“Hé … kijk daar eens …”

Wie de laatste tijd wel eens een bezoekje heeft gebracht aan het weblog van mijn fotomaatje, zal ’t vast niet zijn ontgaan, dat ze in rap tempo uitgroeit tot een heuse vogelaar. Als er ergens in een omtrek van pakweg 25 meter iets van een vogel te zien of te horen is, dan ontdekt Jetske het wel. Zo fietste ze vorige week in Drenthe nog langs een piepende boom, die haar weer echt een bijzondere serie opleverde.

Ook aan de waterkant ziet ze elk vogeltje vliegen of zwemmen. Zo liepen we de laatste keer dat we samen op pad waren langs een tamelijk onooglijke en onopvallende sloot. “Hé … kijk daar eens …”, hoorde ik Jetske op een bepaald moment zachtjes zeggen …

Meer dan een felrood puntje tussen ’t groen aan de andere kant van de sloot zag ik in eerste instantie niet. Maar na enig wachten bleek er een waterhoen te zitten. Blijkbaar was het beestje niet echt van fotografen gediend, want hij bleef lang zitten waar hij zat. Uiteindelijk zag hij zich blijkbaar toch genoodzaakt om in zuidelijke richting langs ons te zwemmen. En zo kreeg ik dankzij mijn oplettende fotomaatje voor de tweede maal in 14 dagen tijd de kans om deze prachtige watervogel met zijn felgekleurde snavel te fotograferen …

In de kleine vogelkijkhut

Zoals verschillende mensen gisteren al opmerkten, was het een flinke kuier naar de kleine vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Dat wist ik vooraf ook wel, want ik ben er tot een paar jaar geleden wel vaker geweest. Maar des te lekkerder is het om op zo’n dag bij het doel aan te komen, en daar een tijdlang lekker te kunnen zitten …

Het was geen straf om rustig uit te kijken over het Friese polderland. De gestaag voortdrijvende wolken verzorgden samen met de zon een mooi spel van licht & schaduw en fraai gebroken weerspiegelingen op het wateroppervlak …

In de verte staat de windmotor, die vanaf de andere kant al zo vaak heeft gefigureerd op foto’s die op de achtergrond vooral (imposante) wolkenpartijen tonen …

Het was stil in het polderland. Aan de andere kant van het water stonden een paar koeien te grazen. Een blauwe reiger die ineen gedoken de wind trotseerde, bleef naar alle waarschijnlijkheid zitten om de benaming ‘vogelkijkhut’ eer aan te doen, denk ik …

Verderop stond te midden van het wuivende riet een vogelaar. Hij probeerde om een torenvalk voor de lens te krijgen, die zich ophield bij de gaswinningslocatie. Als een voorbode van de nakende winter blies de wind ontelbare pluisjes door de lucht …

Na enige tijd brak het moment aan om de terugweg te aanvaarden. Eerst langs het ‘dode bomen bos’, dan over het bruggetje waar ik leunend weer even wat rust kon pakken en tot slot langs het bankje, waar ik toen – in tegenstelling tot op de heenweg – wel even ben gaan zitten …

Ja, voor het eerst sinds bijna twee jaar is een langere fotokuier weer te doen, en dat voelt goed. Morgen meer daarover.