Oud roest in De Deelen

We kijken nog even verder rond op de plek waar de laatste commerciële veengraver van ons land enkele weken geleden de laatste vracht veengrond op transport zette. Nadat turf als brandstof overbodig werd, schakelde De Vries sr. als laatste veengraver in 1957 over op de exploitatie van veengrond uit De Deelen als basis voor potgrond. Sindsdien zijn de grootste veengravers uitgeweken naar Letland en Estland …

Met een rupskraan werd de veengrond in De Deelen afgegraven en bij één van de petgaten op een dekschuit geladen. De dekschuit werd vervolgens met een motorbootje naar de overslagplaats gesleept. Daar werd de grond dan met een tweede kraan op een transportband geladen, waarmee het in een vrachtschip werd gestort, dat afgemeerd lag in het aangrenzende kanaal ‘de Heafeart’ …

Omrop Fryslân heeft een kort filmpje gemaakt van het laden en de vaartocht van de laatste vracht veengrond. Vanaf 2.47 min. komt de laatste originele baggelmachine in de Deelen in beeld. Dat is het mooiste roest dat in De Deelen verborgen ligt. Deze prachtige bonk oud roest, die ooit eigendom was van Theun de Vries zijn vader, is sinds de jaren 50 deels weggezakt in het moeras …

Ik wist al lang dat ding ergens in De Deelen moet liggen, maar de exacte locatie was me niet bekend. Intussen heb ik er al een paar foto’s van gekregen die ik mag gebruiken. Maar voordat ik die hier publiceer, wil ik dat wonderbaarlijke ding eigenlijk zelf graag eens met eigen ogen zien. En ik weet intussen waar hij ligt …

  • wordt vervolgd

De laatste veengraver in De Deelen

In De Deelen werd in de twintiger jaren van de vorige eeuw een begin gemaakt met de turfwinning. Met de opkomst van steenkool en gas kwam in de jaren vijftig een eind aan de turfhandel, maar dat betekende nog niet het eind van de vervening …

Tot juni van dit jaar was Theun de Leeuw uit Tijnje er als laatste commerciële veengraver van ons land actief aan de oostkant van de Deelen. Het ging daarbij niet meer om turf als eindproduct, maar om veengrond die als basis voor potgrond naar het Westland ging. De laatste vracht ging eind mei dan ook naar een boomkwekerij in Boskoop …

Talloze malen ben ik in de loop der jaren onder deze transportbanden doorgereden. Nu de vergunning is afgelopen, ligt de werkplek van de veengraver er stil en verlaten bij …

Binnenkort wordt de overslagplaats ontmanteld en het materieel weggehaald. Jetske en ik besloten er even een kijkje te nemen, we waren tenslotte in de buurt …

  • wordt vervolgd

Kleine rode weekschildkevers

Wie zich ook weer goed lieten zien op diverse schermbloemen. waren de kleine rode weekschildkevers, uit de familie van de soldaatjes. Ze hadden het vrijwel allemaal weer druk met elkaar…

Eén van de kleine kevertjes zat afgezonderd van de anderen op een zacht in de wind op en neer deinend langwerpig blad. Of hij zich uit eigen beweging afzijdig hield van alle drukte rondom of dat het een outcast was, is me niet duidelijk geworden. Hij was in elk geval wel genegen om even voor me te poseren …

Het onderstaande tweetal begon korte tijd later vlak voor mijn ogen een showtje op te voeren. Dus ja, daar kon ik niet omheen … ‘contact made’… 🙂

Krabbenscheer als beton

We waren gebleven bij Jetske, die een kleine opening in het rietkraagje had gevonden. Voorzichtig op de afbrokkelende walkant steunend, maakte ze een aantal foto’s van het petgat …

In het petgat staat daar een aantal kooien en manden met daarin verschillende hoeveelheden krabbenscheer. Met deze opstelling wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden om verlanding in het gebied te stimuleren. Dat vraagt om enige nadere uitleg …

De Deelen is een laagveenmoerasgebied dat is ontstaan door de turfwinning, die daar een eeuw geleden begon. De afgegraven stroken liepen vol water – de petgaten – en daartussen liet men stroken grond droog. Op deze droge stroken, de legakkers of stripen, zoals we in Fryslân zeggen, werd de afgestoken turf te drogen gelegd …

Het is nog steeds een nat gebied, maar dat is niet meer te danken aan het oorspronkelijke grondwater en het water is slechter van kwaliteit. Door intensieve landbouw in de omringende gebieden, die gepaard gaat met diepontwatering, is De Deelen hoger komen te liggen waardoor het grondwater wegloopt. Er wordt nu water ingepompt vanuit een naburige zandwinning en als dat niet voldoende is vanuit het oppervlaktewater in de rest van Friesland. Daarmee wordt de waterkwaliteit langzaam maar zeker weer wat beter. Maar daarmee is De Deelen nog niet gered …

Na het stoppen van de vervening kregen weer en wind geleidelijk meer grip op het water. Door stormen kalfden de legakkers steeds verder af. Op sommige plekken zijn ze zelfs helemaal weggeslagen. Als dit proces geen halt wordt toegeroepen, dan heeft Fryslân er op den duur weer een groot meer bij en dat is niet de bedoeling …

Om verlanding in het gebied op een natuurlijke manier te stimuleren, wil men gebruik maken van krabbenscheer. Hier is een proef bezig om dat krabbenscheer een voorsprong te geven. Krabbenscheer is het beton van nieuw veen. Het groeit snel, maakt veel biomassa en legt ook nog eens CO2 vast. Als het krabbenscheer een dikke plak maakt en in de winter boven water blijft, krijgen andere planten als lisdodde, riet en gele plomp een kans: het begin van het verlanden …

Het hele verhaal werd onlangs op een mooie en aanschouwelijke manier uit de doeken gedaan in het natuurprogramma ‘Vroege vogels’. Een 8 minuten durende aanrader: ‘De Deelen verdwijnt’.

  • wordt vervolgd

Waterjuffers in De Deelen

Eenmaal onderweg langs het petgat aan de rechterkant van de parkeerplaats, moest ik natuurlijk wel even de min of meer traditionele foto van de werkschuur van SBB maken. De gebruikelijke weerspiegeling werd op dat moment nogal gebroken door op het water drijvend kroos …

Terwijl ik rustig verder scharrelde, lukte het vrij makkelijk om links en rechts juffertjes te fotograferen. Op het risico af, dat ik straks weer een terechtwijzing krijg, zou ik denken dat het allemaal lantaarntjes waren …

Ik was intussen al een mooie eindje voor Jetske uitgelopen, daarom besloot ik mijn krukje maar eens uit te klappen en te zien wat er rondom zou gebeuren. Ik zat nog maar net, toen er een paar meter verderop een libel neerstreek. En dat was niet zomaar een libel … het was een libel met vier witte vlekken in de vleugels …

Op het moment dat Jetske niet veel later voorzichtig aan me voorbij schuifelde, zat ik net te genieten van een waterjuffer, die met zijn gymnastische oefeningen bezig was …

Jetske had intussen een klein stukje verderop een open plekje in de rietkraag gevonden. Daar vandaan had ze een beter zicht op het petgat en hetgeen zich daarin bevond …

  • wordt vervolgd

Een juffertje en twee libellen

Eenmaal op het pad langs het petgat, kreeg ik al snel een kans om een juffertje van wat dichterbij te portretteren …

Niet veel later ontdekte mijn fotomaatje een vroege glazenmaker. Nadat Jetske een aantal foto’s van hem had gemaakt, was het mijn beurt, want zo mogelijk delen we onze onderwerpen altijd eerlijk … 🙂

Al kijkend en speurend vervolgden we ons pad, het bleef echter bij die ene libel. Daarom stelde Jetske voor om op onze voetschreden terug te keren en naar het andere petgat te gaan. Waar ik aan het begin van onze kuier al een gewone oeverlibel op het houtwerk had gefotografeerd, zat daar nu een steenrode/bruinrode heidelibel* op me te wachten …

* doorhalen wat niet van toepassing is

Via de parkeerplaats liepen we naar het petgat rechts van de parkeerplaats. Daar is net wat meer licht en zon dan langs het pad waar we eerst waren, dat maakt de kans om daar libellen en juffers te vinden hopelijk wat groter …

  • wordt vervolgd

Poelslakken, rupsen en bitterzoet

We vervolgden onze weg over het bij elke stap luidruchtig krakende vlonderbruggetje in De Deelen …

Ergens halverwege hoorde ik Jetske zeggen: “Kijk daar eens, dat lijken wel poelslakken …” En jawel, op de plek die ze aanwees lag een slak met een sierlijk gedraaid huisje in het water, en iets verder lag er nog één.

‘De gewone poelslak, ook wel poelslak of grote poelslak (Lymnaea stagnalis) is een in het zoetwater levende slak uit de familie poelslakken. De grote poelslak leeft alleen in stilstaande wateren, zoals sloten, vijvers en vennen. Bij gevaar laat de slak zich onmiddellijk naar de bodem vallen,’ aldus Wikipedia …

Aan het struikgewas langs ’t laatste stuk van het bruggetje hing een grote tros rupsen, die ik niet nader kan duiden …

Aan de onderkant de struiken schemerden de paarsgele bloemen van het bitterzoet door het gebladerte. Het zijn mooie bloemetjes, maar aardappeltelers hebben deze plant liever niet in de buurt van een perceel met aardappelen. Bitterzoet is namelijk verantwoordelijk voor de verspreiding van bruinrot, een aardappelziekte die de oogst kan verwoesten. Hoe dan ook, de bloemetjes hingen net dichtbij genoeg om er een paar close-ups van te kunnen maken …

In een poging om de lay-out van dit blogje enigszins in evenwicht te houden, sluit ik vandaag af met een foto van een poelslak op het langwerpige blad van een gele lis …

  • wordt vervolgd