Een stalen baken

Nadat we het zuidelijke deel van Schokland hadden bekeken, maakten we een kort ritje met de auto om bij het noordelijke deel te komen. Het doel was om naar het lichtwachtershuis en de vuurtoren te lopen. Flink ingezoomd was het een stukje van niks …

Maar vanaf de parkeerplaats was het toch een stukje verder, 350 meter gluiperig vals plat om precies te zijn. Dat beloofde nog een hele kuier te worden na onze eerdere uitstapjes van die dag. Maar met wat steun van mijn trekkingstokken zou het moeten lukken. Onderweg kwamen onder andere langs een opvallend kunstwerk, het is het Nationaal Binnenvaart monument.

Zoals een boei een baken was in de Zuiderzee, zo is dit monument een baken in het wijde landschap. Het monument – een ontwerp van de Friese kunstenaar Ids Willemsma – vraagt aandacht voor de historie van de binnenvaart en is een blijk van waardering aan de binnenvaartschippers bij Schokland …

Vorm en materiaal sluiten aan bij de omgeving: zwart, massief, staal, havenwerken, constructie, scheepsbouw, vuurtoren en waterkering. Het kunstwerk rust op een basis, die lijkt op een Schokker, een scheepstype waar vroeger veel mee werd gevaren op de Zuiderzee. Verder herken je de spanten, de naden en de zeilen en beweging in het werk.

Kenmerkend voor het werk van Willemsma is de duidelijke, zwarte vorm die zich aftekent tegen een lichte achtergrond. Zijn grote stalen sculpturen zijn op meerdere plaatsen in Noord Nederland te vinden. Wie het kunstwerk nadert, ziet dat het voortdurend verandert in het landschap. Ik houd wel van Willemsma zijn werk. Het Tempeltje van Ids op de Friese Waddenzeedijk, dat nu ook in de header van mijn blog te zien is, is mijn favoriet …

– wordt vervolgd

Bij Museum Schokland

Nadat we wat foto’s van het Kerkje aan de Zee hadden gemaakt, aten we in de auto onze broodjes voor die dag. Daarbij stelde ik Jetske voor om op de terugweg via Schokland te rijden. Dat konden we mooi even meepakken nu we toch in de buurt waren. En zo reden we korte tijd later van het voormalige eiland Urk naar het vroegere eiland Schokland. We namen eerst een kijkje aan de zuidkant, daar staat Museum Schokland

Schokland was eeuwenlang een eiland in de Zuiderzee, dat ongeveer 12,5 km ten zuidoosten van Urk lag. Van noord naar zuid had het eiland een lengte van ongeveer 4 km. In eerste instantie werd het eiland bewoond door jager-verzamelaars. In de Middeleeuwen waren het vooral boeren die er vee hielden en graan verbouwden. Alleen op zelfgemaakte terpen waren de bewoners van Schokland veilig voor de Zuiderzee, die in de loop van de jaren meer en meer van het eiland opslokte. In 1859 werd besloten om Schokland te ontruimen. De bewoners moesten hun geliefde geboortegrond verlaten en zich vestigen op de vaste wal. Het werd stil op Schokland. Het moet voor de Schokker bevolking een wrange wetenschap zijn geweest dat het eiland na de ontruiming geen meter land meer heeft verloren. Het hele verhaal kun je hier lezen: Schokland: het verhaal

Naast het pad naar Museum Schokland staat een bijzonder wit en lichtblauw gekleurd standbeeld van een man met een pelikaan. Het blijkt te gaan om Eberhard Philip Seidel (1728-1814). Jarenlang was hij een zeer belangrijk en gezien persoon op Schokland. Hij schopte het onder andere tot schout en burgemeester van Schokland …

Omdat dit bezoekje aan Schokland slechts een tussenstop was, besloten we geen kaartjes te kopen om toegang tot het hele buitenlucht museum te krijgen. Daardoor stonden we al snel voor een hek met poortjes, die voor ons gesloten bleven. Erg veel kregen we dan ook niet te zien. Een stuk verderop stond een gebouw, dat het me nog het meest deed danken aan een kerk met het voorhuis van een boerderij. …

Aan de voet van de terp waar de kerk op stond lagen een paar bootjes op het droge. Veel meer kregen we niet te zien van achter het hek. We hielden het daarom maar voor gezien en liepen terug naar de parkeerplaats. Ik sluit af met een close-up van een van de keien die daar liggen. Die keien heeft de gemeente Noordoostpolder in 1980 gekregen van de Noorse zustergemeente Ringerike …

Het Kerkje aan de Zee

We hadden de auto geparkeerd op een klein parkeerterreintje tussen het vissersmonument en het Kerkje aan de Zee. Het kon dan ook niet uitblijven, dat we van dat kerkje ook nog even een paar foto’s van moesten maken. Urk telt 14 kerkgenootschappen en geestelijke stromingen die zondags bijeenkomen in 22 kerkgebouwen. Niet slecht voor een dorp met nog geen 22.000 inwoners …

Het Kerkje aan de Zee is het oudste gebouw van Urk. Het werd gebouwd in 1786 op de plek van een nog oudere kerk. De kerk is eigendom van de Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente Urk en de kerktoren is eigendom van de gemeente Urk. De kerk heeft de status van rijksmonument

Het Urker vissersmonument

Toen we de trap weer hadden beklommen om nog eens bij het Urker vissersmonument te kijken, troffen we daar de rust aan die we er zochten. Er liepen alleen nog een paar oudere mensen …

Het vissersmonument is op 11 mei 1968 onthuld door koningin Juliana. Het kunstwerk stelt een vissersvrouw voor, die nog één keer achterom kijkt naar zee, vanwaar haar geliefde(n) had(den) moeten komen. Op de 36 marmeren platen staan 379 namen van hen die op zee het leven verloren. Herman Heijermans schreef het al in ‘Op hoop van zegen‘: ‘De vis wordt duur betaald …’

De visserij en de visverwerkende industrie brachten welvaart naar het voormalige eiland Urk. Maar Urk en zijn inwoners hebben daar ook zwaar voor moeten betalen. Vroeger werd de visserij nog niet uitgeoefend met moderne technieken en grote kotters. De botters en kotters, waarmee zij de zee op gingen, waren kwetsbare scheepjes waarvan er veel zijn vergaan in stormen. Veel vissers hebben de visserij met hun leven moeten bekopen, hun lichamen werden vaak ook nooit meer teruggevonden. Stil tuurden we van bij die lange rij namen nog een tijdje over het IJsselmeer …

– wordt vervolgd

Terug op Urk

Nadat mijn fotomaatje Jetske en ik eind december samen naar Urk waren afgereisd voor een bezoekje aan Cameranu, hebben we dat vorige week vrijdag nog eens gedaan. Zo konden we mooi het nuttige en aangename verenigen, op deze donkere en regenachtige gezamenlijke fotodag.

Nadat we onze boodschappen hadden gedaan, reden we naar het centrum van Urk. Daar aten we op een parkeerplekje onze broodjes. Vervolgens wilden we even een kijkje nemen bij het Urker Vissersmonument, maar daar vonden we het op dat moment wat te druk …

Nadat we een paar foto’s hadden gemaakt van de drie rijen windturbines ten noordwesten van Urk, daalden we via de trap af naar het pad rond het oude eiland …

Bijna bij de vuurtoren hebben we halt gehouden om een paar foto’s te maken. Daarmee waren we voor mij ook ver genoeg, want ik moest nog wat kracht in mijn benen houden voor de rest van de dag …

Daar bijna aan de voet van de vuurtoren staat naast het pad het monument de Ommelebommelesteen over de Legende van een Urker geboorte

Toen we terugliepen in de richting van het Vissersmonument, werd een deel van de windturbines even in het zinnetje gezet. Het duurde net lang genoeg om er een foto van te kunnen maken …

– wordt vervolgd

Van Canon naar Sony

Vrijdag hadden Jetske en ik weer een afspraak voor een gezamenlijke fotodag. We togen die dag naar Urk, niet zozeer om te fotograferen maar om nu eens grof geld uit te geven. Jetske was op zoek naar een goed statief en ik naar een goede camera. Terwijl de regen urenlang met bakken uit de lucht kwam, lieten wij ons adviseren bij Cameranu. Nadat we allebei naar tevredenheid zaken hadden gedaan, reden we nog even langs de vuurtoren om daar vanuit de auto snel even een foto van te kunnen maken …

Na rijp beraad had ik groen licht gekregen van de afdeling financiën om mijn Canon Powershot SX70 IS te verruilen voor een Sony RX10 IV. Dat betekent in alle opzichten in principe een flinke stap voorwaarts. Maar het betekent vooral ook, dat ik aan de bak moet om het volledig nieuwe menu en de talloze opties die de camera in huis heeft, te leren kennen …

Zelf vind ik de eerste resultaten al veelbelovend. Zulke scherpe foto’s heb ik nog nooit kunnen maken van ons roodborstje, dat vanmorgen wel even wilde poseren bij de pindakaas. Ondanks het extreem donkere weer wilde meneer merel gistermiddag toch even in bad. Daarbij heb ik voor het eerst druppels kunnen fotograferen in plaats van alleen maar streepjes van wegschietende druppels …