Bij de holwortel

Toen ze terugkwam van de parkeerplaats was Jetske voorzien van haar kniebeschermers. Zelf gooide ik mijn viskrukje over de schouder, en zo waren we helemaal klaar voor de macrosessie waar we eigenlijk voor gekomen waren. Landgoed Dickninge staat namelijk vooral bekend om de groei en bloei van de zeldzame holwortel, eind maart – begin april …

Dickninge is een landgoed van ongeveer 75 hectare in het uiterste zuidwesten van de provincie Drenthe. Het ligt op de westelijke oever van het riviertje de Reest, dat de grens tussen Drenthe en Overijssel vormt (Google Maps). Het ruisen van een achter het struikgewas liggende vistrap in het riviertje staat garant voor een prettig achtergrondgeluid als je de landschapstuin in loopt …

De holwortel behoort tot de stinzenplanten. Dat is een groep planten die van oorsprong in een regio alleen als ingevoerde sierplantensoort voorkwam in landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en dergelijke. De holwortel is waarschijnlijk al zo’n 700 jaar geleden door kloosterlingen naar Dickninge gebracht, naar het klooster dat hier indertijd stond. Sindsdien heeft het plantje het landgoed centimeter voor centimeter veroverd. Ook bekendere voorjaarsbloeiers als het sneeuwklokje en het lenteklokje zijn stinzenplanten. Het woord stinzenplant (stinsenplant) komt trouwens van het Friese woord stins, dat stenen huis betekent. Er wordt een versterkt en met stenen gebouwd huis mee bedoeld. Dat waren vooral de woningen van adellijke of anderszins aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten …

Ik had op dat moment niet echt de rust om me op macrofotografie te concentreren. Als je echt mooie macrofoto’s van de holwortel en de er omheen vliegende hommels en bijen willen zien, dan moet je even hier bij mijn fotomaatje kijken. Omdat ik er voor het eerst was, heb ik nog wat rondgestruind om wat fragmenten van de Engelse landschapstuin te bekijken en te kieken. Ik houd wel van die kronkelende paden. Hoewel het hoogtepunt van de bloei van de holwortel al voorbij was, vond ik geheel erg mooi …

Omdat het derde bruggetje op onze route slecht begaanbaar was, besloten wij na verloop van tijd weer op onze schreden terug te keren. Jetskes’ aanbod om de auto weer op te halen en me dan weer op te pikken, sloeg ik ditmaal af. Mijn benen waren gelukkig weer net wat sterker gebleken dan bij onze vorige fotokuier. En zo lukte het om onderweg ook nog even een paar foto’s te maken van ‘huize Dickninge’. Maar verder werden we toch echt geacht niet te gaan …

Landgoed Dickninge

Terug bij de auto hebben we eerst maar eens een broodje gegeten. Omdat mijn onderdanen een vervolg van de dag niet in de weg stonden, had Jetske nog een verrassing in petto. Ze stelde voor om nog een fotokuiertje te maken bij landgoed Dickninge, slechts enkele kilometers verderop (Google Maps). Daar had ik de afgelopen jaren al de nodige mooie foto’s van gezien, dus dat leek me wel wat …

Bij aankomst stond het hek open. Dat was normaal gesproken weliswaar het startpunt van een mooie wandelroute, maar helemaal zonder risico leek het de laatste allemaal niet te zijn. Jetske vertelde dat ze een week eerder samen met haar zoon met knikkende knieën over het bruggetje was gekomen …

Maar Jetske wist wel raad. Met mijn gehandicaptenparkeerkaart als geldig excuus achter de voorruit reed ze via niet geheel gebruikelijke wegen naar een ander toegangspunt. Daar zette ze mij af, waarna ze de auto terugbracht naar het startpunt …

Jetske had me op een mooi plekje gedropt, er viel al meteen genoeg te fotograferen. In de verte stond een mooi grote duiventil zoals ik ze eigenlijk alleen uit Frankrijk ken. Alleen jammer dat er in plastic gewikkelde balen hooi of stro naast lagen. Aan de andere kant lag landgoed Dickninge aan mijn voeten …

Daar gaan we morgen zeldzame stinzenplanten bekijken … een klein voorproefje …

Op een paal

Op een paar palen van het hek, dat toegang heeft tot het paadje door het rietland naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ bij de Leijen, heeft zich een interessante moscultuur ontwikkeld …

De vorige keer dat ik er langs kwam, heb ik er maar eens wat foto’s van gemaakt. Ik vind ’t gewoon mooi …

Op de begraafplaats

Na onze rondgang langs het museum, het Zodenhuis en ‘het Stekje’ staken we de Camstrawei over (Google Maps)

Daar wandelden we over het pad naar de begraafplaats en de Toren van Firdgum bovenop de terp …

Eenmaal op de begraafplaats konden we de toren ook vanaf de oostkant bekijken. Terwijl Jetske enige tijd over de begraafplaats rondscharrelde, ging ik lekker op één van de bankjes aan de zijkant zitten …

Ik sluit vandaag af dit bijzonder grafmonument … ‘een bijzondere vogel vliegt weg …’

Morgen gaan we terug naar de auto om daarna onze weg te vervolgen.

Stare down met een kolos

Het was rustig in de Jan Durkspolder. Behalve wat grote grazers was er weinig leven te zien …

Terwijl ik naar het hek liep, had ik meteen de aandacht. Al snel kwam de grote kolos mijn kant op …

Bij het hek aangekomen leek hij me in eerste instantie sluiks vanuit een ooghoek op te nemen …

Dan liet hij alle schroom vallen en legde zijn kop op het hek. Wat volgde was een lange staredown

Zodra hij de blik afwendde, heb ik me tactisch teruggetrokken. Ik had de staredown dan wel gewonnen, maar je weet nooit wat zo’n beest zich nog in zijn kop haalt. En ik had wel mijn rode vest aan … 😉

De tapuit – nr. 86

Terwijl ik het weiland met paardenbloemen in de verte aan het fotograferen was, vloog er op een bepaald moment een klein vogeltje voor me langs. Vanuit een ooghoek zag ik dat hij op een dampaal iets verderop landde. Meteen zette ik de achtervolging in, waarna ik mijn camera op hem richtte …

Zodra ik hem in de zoeker had, meende ik hem te herkennen. Het leek een tapuit te zijn (heidehipper in het Fries), en daarmee had ik weer eens een primeurtje. Ik heb het nog even nagekeken, tot dat moment had ik – voor zover bekend – 85 vogelsoorten in mijn fotoarchief. De tapuit is dus nr. 86. Nadat ik twee foto’s van de tapuit op die grote dampaal had gemaakt, leek hij het welletjes te vinden en vloog hij naar een hek een stukje verderop …

De tapuit staat sinds 2004 als bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Het is een kleine insectenetende zangvogel, die zich bij voorkeur ophoudt in heidegebieden, duinen en zandverstuivingen. Hier tussen de weilanden leek hij me niet direct op zijn plek, maar mogelijk houdt hij zich normaal gesproken op bij de zandwinput op een flinke steenworp afstand …

Hoe dan ook, ik was en ben blij met de foto’s die ik van deze sterk bedreigde vogel heb kunnen maken …

Tussen de weilanden

– Een virtuele vakantie 25 –

Zodra we de dijk waren overgestoken waande ik me eigenlijk weer bijna thuis. Met in de verte hier en daar een dorpje tussen kruidige weilanden, zouden we net zo goed in het zuiden van Fryslân of in de kop van Overijssel kunnen zijn. Dat zou echter al snel weer veranderen, nadat de tureluur ons na een korte fotostop uitgeleide had gedaan uit het weidegebied …