Vanmorgen heb ik tussen de buien door even een kort ritje gemaakt.
Zodra ze me zagen, gingen ze er vandoor …

Vanmorgen heb ik tussen de buien door even een kort ritje gemaakt.
Zodra ze me zagen, gingen ze er vandoor …

Tenzij het morgen mooi weer is, heb ik vanmorgen waarschijnlijk het laatste ritje van het jaar gemaakt. Het werd een ritje naar de Jan Durkspolder waar het kil en winderig was. Vanuit de vogelkijkhut waren alleen op grote afstand wat groepjes ganzen en eenden te zien. Daar was ik dan ook al snel weer weg …

Toen ik terug reed in de richting van Oudega, stond er in het weiland waar ik regelmatig een sprong reeën heb gefotografeerd, een grote zilverreiger. Nadat ik het autoraampje had laten zakken, leek hij net een lekker hapje weg te slikken …



Daarna vond hij het ook meteen welletjes, hij dook even ineen om af te zetten en spreidde daarna zijn grote witte vleugels om naar elders te vertrekken. Ik besloot nog even langs de Leijen te rijden, ook daar viel echter weinig te beleven. Maar met die smetteloos witte zilverreiger op de laatste in 2024 gemaakte foto kan ik best leven …

Morgen sluit ik het jaar hier op kleurrijke wijze af.
Terwijl ik vanuit de Jan Durkspolder over de Alle Om Slachte in de richting van Earnewâld reed, zag ik vaag een regenboog verschijnen. Om daar beter zicht op te krijgen, draaide ik rechtsaf het Nonnepaed op. Dat gaf me de kans om door ’t geopende autoraam de eerste foto te maken van de vage regenboog boven een weiland met schapen …

Terwijl ik langzaam oostwaarts reed, werd de regenboog steeds beter zichtbaar. Wat verderop maakte ik nog een paar foto’s met wat koeien onder de regenboog. De laatste stop maakte ik ter hoogte van zandwinput de Panhuyspoel. Al snel werd duidelijk dat ik daar geen kans maakte om de goudschat te vinden, die lag op de bodem …





De andere kant van de regenboog eindigde in de buurt van de gaswinlocatie aan het eind van de weg. Daar kwam ik amper minuut later aan. Net te laat. Vlak voor mijn ogen loste het uiteinde van de regenboog in het niets op …

We vervolgden onze weg naar de Jan Durkspolder. Op het laatste stuk let ik altijd even extra op, omdat ik hier regelmatig een sprong reeën in het land zie staan …

Ook vrijdag zag ik de eerste schim van een ree al staan, ruim voordat hij binnen het bereik van onze camera’s was. Ik vertelde Jetske dat ze nog wel even wat verder konden rijden, zodat we ze voorbij een bosschage beter in beeld konden krijgen …








Eenmaal daar bleken er meerdere kleine groepjes reeën te lopen. Wij richtten onze camera’s op het groepje van drie dat zich het dichtst bij ons bevond. Eén van de reeën bleef ons voortdurend in de gaten houden. Omdat we rustig bij de auto bleven staan, gaven de reeën ons alle gelegenheid om een mooie fotoserie te maken …

– wordt vervolgd
Ik ontdekte nog een paar zonnige foto’s uit eind oktober. Nadat het ’s ochtends grijs en bewolkt was, brak de lucht halverwege die middag nog even open …

Ten noorden van Earnewâld heb ik op dat moment even een korte tussenstop gemaakt om een paar foto’s te maken van de windmotor aan de Hooiweg met zijn weerspiegeling …


Tegen het eind van de ochtend verlieten we vrijdag Drachten voor een ritje in zuidwestelijke richting. We waren een minuut of twintig onderweg, toen mijn fotomaatje Jetske besloot om een tussenstop te maken. We reden op dat moment langs een weiland met jongvee. Dat is altijd aantrekkelijk om wat foto’s van te maken, zeker onder die prachtige wolkenlucht boven het Friese land …

Zo te zien was het allerjongste er wel af. Echt jongvee komt vaak nieuwsgierig op je af draven, zodra je er in de berm stopt. Deze jonge koeien namen rustig de tijd. Een paar van de dieren hieven de kop even op om naar ons te kijken. Toen ze niet direct aanstalten maakten om bij ons te komen, begon Jetske ze te roepen. Dat had effect, want even later stond de hele club aan de slootkant …





Eén van de dames was bijna volledig bruin gekleurd. Met haar had ik wel een klik. Met een bijzondere witte bles op haar voorhoofd en alleen rechtsachter een witte hoef ging ze voor me staan. Ze keek me recht in de ogen stelde zich voor als ‘34618‘. Nadat we enige tijd zo tegenover elkaar hadden gestaan, draaide ze zich op bevallige wijze om. Met een zwoele blik onder mooie lange wimpers toonde ze me haar profiel …

– wordt vervolgd
Zodra de bruine kiekendief over ons heen was gevlogen, vonden wij het welletjes in de vogelkijkhut. We besloten terug te lopen naar de auto, zodat we een broodje konden eten. Onderweg bleven we even staan op het bruggetje over de vaart die in de richting van De Tike loopt. Een stuk verderop hing een visdiefje op jacht boven de vaart …

Nadat we ook van dit visdiefje een paar foto’s hadden gemaakt, zijn we doorgelopen naar de auto om wat te eten te drinken. Voor mij waren de wandeling naar de vogelkijkhut en het gedrentel tussen de verschillende kijkgaten en de deur van de hut eerst wel even genoeg geweest. Jetske liep nog even een stuk over het landweggetje Doktersheide, omdat ze daar weer wat opvallends had gezien …



Zwarte sterns scharrelen hun kostje meestal boven en langs het water bij elkaar. Ze hangen vaak biddend boven het wateroppervlak, en pikken dan hun voedsel op van vlak boven of vlak onder water. Jetske had echter een bijzondere exemplaar gevonden. Er vloog een zwarte stern laag over het weiland, mogelijk was hij daar insecten aan het vangen.
Omdat we er op weg naar huis toch langs moesten, heeft Jetske de auto daar later nog even in de berm geparkeerd. Zo kreeg ik ook nog even de kans om van deze bijzondere waarneming te genieten. Dat leverde me de volgende set bonusfoto’s op …




