Bij de Kleastertsjerke (6)

We pakken de rondgang weer op waar we gebleven waren. Dit is het zicht op de kerk vanuit de zuidoosthoek van het kerkhof …

Als we langs de zuidelijke gevel lopen, valt een bijzondere gevelsteen op. Het is een Engelenkopje met daaronder een herinneringsplaquette. De tekst – die voor mij onleesbaar is – zou verwijzen naar de ingrijpende verbouwing in 1620. Daarbij werden niet alleen de ingangen samengevoegd en de oostmuur recht gemaakt, ook het rieten dak werd vervangen voor een pannendak …

Terug op het pad rond het kerkhof komt de klokkenstoel in de zuidwesthoek van het kerkhof in beeld. Met die in 1950 vernieuwde klokkenstoel sluit ik deze serie maandag af …

Bij de Kleastertsjerke (5)

Niet ver van het graf met de vriendelijke groet ‘Goeie’ vinden we nog een bijzonder grafmonument …

Boven het graf van Albert wapperen Tibetaanse gebedsvlaggetjes zachtjes in de wind. Het zijn gekleurde rechthoekige stukjes textiel, bedrukt met gebeden en mantra’s, die vaak worden opgehangen op bergpassen, tempels en rotspunten in de Himalaya. Dit zijn zogenaamde lung ta-gebedsvlaggetjes. In elke hoek staat vaak een dier uit de vier windrichtingen en in het midden een windpaard (‘lung ta’ is Tibetaans voor windpaard). Dit nobele dier vliegt mee op de wind die de vlaggetjes laat wapperen en brengt op deze manier vrede, welvaart en harmonie met zich mee …

In zo’n slinger van gebedsvlaggetjes zitten vijf kleuren, die in een specifieke volgorde achter elkaar zijn gehangen. De eerste is blauw, daarna komen wit, rood, groen en geel. De kleuren hebben ieder een betekenis: blauw staat voor de hemel, wit voor de wind, rood voor vuur, groen voor water en geel voor aarde. Door ze in de juiste volgorde te hangen, zijn de elementen in balans. Zo zorgen de vijf kleuren in gebedsvlaggetjes voor harmonie. Samen met de tekeningen, de gebeden en de mantra’s zorgen ze voor geluk, voorspoed en welzijn voor wie gebedsvlaggetjes ophangt of erbij in de buurt komt …

Van Albert is overigens niet meer bekend, dan dat hij Albert heette … dag Albert …

Morgen richten we de blik op de zuidgevel van de Kleastertsjerke …

Bij de Kleastertsjerke (4)

Bij ons ‘rûntsje om ‘e tsjerke’ zijn we intussen aan gekomen in de noordoosthoek van het kerkhof …

Zo eenvoudig, sober en puur als de eerste grafmonumenten die we zagen waren, zo strak en stilistisch zijn een paar van de graven die we hier aantreffen …

Bij de verbouwing van 1620 werd het driezijdig gesloten koor aan de oostzijde gesloopt en vervangen door een vlakke muur met jaartal-ankers en twee kleine vensters. In de twee kleine vensters is acrylaatglas van de Friese kunstenaar Jan Murk de Vries aangebracht …

Een paar stappen verderop treffen we een bekend beeld aan: “Goeie”. Of iemand nu komt of gaat, het is een groet die in Fryslân op elk moment past. Hier blijkt het te gaan om een onderdeel van wat ik echt een machtig mooi grafmonument vind. Anne blijft op deze manier de voorbijgangers ongetwijfeld nog lang groeten …

Voordat we onze weg kloksgewijs vervolgen, doen we morgen eerst nog even een stapje terug om een stille groet aan Albert te brengen …

Bij de Kleastertsjerke (3)

Zoals ik aan het begin van deze serie al vertelde, maken we deze week ‘in rûnstje om de tsjerke’, oftewel een rondje om de kerk. Van de ingang in de westgevel lopen we kloksgewijs naar de noordelijke gevel van de Kleastertsjerke …

Voordat we de muur goed in beeld kunnen nemen, passeren we een aantal bijzonder vormgegeven grafmonumenten, waarvan ik vind dat ze het goed doen in deze omgeving. Eenvoudig, sober en doeltreffend, zonder nodeloze opsmuk, net als het kerkje …

In de noordwesthoek van het kerkhof staat het groene bankje dat ik hier vorige week ook al even liet zien. Als het van zichzelf niet zo’n pronkstuk zou zijn, was ik er zeker even op gaan zitten. Vanaf dat bankje heb je namelijk mooi zicht op de noordelijke gevel van de kerk. De kerk is gebouwd op een fundament van keistenen en de kerk is 14,25 m. lang en 7,5 m. breed. De muren zijn een halve meter dik en zoals de meeste Friese kerken is de stand west-oost …

Het eerste wat opvalt aan de noordzijde, zijn de spitsbogen: vier gesloten en drie met een venster. Ook zit er in deze muur een dichtgemetselde deur, het zgn. ‘noormannenpoortje’. In de middeleeuwen was deze donkere ingang bedoeld voor de (zondige) vrouwen …

In de zuidgevel, de lichtkant, is ook zo’n dichtgemetselde ingang te zien, die was bedoeld voor de mannen. Aan deze tweedeling kwam met de verbouwing in 1620 een eind. De ingangen voor mannen en vrouwen maakten plaats voor één ingang in de westelijke gevel …

Een blik door één van de ramen aan de noordzijde op een klein deel van het interieur, de preekstoel uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. De kanselbijbel dateert uit 1643 …

Intussen zijn we al mooi op weg naar de oostelijke gevel …

Met Tijmen bij Hegebeintum

“Als dat de hoogste terp van Fryslân is, dan is hij toch echt niet zo heel hoog …,” zei Tijmen toen we Hegebeintum in zicht kregen. Dat deed mij, nadat ik de auto had geparkeerd, besluiten om niet meteen via het weggetje omhoog te lopen, maar eerst naar de voet van het afgegraven deel van de terp te lopen …

Aan de voet van de terp aangekomen, bleek de terp toch hoger te zijn dan Tijmen in eerste instantie vermoedde. De Waddendijk waar we eerder die dag waren, is 7.50 m hoog, de terp van Hegebeintum is 8.80 m hoog. Oorspronkelijk was de terp 9,5 hectare groot, met een doorsnee van ca. 300 meter. Tegenwoordig is de terp een stuk minder groot, alleen de kerk en enkele huizen staan er nog op. Na 1800 zijn veel terpen geheel of gedeeltelijk afgegraven vanwege de zeer vruchtbare grond, die goed kon worden gebruikt in de landbouw …

“Als jij nou omloopt, dan ga ik via de kortste weg naar boven,” zei ik met een knipoog tegen Tijmen. Ik was al halverwege, toen hij vroeg: “Durf jij dat dan wel, pake …?” Terwijl ik even op één van de boomstammetjes ging zitten, klauterde Tijmen me achterna. Kwajongens onder elkaar, zullen we maar zeggen …   😉

Boven gekomen kwamen we na een niet al te lange wandeling bij de kerk aan. Op mijn voorstel om een rondje rond de kerk te lopen, vroeg Tijmen of dat zomaar mocht, het hek zat tenslotte dicht. Keurig toch!?
Het hek draaide soepel open, nadat ik de sluiting omhoog had gedraaid …

Terwijl we aan ons rondje om de kerk begonnen, legde ik Tijmen uit dat een kerkhof of een begraafplaats vrij toegankelijk is als het hek niet op slot is. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je je er gedraagt. Maar dat was logisch, zei Tijmen. Af en toe bleven we even staan om één van de uiteenlopende grafstenen of andere ornamenten te bekijken. Harrie lag er ook nog. Nadat we hem een stille groet hadden gebracht en ons rondje hadden voltooid, verlieten we het kerkhof …

We daalden de terp af via de gebruikelijke toegangsweg naar de terp. Die toegangsweg is sinds ongeveer anderhalf jaar voorzien van 25 stenen met de namen van invloedrijke adellijke oud-bewoners van Harsta State, het oude en voorname woonhuis ten oosten van de terp. Wij lieten de adel voor wat ze was en vervolgden onze weg naar de auto. op naar de volgende, tevens laatste stopplaats …

– wordt vervolgd –

De terp van Hegebeintum

Onderweg naar de arctisch aandoende Wadden, kwamen Jetske en ik vorige week woensdag langs Hegebeintum. Omdat ik vermoedde dat Jetske nog nooit voet op die terp had gezet, vroeg ik haar om even een parkeerplekje te zoeken …

180228-1202x

Met een hoogte van 8.80 m is de terp van Hegebeintum – of wat daar nog van over is – de hoogste terp van ons land. In de periode 1870 en 1928 is de terp net als veel andere terpen grotendeels afgegraven vanwege de vruchtbare grond …

180228-1212x

Het was nog een hele klim om boven te komen, maar bij een gevoelstemperatuur van ca. -17 ºC was stilstaan om onderweg even te genieten van het uitzicht geen optie …

180228-1217x

Door daling van de grond is de hoogte van de terp in de loop der tijd afgenomen, in het verleden moet de met blote handen opgeworpen terp nog hoger zijn geweest. De omvang van de terp bedroeg oorspronkelijk ongeveer 9,5 hectare en de doorsnee ongeveer 300 meter …

180228-1221x

De kerk boven op de terp is tegenwoordig eigendom van Stichting Alde Fryske Tsjerken en kan bezichtigd worden.
Erg lang hebben we het er niet uitgehouden, want onze vingers dreigde na verloop van tijd vast te vriezen aan de ontspanknop van onze camera’s. Vanuit de auto heb ik nog even een laatste foto gemaakt van deze bezienswaardigheid …

180228-1233x