De laatste tijd zagen we weer regelmatig een merel met een snavel vol voedsel in de tuin. Soms werd er hier in de border wat gevonden, maar vaker zag ik een merel een tussenlanding maken op de deur van de schutting achter in de tuin. Waar ze vervolgens naar toe gingen, was lang onduidelijk, maar ik had er wel zo mijn gedachten over …
Afgelopen weekend werd ik bevestigd in het idee dat ze via een omweg ongezien naar de klimop naast de vijver vlogen. Van achter de pergola zochten ze zich daarna door de klimop lopend een weg naar het nestje. Zondagavond zag ik dat er achter de vijver een jonge merel werd bijgevoerd door een van de ouders. Maandagochtend ontdekte ik een tweede jonge merel, die zat weggedoken tussen een emmer en een grote bloempot achter de fietsberging …
Ik vond dat hij er niet lekker bij zat, maar ik besloot hem een tijdje te observeren en af en toe een foto te maken. Op een bepaald moment zag ik hem moeizaam naar een ander plekje gaan. Lopen was het niet te noemen, want hij kukelde bij vrijwel elk stapje om. Hij leek een gebroken of ontstoken pootje te hebben. Omdat ik al die tijd geen van de ouders had gezien, besloot ik de Fûgelhelling (de Wildopvang voor Noord-Nederland) te bellen. Na mijn omschrijving van de situatie mochten we het diertje wel bij hen brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Hopelijk kunnen ze het beestje helpen toch nog een mooie grote merel te worden …
Je kunt je druk maken om die windturbines op het IJsselmeer, maar daar wordt de situatie niet anders van. Ik heb ze intussen geaccepteerd als een gegeven en richt mijn blik liever op andere zaken. Zoals op die passerende driemaster bijvoorbeeld …
Of op de zeilboten die in de verte heen en weer voeren voor de kust van de Noordoostpolder …
Veel vogels zijn er meestal niet te zien bij het Oudemirdumerklif. Op die dag was er een graspieper, die onze aandacht net zo lang bleef trekken, tot we een paar foto’s van hem konden maken. Een stukje in noordwestelijke richting was op een ondiepte een grote groep aalscholvers en zwanen te zien. Een paar andere zwanen zwommen al grondelend van noord naar zuid voor ons langs. Iets naar het zuiden zagen we een groepje koeien, die stond te baden in wat mogelijk ooit Minne zijn haventje was …
Terwijl we later terugliepen naar de auto, zagen we dat de koeien het zes meter hoge Oudemirdumerklif hadden beklommen om boven verder te grazen …
Maandag liet ik hier al een aantal foto’s zien van de zwarte sterns bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Dat was nog maar een tipje van de sluier, daarom vandaag nog een fotoserie van deze bijzondere vogel …
Er zijn nogal wat dagen geweest, waarop ik blij was om op dit plekje af en toe eens een zwarte stern te kunnen fotograferen. Maandag leek er geen eind te komen aan de vele vliegbewegingen vlak voor de kijkhut …
De brug naar de Jan Durkspolder was ook dinsdag nog niet open, daarom ben ik nog maar eens doorgereden naar het plekje waar ik vorige week het gruttopaar met hun kuiken had gefotografeerd. Ik werd meteen weer opgewacht door een paar rondvliegende grutto’s. Nadat de zaak weer wat tot rust was gekomen, mocht ik dit plaatje schieten …
In de verte zag ik iemand met een verrekijker lopen. Toen ik hem even later beter in beeld kreeg, zag ik dat hij een aantal stokken in zijn hand had. Dat maakte meteen duidelijk dat het de zogenaamde nazorger van het gebied is. Met de stokken heeft hij de nesten in het land gemarkeerd om ze te beschermen tegen de noodzakelijke werkzaamheden van de boer. Ze zoeken en markeren nesten, en ze tellen en registreren aantallen vogels, eieren en kuikens …
Half maart schreef ik hier een stukje over een bordje met het opschrift ‘Ik dongje rûch – Grutsk op ús Greidefugels’. Vrij vertaald betekent het dat de boer ruige mest of stromest gebruikt om zijn land te bemesten, omdat hij trots is op onze weidevogels. Net als nattigheid en een kruidenrijke vegetatie helpen ruige mest en weidegang van de koeien de weidevogels. Het zorgt voor meer en ander bodemleven. Meer informatie hierover kun je lezen op de website Grutsk op ús Greidefûgels …
De nazorg concentreert zich rond steeds minder geschikte plekken voor weidevogels. De grootste aantallen vogels zitten over het algemeen daar waar de boer iets extra’s doet voor de weidevogels. Hier op dit stukje oud boerenland, dat intussen eigendom is van de Friese vereniging voor natuurbeheer It Fryske Gea, wordt dat in de praktijk gebracht. De nieuwe droge mest ligt al klaar voor verspreiding over het land als de jongen straks zijn uitgevlogen. De grutto’s varen daar echt wel bij in deze weilanden, waar regelmatig de roep van één of meerdere grutto’s over het land klinkt…
Als de nazorger het weiland heeft verlaten en als ook de fotograaf geen bedreiging blijkt te zijn, is de alarmfase voorbij en strijken de grutto’s weer neer op hun uitkijkpost op een paal of ergens tussen grassen, bloemen en zuring …
Nadat ik donderdagochtend in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan de Leijen een tijdlang had zitten genieten van de zwarte sterns, ben ik zoals ik wel vaker even doorgereden naar de Jan Durkspolder …
Daar kon ik echter niet komen, omdat de brug afgesloten was. Waarschijnlijk is de gammele polderbrug eindelijk vervangen. Dat hoop ik deze of volgende week te ontdekken. Omdat ik in de Jan Durkspolder niet terecht kon, heb ik een ommetje gemaakt naar de hooilanden ten noorden van Earnewâld. En daar kreeg ik geen spijt van …
Ik was het doodlopende weggetje nog maar nauwelijks honderd meter in gereden of er vloog al een grutto op, die meteen een paar maal luid roepend laag over de auto dook. Ik wist genoeg en zette de auto meteen in de berm. De grutto landde eerst pal naast me op een dampaal. Daarna dook hij het lange gras in. Even later kwam hij tevoorschijn met zijn partner en hun kuiken. Is het niet prachtig!?
Ieder aan een kant van hun kuiken hielden de ouders de omgeving scherp in de gaten. Lang duurde de show niet, al snel leidden pa en ma hun kuiken weer naar het lange gras. Hopelijk redt dit kuiken het om volwassen te worden, want de kuikenoverleving van grutto’s moet omhoog …
Mijn dag kon al na het zien van de zwarte sterns bij de Leijen al niet meer stuk, het treffen met dit prachtige drietal dat ook op de Rode Lijst staat, maakte het helemaal af! 🙂
Onder een vrijwel wolkenloze hemel heb ik donderdagochtend weer eens een kijkje genomen bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’(Google Maps) aan de westkant van de Leijen. Het waaide niet hard, maar de wind die er stond, kwam nog steeds uit noord tot noordoostelijke richting en blies kil de hut in. Half voor het tweede kijkluikje zittend, kon ik net genoeg luwte vinden, om een tijdje tamelijk gerieflijk in de hut te kunnen zitten …
Bij wijze van uitzondering was het nu eens gezellig druk rond de hut, die zijn naam ‘Blaustirns’ meer dan ooit waarmaakte. Het wemelde voor de hut namelijk van de zwarte sterns. En de zwarte stern is in het Fries een blaustirns.
De zwarte stern was ooit een talrijke broedvogel in de laagveengebieden, langs de grote rivieren en op vennetjes van de zandgronden. In de jaren ’50 waren er naar schatting ten minste 10.000-15.000 broedparen. De trend was daarna steeds dalend. Op dit moment staat de zwarte stern met 1300-1400 broedparen als bedreigd op de Nederlandse Rode Lijst …
Nadat de kayakers uit beeld waren verdwenen, richtte ik mijn camera eens op de steltlopers die langs de rand van het water op zoek waren naar voedsel …
Ze waren te ver weg om ze te kunnen onderscheiden, maar ik heb op zo’n moment genoeg aan de gevleugelde drukte in de verte. Voor de echte vogelaar ligt dat natuurlijk wat gevoeliger. Jetske liep daarom naar het begin van de pier om wat betere foto’s te kunnen maken. Ik zag intussen mijn eerste vlucht rotganzen passeren …
Intussen had ik in de verte de M.S. Fostaborg voorbij zien stuiven. Met deze boot onderhoudt rederij Wagenborg een sneldienst met Ameland. Die sneldienst lijkt steeds belangrijker te worden, vanwege problemen met de grote veerboten. Enkele dagen nadat wij er waren, raakte de autobrug op de pier van Holwert defect, waardoor auto’s de veerboten niet meer op of af konden. Tot op de dag van vandaag is het niet gelukt om de problemen op te lossen. Voorlopig wordt de autobrug daarom bediend met behulp van een telescoopkraan …
Daarna richtte ik mijn camera op de veerboot M.S. Sier. Voortdurend heen en weer slingerend door de nauwe vaargeul (Google Maps), kwam hij ineens snel dichterbij kwam. Afgelopen week schreef ik in een reactie al iets over de problemen die er zijn met de veerdienst van en naar Ameland, en in mindere mate ook met die naar Schiermonnikoog. Al jarenlang moet er vrijwel dag en nacht gebaggerd worden om de vaargeul naar Ameland voldoende diep en breed te houden. Of het enkel ligt aan de dynamiek van de Waddenzee of dat ook het gebrek aan urgentie op de Haagse burelen een rol speelt, weet ik niet, maar de problemen spelen al jaren en worden alleen maar groter …
Bij het passeren van twee veerboten in de nauwe vaargeul is één van de schepen onlangs vrij heftig aan de grond geraakt met schade als gevolg. Daarom heeft rederij Wagenborg het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat toestemming om de dienstregeling aan te passen. Uit veiligheidsoverwegingen wordt voorgesteld om nog maar één gewone veerboot te laten varen, zodat de boten elkaar niet meer hoeven te passeren in de nauwe vaargeul …
De inwoners van Ameland maken zich ernstig zorgen. Dit besluit raakt de navelstreng van het eiland. Het is ingrijpend voor de economie en samenleving op Ameland, de bereikbaarheid komt onder grote druk. Intussen wordt onder de noemer Natuurlijk Bereikbaar gewerkt aan een nieuwe vervoersconcept voor de toekomst. Maar daar hebben toeristen en de inwoners van de Waddeneilanden nu niets aan …
Om de stroom verkeer vanaf de boot voor te zijn, zijn wij meteen na het aanmeren in de auto gestapt om naar onze laatste halte van die dag te rijden: Wierum. Daar ga ik nu geen verslag meer van doen. Duidelijker dan Jetske over de bedreigingen voor de kwelder van Wierum schreef, en mooier dan de foto’s die zij ervan maakte, wordt het niet: De kwelder bij Wierum.