Wie op basis van de foto’s van de laatste dagen het idee heeft gekregen, dat ik niet van een strak blauwe lucht houd, heeft het mis. Ook van een strak blauwe lucht kan ik op zijn tijd echt genieten, maar vanuit fotografisch oogpunt hebben buienluchten veel meer te bieden. De bewegingen in de wolken, de schitteringen op het wateroppervlak en het voortdurend veranderende licht blijven me fascineren …
Terwijl ik vorige week dinsdag vanaf het ongeveer 10 meter hoge Reaklif, het Rode Klif (kaartje Google Maps), naar de over het IJsselmeer trekkende buien stond te kijken, verscheen er ineens een laagvliegende aalscholver in beeld …
Hij scheerde zo laag over het water, dat zijn vleugeltippen de golven bijna leken te raken. Hoewel hij me maar weinig tijd bood, lukte het toch om deze aalscholver in volle vlucht van bovenaf te fotograferen, een bepaald niet alledaagse aanblik …
Daarna heb ik de camera nog eenmaal op één van buien boven het IJsselmeer gericht …
Morgen zetten we de bloemetjes buiten bij het iets zuidelijker gelegen haventje van Laaksum (kaartje Google Maps) …
Het was eigenlijk de bedoeling om de eerste fotostop aan de Friese IJsselmeerkust te maken bij het Oudemirdummer Klif. Toen ik daar aankwam begon het echter net te regenen, en een blik op de buienradar leerde, dat er ook nog wat buien onderweg waren naar dat punt. Ik was weliswaar op pad om buienluchten te fotograferen, maar op een bui direct boven me zat ik niet te wachten. Daarom ben ik maar doorgereden naar het wat noordelijker gelegen Reaklif – het Rode Klif – bij Warns. Het Rode Klif (kaartje Google Maps) is één van de restanten van stuwwallen die hier na de laatste ijstijd zijn achtergebleven …
Vanaf dit ongeveer 10 meter hoge uitkijkpunt heb je een prachtig uitzicht over het middelste deel van het IJsselmeer. Als we de blik van links naar rechts – oftewel van zuid naar noord – over het IJsselmeer laten glijden, zien we in zuidelijke richting op de eerste twee foto’s de buien die richting Oudemirdum en Lemmer koersten …
In westelijke richting hing een tamelijk open wolkendek boven het IJsselmeer …
Zon en wolken zorgden in eendrachtige samenwerking voor een mooi spel van licht en donker op het oppervlak van het IJsselmeer …
In noordelijke richting kijkend, zien we een groot opklaringsgebied met een prachtige blauwe lucht en in de verte weer wat vriendelijke stapelwolken …
Aan de horizon zien we de haven van Stavoren … even wat inzoomen …
De wolkenpartijen die ik hier gisteren liet zien in het kader van Skywatch Friday vormden slechts een klein intermezzo op mijn rit naar het IJsselmeer. Met het oog op de weersverwachting, waarin sprake was van buien, hoopte ik daar wat mooie buienluchten en heel misschien zelfs een waterhoosje te kunnen fotograferen. Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: een hoosje was me ook ditmaal weer niet gegund, maar ik heb er wel mooie wolkenpartijen en zeegezichten kunnen scoren …
Het Friese weideland strekt zich op een aantal plaatsen letterlijk uit tot de oever van het IJsselmeer. Een paar jaar geleden heb ik hier eens een koppel koeien in tegenlicht kunnen fotograferen, donderdag werd mijn aandacht getrokken door een boer die daar bezig was met zijn tractor met giertank …
Nadat ik vorige week donderdag op de oever van het Tjeukemeer 2,5 uur heb zitten kijken en fotograferen bij een IFKS skûtsjesylwedstrijd, zou ik hier moeiteloos dagenlang foto’s van zeilende skûtsjes kunnen presenteren. Dat zal ik echter niet doen, daarvoor ontberen de meeste foto’s simpelweg de juiste spanning …
En laten we eerlijk zijn: daar gaat het bij het skûtsjesilen toch wel om: spanning en sensatie. De echte sensatie ontbrak in deze wedstrijd in de grote A-Klasse, maar spannend was het zeker …
Lange tijd streden de ‘Ut en Thús’ (zeilteken UT in het bruine grootzeil) en de ‘Wylde Wytze’ (zeilteken H in een pompeblêd in het witte grootzeil) om de koppositie. Op de bovenstaande foto rondt de ‘Ut en Thús’ de boei die het dichtst bij het publiek voor het gemaal lag …
De ‘Wylde Wytse’ zit er vlak achter en draait net als de ‘Ut en Thús’ scherp om de boei …
Daarna zeilen beide schepen zo scherp mogelijk naar de boei aan de andere kant van het meer, even lijkt de ‘Wylde Wytse’ op één oor te gaan …
Ik vind het elke keer weer prachtig om te zien hoe scheef de skûtsjes met hun beperkte diepgang van 35-45 cm op het water kunnen liggen …
Om het publiek thuis en aan de waterkant op de hoogte houden van de ontwikkelingen in de wedstrijd verzorgt Omrop Fryslân dagelijks tussen 14:00 en 17:00 uur live verslaggeving voor radio, tv en internet. Op de onderstaande foto vaart de cameraman op de grijze rubberboot naar de ‘Ut en Thús’ …
Naar mate de wedstrijd vordert, is vanaf de wal vaak moeilijker te volgen wie nu precies op welke plek in de wedstrijd ligt. Dat geldt zeker wanneer de wind wat draait, waardoor de schippers allemaal hun eigen weg gaan zoeken. De radioverslaggevers van de Omrop bieden op zo’n moment uitkomst voor het publiek, omdat zij vanaf hun snelle rubberboot over een veel beter zicht op de ontwikkelingen beschikken. Op verschillende plaatsen langs de kant klinkt de stem van de nieuwe verslaggever Gjalt de Jong dan ook regelmatig uit transistorradio’s, smartphones of iPad’s …
Ik sluit dit hoofdstuk af met het meest spectaculaire moment dat het skûtsjesilen dit jaar opleverde. Tijdens het SKS Skûtsjesilen bij Wâldsein sloeg het Drachtster skûtsje op 29 juli om. daarbij kwam het skûtsje op miraculeuze wijze weer overeind via de voorstag van het skûtsje de ‘Gerben van Manen’ van Heerenveen. Omrop Fryslân was er met beeld en geluid bij …
Gjalt de Jong, die dit jaar voor het eerst verslag deed van het skûtsjesilen voor Omrop Fryslân, maakte meteen voorgoed naam met dit verslag. Aangevuld met beelden vanaf de rubberboot leverde het hem onder de titel “Bliksem Piebe” de volgende hommage op …
Vorige week donderdag bedacht ik me ineens dat ik wel weer eens naar het skûtsjesilen (spreek uit als skoetsjesielen) kon gaan. Die dag vonden de wedstrijden plaats op het Tjeukemeer. De beste plek om de wedstrijden daar te bekijken, is bij het Veenpolder Gemaal bij Echten …
De skûtsjes waarmee bij het skûtsjesilen wordt gezeild, zijn Friese tjalken die vanaf de 18e eeuw tot ongeveer 1930 werden gebouwd. De meeste skûtsjes hebben een lengte 15 tot ongeveer 20 meter. De skûtsjes werden gebruikt voor het vervoer van vracht in Fryslân. Afhankelijk van het seizoen vervoerden ze mest, terpaarde, aardappelen en andere bulkgoederen. De schipper en zijn gezin woonden aan boord van het skûtsje …
Na de Tweede Wereldoorlog werden de zeilen vervangen door motoren. De skûtsjes verdwenen als vrachtschip van het water, toen gemotoriseerde binnenvaartschepen die vele honderden tonnen lading mee konden nemen, hun rol overnamen. Veel skûtsjes werden vervolgens omgebouwd tot woningen op het water …
Vanaf de jaren vijftig zijn veel skûtsjes, die inmiddels als woonschip aan de kant lagen, weer in de vaart gekomen. Enerzijds door particulieren die er m.b.v. een kajuit een jacht van maakten, anderzijds door personen of organisaties die ze in meer of minder originele staat weer in de vaart brachten …
Het skûtsjesilen wordt door twee verschillende organisaties georganiseerd. In de eerste twee weken van de noordelijke bouwvak trekt er onder auspiciën van de SKS (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) een vloot van 14 skûtsjes door de provincie. Bij deze SKS-wedstrijden komen de skûtsjes uit voor een stad of dorp, de enige uitzondering hierop is d’ Halve Maen, het skûtsje van Philips – Drachten …
Bij de in 1945 opgerichte SKS blijft de deelname beperkt tot de huidige 14 skûtsjes. Er zijn ook strikte regels verbonden aan de schippers die deze 14 skûtsjes mogen besturen. Voordat iemand schipper kan worden, moet hij (of zij?) in ieder geval 7 jaar actief zijn geweest als bemanningslid in de SKS competitie. Verder moet de schipper in rechte lijn afstammen van een Fries die hoofdzakelijk in Fryslân onder zeil zijn brood heeft verdiend met een vrachtschip in tenminste 10 jaar van de vorige eeuw …
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw lieten steeds meer particulieren een oud skûtsje opkalefateren. Omdat zij kansloos waren om daarmee deel te nemen aan de zeilwedstrijden van de SKS, werd in 1989 de IFKS (Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen – Open Friese Kampioenschappen Skûtsjesilen) opgericht. Daardoor zijn er nu in Fryslân twee kampioenschappen. De belangstelling voor de IFKS is in de loop der jaren zodanig gegroeid, dat er momenteel ieder jaar in de derde week van de Bouwvak een week lang in vier klassen wordt gezeild door ruim zestig skûtsjes …
Op de foto’s in dit artikel zijn skûtsjes te zien die meedoen in de Klasse a-klein van de IFKS. Deze wedstrijd was al volop gaande, toen ik rond 12:45 uur een prachtig plekje aan de waterkant had gevonden. Morgen wat foto’s van de grote A-Klasse …
Nadat in de eerste helft van 2013 iedere maand kouder dan normaal verliep, kwam de gemiddelde maandtemperatuur in juli eindelijk weer eens boven het langjarig gemiddelde uit. Bijna de hele maand was het warmer dan normaal. In ons tuintje was de gemiddelde temperatuur 18, 2 ºC, tegen een langjarig gemiddelde van 16,5 ºC over de periode 1971-2000 …
De vierde week van juli leverde zelfs een landelijke hittegolf op die zeven dagen duurde. Dat was de eerste hittegolf in zeven jaar. In ons land is sprake van een landelijke hittegolf als de maximumtemperatuur bij het KNMI in De Bilt gedurende tenminste vijf dagen op rij elke dag 25 graden of hoger (zomers) is en in dat tijdvak op zeker drie dagen minstens 30 graden (tropisch) is bereikt …
In ons tuintje werd die hittegolf in formele zin net niet gehaald, omdat de tropische 30 graden maar op twee dagen werd overschreden. Maar met 31,7 en 31,9 graden op 22 en 23 juli en daar omheen nog drie dagen met maximumtemperaturen tussen de 25 en 30 graden, vond ik het allemaal warm genoeg …
De zon scheen vaak en veel in juli, bijna gedurende de helft van de maand was er hoegenaamd geen wolkje aan het zwerk te zien. Alleen aan het eind van de maand zag het er heel af en toe even dreigend uit …
Vanuit een wat ander perspectief leek het echter allemaal weer reuze mee te vallen …
Lang leek het erop dat juli record droog zou worden, maar in de laatste week van de maand viel er toch nog 36 mm regen. Daarmee kwam de totale hoeveelheid neerslag in ons tuintje in juli uiteindelijk uit op 37 mm, tegen normaal ongeveer 70 mm over de periode 1971-2000. Dit alles komt aardig overeen met het landelijk beeld …
Omdat tropische temperaturen tegenwoordig niet meer aan mij besteed zijn, keek ik uit naar een front dat de ergste warmte zou verdrijven. Op zaterdag 27 juli was het zo ver, het KNMI gaf een waarschuwing uit voor extreem weer: code oranje. Aan het begin van de middag reed ik naar Goëngahuizen om het front op te wachten. Rond 13:30 uur trok daar een prachtige shelfcloud met zware windstoten, regen en onweer over me heen. ’s Nachts volgde nog een tweede front met onweersbuien …
Regen en onweer brachten weliswaar enige verkoeling, maar met maximumtemperaturen boven de 20 graden, bleef het ook in de laatste dagen van juli warm. Leuke bijkomstigheid van het mooie en warme weer was dat er in juli ineens volop vlinders en andere insecten te zien waren. De kleurrijke kleine heideblauwtjes stalen de show op de heide in het Weinterper Skar …