in de richting van de hut lieten dobberen. Het was weer een mooi begin van de dag …

Mist trekt over het land

Het liep tegen tweeën toen mijn ritje over het licht winterse Friese platteland op zijn eind liep. Vanuit het zuidwesten schoof op dat moment een mistveld over de weilanden dichterbij …

Op de nadering van het mistveld landde een groepje ganzen in het stuk land ten oosten van Earnewâld waar ik stond. Daarna viel er rust en stilte over het land, zoals dat eigenlijk hoort bij mist …

Ik reed nog een stukje verder. Aan het eind van de Alle Om Slachte (Google Maps) parkeerde ik de auto nog een keer om nog eens om me heen te kijken. Ik liet de ochtend nog even de revue passeren. Met achtereenvolgens een groepje reeën, een mooi uitzicht over de dunne ijsvlakte in de Jan Durkspolder, een goudhaantje dat niet wilde meewerken aan een fotosessie, een rond struinende ooievaar, een fijne ontmoeting met een torenvalk en tot slot een grote zilverreiger die een muis wist te vangen, was het een echt een prachtig ritje geweest. Tijd om naar huis te gaan …

Zilverreiger vangt een muis

Aan het eind van het landweggetje waarover ik reed, ben ik even gestopt om een overzichtsfoto te maken van een groep brandganzen en enkele kolganzen. Op de achtergrond staan hier en daar nog wat kieviten in het weiland …

Ik had daarna nog amper honderd meter op de Alle Om Slachte (Google Maps) gereden, toen ik wat verderop aan de linkerkant van de weg een grote zilverreiger langs een groepje kolganzen zag paraderen. Opnieuw liet ik de auto in de berm uitrollen, ditmaal kon ik door de geopende zijruit fotograferen …

Nadat de zilverreiger voorbij de laatste gans was, draaide hij zich om en begon hij aan de weg terug. Al na enkele stappen schoot zijn lange nek naar voren. Een moment later stond hij rechtop met een heftig spartelend muisje in zijn lange scherpe snavel …

Hij schudde het muisje een paar maal flink heen en weer, waarna hij zonder tegenwerking van belang toehapte. En weg was het muisje …