Naar ‘de Putten’

De dag was begonnen met meevallers bij het boerderijtje en op het strandje, maar dat we niet bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ konden komen was toch even een tegenvaller. Hopend dat we bij ons volgende doel meer geluk zouden hebben, vervolgden we ons ritje. We reden via het westen naar de noordkant van de Leijen …

Tot een jaar of tien geleden liep ik vanaf het keerpunt aan het eind van de doodlopende Mienskerwei (kaartje OpenStreetMaps) regelmatig naar een uitzichtpunt op de oever van de Leijen aan de kant van Estermar. Dat uitzichtpunt stelde op zichzelf niet zoveel voor. Meer dan een verhoging van ruim 1 meter met rondom een houten hek bestaande uit paaltjes was het niet. Maar je had er wel een mooi uitzicht over de Leijen …

Daar kan ik dus al een jaar of tien niet meer komen, omdat het laatste deel van de Mienskerwei is afgesloten voor autoverkeer. Het uitzichtpunt kwam daardoor met een loopafstand van ongeveer 1 km buiten mijn bereik te liggen. Het omringende weideland werd teruggegeven aan de natuur. Het nieuwe natuurgebied ‘de Putten’ bestaat nu vooral uit rietland en moeras. Ik was benieuwd hoe het er bij het oude uitzichtpunt nu uit zou zien …

Met beleid en voorzichtigheid kon ik met de Joiny net langs de afsluitboom aan het eind van het doodlopende weggetje. Daarna volgden we een slecht gemaaid pad dat in de richting van het vroegere uitzichtpunt voerde. Het enige wat ik er van vroeger herkende was het scheef hangende hek waar we langs liepen. Het stukje weide daarachter is onveranderd gebleven. Kennelijk is het nog steeds privébezit, want er lopen nog altijd pony’s …

So far so good, op naar het uitzichtpunt van weleer …

Rond de Boornbergumerpetten

Ik pak de draad weer op waar ik gisteren gebleven was: de Boornbergumerpetten. Dit kleine stukje natuur maakt deel uit van het gevarieerde landschap van de gemeenten Smallingerland en Opsterland. Deze restanten van de voormalige vervening vertellen het verhaal van het Friese veenlandschap: ontstaan door turfwinning, deels drooggelegd, maar nu als natuurgebied behouden en gekoesterd … 

De Boornbergumerpetten bestaat uit water, rietland, moeras en verspreide bosjes. Naar verluidt zitten er tal van vogelsoorten, waaronder rietvogels, watervogels en bosvogels. Ook zitten er in de Boornbergumerpetten veel insectensoorten, algen, mossen en korstmossen. En dat alles in een postzegel van amper 3 km² te midden van strakke weilanden in een uitgestrekt polderlandschap …

Na enige tijd heb ik de drone nog even laten rondkijken in de omgeving. Het verschil tussen het stukje natuur en de strakke, rechtlijnige weilanden rondom kan haast niet groter. Ik ben blij verrast dat het zo’n mooi besloten gebied is. Ik was er voor het eerst, maar vast niet voor het laatst …

Bij de Boornbergumerpetten

Vandaag neem ik jullie opnieuw mee naar een bijzonder stukje Friese natuur. Anderhalve kilometer ten zuiden van de locatie waar ik mijn eerste dronefoto’s maakte, ligt de Boornbergumerpetten (OpenStreetMaps). Net als de oude petgaten, die ik eerder al liet zien, is ook dit een restant van de turfwinning in de regio …

Vanaf de picknicktafel aan de Krite liet ik de DJI Flip opstijgen. Achteruit vliegend liet ik hem geleidelijk hoogte winnen. Op ongeveer 100 m hoogte draaide ik de drone naar links. Langzaam verscheen er een kleine stukje natuur tussen de strakke, pas gemaaide weilanden …

Veel meer dan een postzegeltje natuur van amper 3 km² is het niet, maar ik vind het prachtig. Jarenlang heb ik me afgevraagd wat er achter de bomen struiken zit, die de Boornbergumerpetten omringen. Om de kwetsbare natuur te beschermen is het gebied niet toegankelijk voor publiek. Eigenlijk is dit de enige manier om ervan te kunnen genieten … 

Morgen kijken we hier nog wat verder rond.

Krabbenscheer als beton

We waren gebleven bij Jetske, die een kleine opening in het rietkraagje had gevonden. Voorzichtig op de afbrokkelende walkant steunend, maakte ze een aantal foto’s van het petgat …

In het petgat staat daar een aantal kooien en manden met daarin verschillende hoeveelheden krabbenscheer. Met deze opstelling wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden om verlanding in het gebied te stimuleren. Dat vraagt om enige nadere uitleg …

De Deelen is een laagveenmoerasgebied dat is ontstaan door de turfwinning, die daar een eeuw geleden begon. De afgegraven stroken liepen vol water – de petgaten – en daartussen liet men stroken grond droog. Op deze droge stroken, de legakkers of stripen, zoals we in Fryslân zeggen, werd de afgestoken turf te drogen gelegd …

Het is nog steeds een nat gebied, maar dat is niet meer te danken aan het oorspronkelijke grondwater en het water is slechter van kwaliteit. Door intensieve landbouw in de omringende gebieden, die gepaard gaat met diepontwatering, is De Deelen hoger komen te liggen waardoor het grondwater wegloopt. Er wordt nu water ingepompt vanuit een naburige zandwinning en als dat niet voldoende is vanuit het oppervlaktewater in de rest van Friesland. Daarmee wordt de waterkwaliteit langzaam maar zeker weer wat beter. Maar daarmee is De Deelen nog niet gered …

Na het stoppen van de vervening kregen weer en wind geleidelijk meer grip op het water. Door stormen kalfden de legakkers steeds verder af. Op sommige plekken zijn ze zelfs helemaal weggeslagen. Als dit proces geen halt wordt toegeroepen, dan heeft Fryslân er op den duur weer een groot meer bij en dat is niet de bedoeling …

Om verlanding in het gebied op een natuurlijke manier te stimuleren, wil men gebruik maken van krabbenscheer. Hier is een proef bezig om dat krabbenscheer een voorsprong te geven. Krabbenscheer is het beton van nieuw veen. Het groeit snel, maakt veel biomassa en legt ook nog eens CO2 vast. Als het krabbenscheer een dikke plak maakt en in de winter boven water blijft, krijgen andere planten als lisdodde, riet en gele plomp een kans: het begin van het verlanden …

Het hele verhaal werd onlangs op een mooie en aanschouwelijke manier uit de doeken gedaan in het natuurprogramma ‘Vroege vogels’. Een 8 minuten durende aanrader: ‘De Deelen verdwijnt’.

  • wordt vervolgd

De purperreiger gespot

Bijna aan het eind van een ritje door De Weerribben, hadden mijn fotomaatje Jetske en ik gistermiddag net geconcludeerd dat we in fotografisch opzicht wel eens beter dagen hadden gehad, toen ik in een flits iets bijzonders meende te zien in het moerasland rechts van de weg …

“Stond daar nou een purperreiger …?” vroeg ik half luid eigenlijk meer aan mezelf dan aan Jetske. Jetske hield als chauffeur haar blik op de weg gericht, maar ze trapte wel meteen op de rem en zette de auto in z’n achteruit. En jawel, daar stond hij in al zijn pracht, Ardea purpurea, de purperreiger

Het overige verkeer raasde aan ons voorbij en een enkele nieuwsgierige passant toch wel even wilde weten waar wij zo geconcentreerd, maar hinderlijk voor het overige verkeer naar stonden te kijken. Wij deden intussen ons best om deze bijzondere verschijning zo goed mogelijk te vereeuwigen. Voor mij was het de eerste keer dat ik een purperreiger in het wild zag. En dat moment wilde ik toch wel even goed mee pakken. Het feit dat hij aan de rand van het bereik van mijn camera stond, maakte het er niet makkelijker op, maar ik ben wel blij en tevreden met het resultaat …

Terwijl we daar stonden, ging de grote vogel tweemaal kort op de wiek. De laatste van die twee keer is te zien in de korte onderstaande video, die ik tussendoor ook nog van deze mooie waarneming kon maken …