Een reegeit en haar kalf

Nadat er een paar verfrissende buien over de provincie waren getrokken, was het gisterochtend tegen de 18°C in de tuin. Eindelijk weer temperaturen, waarbij ik even een fotokuiertje kon maken …

Ik reed naar de Jan Durkspolder waar ik alle ruimte had in de grote vogelkijkhut. Nadat ik daar aan de oostkant van de vogelkijkhut een paar grote zilverreigers had gefotografeerd, liep ik even naar de westkant van de hut. Ik had geen beter moment kunnen treffen …

Ik had nog maar net een van de luikjes geopend, toen ik in de verte een reegeit tussen het riet zag verschijnen. Ze liep naar de waterkant om wat te drinken. Niet veel later verscheen er ook een reekalf.

Ik er heb er bijna een half uur lang in stilte van zitten genieten … 🙂

Degelijk houtwerk

“Kunnen we de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder hier vandaan ook zien?” vroeg Jetske na enige tijd. Ze keek op dat moment wel de goede kant op, want aan Jetskes’ oriëntatie ligt het niet. De hut was echter niet te zien. In 2018 stond hij nog duidelijk afgetekend tegen de achtergrond van de bekende windmotor en de boerderij (foto linksonder). Tegenwoordig gaat hij echter schuil achter de bomen (foto rechtsonder) …

We werpen nog even een blik omhoog naar de binnenkant van het dak van deze degelijk gebouwde uitkijktoren. En dan is het tijd om via beide houten trappen af te dalen en ons ‘rondje pontje’ te vervolgen …

Rond de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder leek weinig activiteit te zien, daarom besloten we door te rijden. In Oudega maakten we nog even een korte stop bij het ‘Albert Faber parkje’ om wat houtsnijwerk te fotograferen …

De laatste bezienswaardigheid was de in verval geraakte bijenkorf, die t.g.v. Leeuwarden-Fryslân 2018 in de zomer van 2018 tussen Oudega en Opeinde langs de weilanden werd geplaatst …

Een fazant in paradepas

Ik was net terug bij de auto na een bezoekje aan de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder, toen ik aan de andere kant van de weg een fazant zag staan …

Hij zag mij ook. Even leek hij te twijfelen of hij zijn plan om de weg over te steken wel door zou zetten. Toen vermande hij zich, met de kop fier rechtop stapte hij mijn in paradepas de weg over …

Aan de andere kant van de weg liep hij naar de slootkant. Daar verdween hij achter een betonnen paal …

Het voorjaar in de bol

Nadat de beide grauwe ganzen uit het blogje van gisteren zich hadden omgedraaid, zag ik ze uit zicht verdwijnen. Ik liep naar de andere kant van de vogelkijkhut en opende daar een kijkluikje. Daar kon ik ze in open water weer oppikken. Zo te zien kwam ik niks te vroeg …

Het was duidelijk dat ze het voorjaar in de bol hadden. Hoewel … hij toch wel wat meer dan zij, zo leek het. Dat zal dan wel aan zijn rek- en strekoefeningen kort daarvoor gelegen hebben …

Nog tijdens het voorspel hief heer gans plotseling zijn kop op. En wéér kreeg ik die blik toegeworpen. Dat was voldoende om het luikje schuldbewust zachtjes te sluiten en mijn heil elders te zoeken …

Ik heb de hut stilletjes verlaten door achterdeur …

Rekken en strekken

Op een ochtend dobberden er in de luwte van de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grauwe ganzen. Op een bepaald moment verhief één van de twee – het zal het mannetje wel geweest zijn – zich met gespreide vleugels uit het water …

Hij sloeg enkele malen met zijn vleugels en liet zich daarna weer terugzakken in het water. Hij wierp een snelle blik op het vrouwtje dat nog steeds achter hem dobberde. Ze volgde gedwee, toen hij koers zette naar het open water …

Halverwege draaiden ze zich nog even naar me om. Hij keek me vervolgens met een hooghartige blik aan, alsof hij wilde zeggen: ‘Zo, ik ben klaar voor de dag. Wij gaan vandaag de voorjaarsbloemetjes eens lekker buiten zetten. En dat doen we zonder jou en je camera …’

Ganzen in tegenlicht

Nadat Jetskes’ schoenen weer schoon genoeg waren om ermee verder te kunnen reizen, reden we een klein stukje verder. Daar namen we een kijkje aan de andere kant van de weg, waar we zicht hadden op de noordelijke plas van de Jan Durkspolder. Terwijl ik naar het hek liep, ging Jetske net terug om haar andere camera te halen …

Ik houd vooral ’s winters van dit plekje, al was het maar vanwege het dan vaak mooie grijsblauwe beeld van de silhouetten van de twee windmotoren verderop in de polder. Steunend op het hek, hebben we een tijdlang genoten van de drukte op het wateroppervlak. Toen de wind even wegviel, leek het bijna voorjaar …

Een plas vol smienten

Na een ritje door de omgeving heb ik gisteren aan het eind van de ochtend een fotokuiertje gemaakt over het onverharde deel van de Geau in de Jan Durkspolder. Toen dat niks opleverde, heb ik me maar even teruggetrokken in de grote vogelkijkhut om mijn boterhammen op te eten …

De plas rond de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder lag net als voorgaande jaren weer vol smienten. Ze maakten weer goed duidelijk waarom ze ook wel fluiteenden worden genoemd. Het gefluit was bijna geen moment van de lucht met zoveel smienten bij elkaar …

Ze lieten zich vanuit de zuidwestelijke kant van de plas voortdurend met de wind meedrijven in noordoostelijke. Zodra ze in de buurt van de vogelkijkhut kwamen, vlogen ze vaak in koppeltjes of in kleine groepjes terug naar het zuidwesten, waar ze zich weer tussen de rest nestelden. Door hun drang om vroegtijdig terug te vliegen kon ik ze niet dichterbij krijgen dan op de laatste foto van vandaag …