Gele kwikstaart en graspieper

We waren tijdens onze rondgang door de Surhuizumermieden inmiddels aangekomen bij het uitkijkplatform. We beklommen het om even van het uitzicht rondom te genieten …

Het was opnieuw Jetske die een interessant vogeltje zag verschijnen. Op één van de dikke dampalen aan de noordkant van het platform ging een gele kwikstaart zitten. De witte kwikstaart zie ik vrij regelmatig op of naar naast een landweg zitten, de gele kwikstaart zie ik maar zelden. Dit mooie exemplaar, dat als gevoelig op de rode lijst staat, was dus meer dan welkom …

Zowel de gele als de witte kwikstaart zijn leuke vogeltjes, die makkelijk herkenbaar zijn aan hun gedrag. Ze wippen voortdurend felle schokkende bewegingen met hun staart op en neer. Dat verklaart ook de Friese naam voor de kwikstaart: boumantsje wipsturt

We stonden nog maar net weer met beide benen op de grond, of er ging een vogeltje op de paal van het bordje ‘Vogelbroed- en rustgebied’ aan de overkant van de weg zitten. Dat was dezelfde paal waarop ik hem een dag of wat eerder ook al had geportretteerd. Jetske kwam tot de conclusie dat dit waarschijnlijk zijn vaste zangpost is. En dat liet hij ook goed horen en zien …

Bruine kiekendief op jacht

Een grutto die op een paal staat, is toch een wat klassieker beeld dan een graspieper op een paal. Korte tijd nadat de graspieper was weggevlogen, was ik net bezig om deze grutto netjes te portretteren op zijn paal, toen hij plotseling uit mijn beeld verdween …

Al snel werd duidelijk waarom. Er vloog een bruine kiekendief laag over de sloot en de rand van het oude boerenland. Nadat de kiekendief voorbij het hek was, dook hij weer omlaag naar de sloot om zijn vlucht te vervolgen. De grutto zag ik iets verderop intussen als een raket omhoog schieten. Voorbij het volgende hek zwenkte de grote roofvogel ineens naar rechts. Hij dook naar de sloot alsof hij daar iets van zijn gading had gevonden …

Even zag ik de tip van zijn linker vleugel nog, daarna verloor ik hem (tijdelijk) uit zicht …

Maquette van een toren

Zo lang het weer en mijn onderdanen regelmatig de kont tegen de krib gooien, moet ik het hebben van onderwerpen op korte loopafstand van de auto. Dan komen er ook weer andere onderwerpen in beeld dan alleen natuur. Zo’n onderwerp diende zich onder andere aan tijdens een ritje, dat Jetske en ik begin maart maakten …

Via ommelandse wegen gingen we die dag op zoek naar Friese staten en stinzen. Het was Jetske die onderweg een scheve toren door een groepje bomen zag schemeren. Een plekje voor de auto was al snel gevonden. Het hek was gesloten, maar aangezien er links en rechts van die hindernis ruim voldoende ruimte was om er gewoon langs te lopen, hebben we dat maar gedaan. Aan de voet van de scheve toren stond een al even scheve maquette …

morgen meer …

Terug via de ijsvogels

Nadat Jetske en ik de kans hadden gehad om een aantal grutto’s van dichtbij in beeld te brengen, was dat deel van de dag geslaagd. We waren het er al snel over eens om met een kleine omweg terug te rijden via de ijsvogels …

Omdat Jetske aan het eind van de middag nog wat gepland had, stelde ik ter plekke voor dat we tot 15:00 uur zouden wachten op het verschijnen van een ijsvogel. Precies om 14:58 uur landde meneer ijsvogel op een van de takken bij het nest. Nadat hij daar een klein minuutje had gezeten, vloog hij naar een hek wat verderop aan de waterkant …

Met een tevreden gevoel reden we korte tijd later huiswaarts.

De eerste schaatsers van 2024

Woensdagochtend ben ik na de koffie in de auto gestapt om mijn tocht langs de ijsvlakten voort te zetten. Het had in de nacht niet meer dan een graad of 5 gevroren, maar toch verwachtte ik langs de Wolwarren of bij de Hooidammen de eerste schaatsers van 2024 te kunnen fotograferen …

En zo was het ook. Op de eerste kleine ijsvlakte achter de windmotor aan de Wolwarren zag ik in tegenlicht vier schimmen op het ijs. Twee jonge vrouwen met een kind op een slee en een manspersoon die de slag alweer aardig te pakken had. Op de walkant zaten nog twee mensen die bezig waren hun schaatsen onder te binden …

Naar rechts kijkend zag ook de grotere ijsvlakte iets verderop er ook prachtig uit. Een mooie, spiegelde ijsvloer leek de schaatsers ook daar toe te lachen …

Maar een klein stukje verder lag nog steeds dat grote gapende wind wak, waarin wind en water ook nu nog vrij spel hadden. Nee, dit stuk konden de rest van week gevoeglijk afschrijven als schaatsbaan …

Door dan naar de Hooidammen ongeveer anderhalve kilometer naar het zuidwesten. Daar lag de ijsvlakte er echt geweldig mooi bij. De eerste twee schaatsers heb ik meteen maar gefotografeerd bij het hek, waarachter een dag eerder die volledig lege vlakte nog te zien was …

morgen meer ijspret op deze prachtige ijspiste

Het eerste ijs van 2024

Ten westen van Drachten ligt een aantal stukken land die al van oudsher ’s winters onderlopen. Dit zijn ook de plekken waar vaak al na enkele nachten lichte tot matige vorst geschaatst wordt door de ware liefhebber. Dinsdag ben ik mijn ritje langs een aantal van die ijsvlakten (in wording) begonnen aan de Wolwarren (Google Maps). Op het eerste, vrij kleine stuk water achter de windmotor lag al een mooi laagje ijs …

Pakweg 600 meter ten zuidwesten van de windmotor was het een ander verhaal. Op deze wat grotere vlakte had de wind nog steeds vat op het water, het gevolg was een groot windwak …

Nog een stukje verder lag, verscholen achter een mooie rietkraag, weer een kleiner stuk water. Ook hier lag een prachtig ijsvloertje in wording op. De wuivende rietkraag was ook hier een blikvanger. Als je in de gelegenheid bent, moet je in deze tijd van het jaar eens op een zonnig moment kijken naar die wuivende rietpluimen …

Anderhalve kilometer verderop ligt de mooiste ijsvlakte in de omgeving. Hier, achter de Hooidammen, heb ik in mijn jongere ook heel wat kilometers geschaatst. Als de vorst doorzet, schaats je hier zo de Alde Feanen in. Maar nu nog even niet! Er lag een fantastische ijsvloer, die nog één nachtje lichte tot matige vorst nodig had …

morgen meer

Vier dagen winter

Zo, dat was weer een fijn wintertje. Het was wat kort, maar voorlopig kan ik er in verschillende opzichten wel weer even mee vooruit. De week maandag begon met een fotokuier met mijn fotomaatje. Wind, water en lichte vorst rond de retentiepolders bij Smalle Ee en It Eilân stonden die dag centraal. Het eerste ijs was bomijs op een plas langs het pad op It Eilân …

Dinsdag heb ik een kijkje genomen bij het ondergelopen land achter de Hooidammen. Daar lag intussen een mooie ijsvloer, maar het was nog te dun om op te schaatsen. Bij de Leijen lag nog geen flintertje ijs op het wateroppervlak, daar zorgde de wind wel voor. Het enige ijs dat daar te zien was, werd gevormd door opspattend water dat bevroor rond takken en rietstengels …

Woensdag werd er volop geschaatst op het ondergelopen land achter de Hooidammen. Met een strakblauwe lucht en minder wind dan de op voorgaande dagen, was het wat we in Fryslân ‘sierlik winterwaar’ noemen …

Ook donderdag kon er nog geschaatst worden. Die dag werd er niet alleen geschaatst achter de Hooidammen, maar ook op de Noarderkrite bij De Veenhoop en in de Jan Durkspolder. Daar eindigde de schaatspret met de onfortuinlijke val van een vrouw, die met de ambulance moest worden afgevoerd ..

Intussen is het feestje alweer voorbij. Rond het middaguur trad de dooi gistermiddag in, en verscheen er water op het ijs. Vier dagen zwerven langs water en ijs begint zich nu te wreken. Maar zoals gezegd, dit ‘kind van de winter’ kan er voorlopig weer even mee vooruit. Lichamelijk pak ik nu een dag of wat mijn rust, waarin ik jullie zo af en toe een deel van de 900 foto’s van de winterse taferelen voorschotel, die ik deze week heb gemaakt …