Oom Hielke en de ljippen

De kievit (ljip in het Fries) is terug in het land. Maandag is het eerste kievitsei van Fryslân gevonden. De eieren mogen dit jaar wel worden gezocht, maar ze mogen niet worden meegenomen. Zelf ben ik niet echt opgevoed met de traditie van het kievitseieren zoeken, maar drie oudere broers van mijn moeder leefden er in hun jongere jaren in het voorjaar helemaal voor. Zodra de eerste kieviten werden gesignaleerd, waren die mannen zo ongeveer dag en nacht in het veld te vinden, en steevast kwamen ze dan thuis met een pet vol eieren …

150610-1345x

Toen ik een mannetje van een jaar of twaalf was, ben ik eens een dag met twee van mijn ooms mee geweest om eieren te zoeken. Ik kan me herinneren dat de auto op een bepaald moment ergens in de berm werd gezet, waarna de gebeurtenissen in en boven een weiland zorgvuldig in ogenschouw werden genomen. Na verloop van tijd zei oom Hielke tegen mij: “Rin marris 50 flinke stappen dy kant op. en dêrnei sa’n 15 stappen nei rjochts …” (“Loop maar eens 50 flinke stappen die kant op, en daarna ongeveer 15 stappen naar rechts.”) Volgzaam en hoopvol liep ik op mijn laarzen in de aangeduide richting door het weiland. Zou ik dan eindelijk mijn eerste kievitsei vinden …?
Maar nee, zelfs met die hulp wist ik geen kievitsei te vinden. Toen mijn ooms zich even later bij me voegden, wees oom Hielke me er fijntjes op, dat ik bijna op het nestje stond … Ik had de beide eitjes verdorie wel kapot kunnen trappen. Sindsdien heb ik me niet meer aan het zoeken van kievitseieren gewaagd …

150610-1347x

Vandaag brengen we oom Hielke, mijn moeder’s laatst levende broer naar zijn laatste rustplaats. Voor mij zal hij – samen met oom Jan en oom Siebe – voortleven als een groot eierzoeker en natuurliefhebber. Dag oom Hielke …

Houtzagerij in It Skar

Het was een mooie zonnige zaterdagmiddag, een goed moment om weer eens een lekker rustige fotokuier in het Weinterper Skar te maken. Dat dacht ik tenminste, toen ik aan de nog steeds in gebruik zijnde Nije Heawei uit de auto stapte …

160312-1323x

Terwijl ik op weg ging naar de dobbe, werd de rust al snel verstoord door het geronk van een kettingzaag. Korte tijd later kreeg ik de bron daarvan in zicht, bij de bochten in het pad waren twee mannen bezig met het zagen en inladen van hout …

160312-1324x

Bij de mannen aangekomen, begon ik met een kwinkslag en een knipoog een gesprekje: “Moet dat hier nou zo …? Ik kom hier voor mijn wekelijkse zaterdagsrust, jongens …”   😉
De reactie dat ik waarschijnlijk in de war was met de zondagsrust, pareerde ik door te zeggen dat er in de natuur op zondag al helemaal geen sprake is van rust, dan kun je op veel plaatsen alleen maar in een meer of minder luidruchtige file wandelen …

160312-1328x

Daarna nam het gesprek een serieuzere wending. De mannen hadden het druk, want het was de laatste dag waarop ze met het oog op de broedtijd nog mochten zagen in het bos. Ik begreep de stille hint. Vriendelijk groetend en de mannen succes wensend, besloot ik mijn weg naar de dobbe te vervolgen …

160312-1327x

Tijmen tennist

Tijmen heeft de afgelopen jaren al verschillende sporten geprobeerd, maar op de tennisbaan lijkt hij echt zijn draai te hebben gevonden …

160313-1423x

Zondag had hij een toernooi in Stiens, en ik mocht erbij zijn om wat foto’s te maken …

160313-1322x

Een kleine serie actiefoto’s in een diashow …

Deze slideshow vereist JavaScript.

Hoewel het nog knap fris was op de wind, heb ik genoten van Tijmen zijn spel.

Het ontwaken

Als een zwaan lekker in het water zit te dommelen, dan komt er na verloop van tijd een moment dat die sierlijke vogel ontwaakt uit zijn dromen …

160223-1454xx

Dat ziet er dan ongeveer zo uit … Eerst maar eens even rondkijken om de positie te bepalen …

160223-1449xx

En dan even netje ‘en profil’ voor de fotograaf gaan staan … Let vooral even op het doorkijkje in de snavel …   😉

160223-1453xx

Een A2-rit over de A7*

Ditmaal was de MS niet de oorzaak van mijn gedwongen time out, maar diezelfde MS zorgde wel voor een verlenging ervan.

In de nacht van maandag 29 februari op dinsdag 1 maart werd ik om 6 uur ’s ochtends wakker met een loopneus. Dat dacht ik tenminste … Toen ik een lamp had aan gedaan, bleek dat toch net even wat anders te zijn. Ik had een bloedneus, en een flinke ook, want het bloed bleef maar stromen. Aafje, die ruw wakker geworden, snel behulpzaam was toegeschoten, besloot na enige tijd om de dokterswacht maar te bellen. Met telefonische ondersteuning van de dokterswacht lukte het uiteindelijk om de bloeding te stelpen.

Tot mijn grote schrik begon mijn neus vorige week vrijdag ’s middags rond 15:00 uur opnieuw te bloeden. Nadat ik enige tijd vruchteloos had geprobeerd om de bloeding weer te stelpen, heb ik met de nodige moeite Aafje maar geappt op haar werk. Aafje heeft vanaf haar werk de huisarts gebeld. Een kwartiertje later was ze thuis, mooi op tijd om de deur te openen voor de huisarts. De (vervangende) huisarts kreeg het, ondanks de forse tampon die hij in mijn neus had gedrukt, ook niet klaar om de bloeding tot staan te brengen, daarom besloot hij uiteindelijk maar om een ambulance te bellen, zodat een KNO-arts er naar kon kijken.

Omdat intussen de weekenddiensten waren ingegaan, moest ik naar de voor half Fryslân dienstdoende kno-arts, die op dat moment in Heerenveen zetelde. En zo vertrok ik rond 17:00 uur met een A2-rit* in de ambulance naar ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen. Toen we de A7 op draaiden, vroeg ik aan de broeder of we zekerheidshalve niet beter met toeters en bellen konden rijden. “Ach, dat is nou jammer, die zijn stuk,” luidde het met een vette knipoog gegeven antwoord … 😉

160307-1417x
Op zich was het best aardig om na ruim 57 jaar weer eens een ritje in een ambulance te maken naar de Tjongerschans in Heerenveen. Eerlijk is eerlijk, ik kan me er niet zo gek veel meer van herinneren, maar het verhaal gaat dat ik op 20 augustus 1958 onderweg van Echten naar Heerenveen in een ambulance ben geboren … 🙂

In het ziekenhuis was het ook best gezellig. Bij de spoedeisende hulp werd ik opgevangen door de sympathieke verpleegkundige Pytsje, die me gezelschap hield totdat de KNO-arts verscheen. Dat bleek gelukkig ook een erg gezellige en humoristische man te zijn. En wat minstens zo belangrijk is: hij maakte ook een kundige en deskundige indruk.

Terwijl ik de twijfelachtige eer had om als eerste op tamelijk bloederige wijze in de gloednieuwe behandelkamer te worden behandeld, verschenen achtereenvolgens ook Aafje en Jetske op de plek des onheils. Aafje had ik uiteraard wel verwacht, maar Jetske toch zeker niet. Maar helemaal gek was het toch ook weer niet, Jetske werkt tenslotte al jarenlang in de Tjongerschans, en er ontgaat haar maar weinig … Op dat moment wist ik één ding wel zeker: mij kon niets meer overkomen …

150106-1245x

Tja, en daarna heb ik kleine 72 uur met drie tampons in mijn rechter neushelft rondgelopen. Toen het de huisarts maandagmiddag was gelukt om de grootste tampon eindelijk uit mijn neus te verwijderen, dacht ik het ergste wel te hebben gehad, maar dat viel nog lelijk tegen. Er bleven nog twee tampons achter die vanzelf zouden moeten oplossen. Dat duurde vervolgens nog een paar dagen, waardoor ik nog enkele dagen met pijnlijke bijholten en een kop vol snot en gestolde bloedresten rond liep.

Intussen begin ik weer aardig de oude te worden, maar het valt niet mee om weer op gang te komen. Vroeger stond er dan na enkele dagen vaak wel een vriendje voor de deur: “Het is mooi weer, kom je buiten spelen …?” In later jaren belde er nog wel eens een vriend of een (oud-)collega om me weer over de drempel te trekken. De laatste jaren ben ik daarvoor meer en meer op mezelf aangewezen en dat maakt het met een steeds meer weigerend lijf niet altijd even gemakkelijk.

Maar niet getreurd, ik ben er weer en de komende dagen probeer ik de dagelijkse draad des levens rustig weer op te pakken. Mijn blogrondjes zullen nog even moeten wachten, want ik moet eerst maar weer eens wat zonlicht en frisse lucht opdoen.

——

* Een A2-rit houdt in dat er geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij er wel sprake kan zijn van (ernstige) gezondheidsschade. De ambulance moet daarom wel zo snel mogelijk ter plaatse zijn. Er kan soms gebruik gemaakt worden van optische- en geluidssignalen. Bij een spoedgeval zonder direct levensgevaar is er binnen dertig minuten een ambulance aanwezig.