Een nieuw clubhuis

Het was meteen duidelijk toen ik in het bos linksaf was geslagen, er was iets heel erg veranderd op de oever van het Witte Meer. De beschilderde scheepscontainers die jarenlang het onderkomen waren van de ijsbaan, waren verdwenen. Ze waren sinds het afbranden van het oude houten hok van de ijsvereniging in 1993 gebruikt om zaken als bankjes, gereedschap en apparatuur en een deel fungeerde als kantine voor koek en zopie …

Toen bleek dat de bestaande containers aan het eind van hun levensduur waren is gezocht naar een nieuwe oplossing. Daarbij kwam de vereniging uit bij twee zogenaamde Ela units uit Duitsland. Met financiële steun van de Van Teyensfundatie konden deze naar Beetsterzwaag gehaald worden.

De units zijn intussen voorzien van een houten bekleding om ze in de omgeving op te laten gaan. Naast gebruik door de ijsvereniging wil men de units ook gaan inzetten voor andere activiteiten zoals b.v. wandeltochten of iets dergelijks. Wat een vooruitgang daar bij het Witte Meer. Nu maar hopen dat het nieuwe onderkomen met respect behandeld zal worden …

Nadat ik een tijdje op een van de bankjes aan de waterkant had gezeten, besloot ik de vlonder op te rijden. Ik had goede hoop dat ik verderop wel wat juffers en libellen zou kunnen fotograferen. Daarover morgen meer …

Het kerkhof van Ald Beets

De begraafplaats bij Nijtap die ik hier gisteren liet zien, ligt nog geen kilometer ten noorden van Drachten. Tijdens een ritje over onbekende paden ten zuidwesten van Drachten kwam ik enkele dagen later langs de oude begraafplaats van Ald Beets. De begraafplaats bij Nijtap was nieuw voor me, deze begraafplaats ken ik al zeker 50 jaar …

In het verleden heb ik hier al verschillende fotoseries gemaakt, zowel alleen als met Johan en later met Jetske. Zo mooi als ik hem onlangs aantrof, had ik hem echter nog niet eerder gezien. Het is qua onderhoud het tegenovergestelde van de begraafplaats bij Nijtap. Daar was het gras gemillimeters, hier stond het bijna kniehoog. Maar ik vind het prachtig, het past helemaal bij deze echt bijzondere begraafplaats …

Dit is een plek met een rijke historie. In de 11e eeuw is op de plek van de huidige begraafplaats een Rooms Katholieke kerk gebouwd: de Sint Geertruidskerk. In 1889 werd er een nieuwe kerk gebouwd, de Adelskerk die werd gefinancierd door de adellijke families Lycklama à Nijeholt en Van Lynden uit Beetsterzwaag. Om een lang verhaal kort te maken, de Adelskerk is uiteindelijk na blikseminslag in 1984 gesloopt. Op de fundamenten staat sinds 1988 een klokkenstoel. Daar omheen ligt een keur aan oude graven …

Hier liggen teveel beelden en verhalen om snel even te bespreken. Ik kom er op enig moment zeker nog op terug.

Een bijzondere begraafplaats

Tijdens mijn ritje door omgeving van Nijtap, waar ik o.a. het oudste gebouw van de gemeente Smallingerland vond, kwam ik ook langs een mij onbekende begraafplaats. Het was dat er bordje ‘Bijzondere begraafplaats’ langs het fietspad stond, anders had ik het niet gezien. Het onderstaand hek geeft toegang tot een ruim 100 m lange laan, daarachter ligt de begraafplaats …

Aan het tweede hek bij de begraafplaats hing een informatiepaneel over de geschiedenis van de begraafplaats en de Salvatorkerk, die hier van ca. 1300 tot 1908 heeft gestaan. ook de klokkenstoel kende zo te zien een rijke geschiedenis. Ik maakte een rondje over de onverwacht grote begraafplaats. Hat zag er allemaal keurig onderhouden uit. Maar hoe ik ook zocht, ik zag nergens een klokkenstoel …

Ik besloot de zaak even te overdenken op het bankje bij de ingang en daar eerst even wat te drinken en mijn stukje koek te eten. Korte tijd later liep er een bezoeker van de begraafplaats langs in de richting van de uitgang. Ik sprak hem aan en vroeg of hij bekend was op de begraafplaats en of hij wist hoe het zat met die klokkenstoel. ‘Dy stiet net sa fier fuort, sjoch …’ antwoordde de man, terwijl hij zich omdraaide. ‘Hoe kin dat no …? Hij stie dêr altyd, rin mar even mei …’

Ik liep mee, en toe zag ik het ook, het fundament van de klokkenstoel lag er nog, maar het bouwwerk zelf was weg. De dubbele klokkenstoel met schilddak is een rijksmonument. Naar alle waarschijnlijkheid ondergaat hij momenteel zijn zoveelste restauratie …

Ik moet later nog maar eens terug komen om de klokkenstoel en nog het een en ander op de begraafplaats te bekijken.

Niet erg welkom

Omdat ik er toch was, besloot ik nog even door te rijden naar het eind van de doodlopende weg Binnendyks. Dat hij dood liep op de Wâdwei, de autoweg tussen Drachten en Leeuwarden, wist ik al. Wat er verder te zien was, wist ik niet …

Ongeveer halverwege zit een kerstbomenkwekerij, daar ben ik zo aan voorbij gereden. Helemaal aan het eind was het een ander verhaal. Daar staat een oud boerderijtje waar wat buitenissig spul op het erf staat …

Erg welkom voelde ik me er niet. Het schijnt dat er een beveiligingsbedrijf met de naam Special Dog Security zit. Luisterend naar het zware geblaf dat vanuit een kooi aan de andere kant van het huis klonk, ben ik geneigd dat te geloven. Ik had er al snel genoeg gezien …

Het oudste gebouw

Hoewel het hier gelukkig nog lang geen dertig graden is, laat de benenwagen laat me de laatste tijd weer regelmatig in de steek. Maar gelukkig kan ik er op de Joiny toch regelmatig even op uit. De afgelopen weken ben ik op zoek gegaan naar plekjes en paden rond Drachten die ik nog niet kende. Tijdens één van mijn ritjes ben ik op zoek gegaan naar het oudste gebouw van de gemeente Smallingerland. Ik wist dat het ergens ten noorden van Drachten moest staan, maar ik was er nog nooit geweest …

Het is een boerderijtje dat in 1668 is gebouwd aan Binnendyks 2 (voorheen Van Nijtap 3) in Opeinde. Het was indertijd eigendom van Wytse Taekes. In 1798 was het de grootste boerenhoeve van de buurtschap Nijtap met o.a. 13 koeien en 6 paarden. Na 1850 werd de boerderij verbouwd, ze werd verkleind en de vrijstaande hooiberging werd afgebroken. Het in traditionele stijl gebouwde keuterboerderijtje is in 1995 van binnen en van buiten gerestaureerd. Sinds 1970 is het een rijksmonument …

Tegenwoordig lijkt het een recreatiewoning te zijn, maar dat weet ik niet zeker. Op het erf moet nog een monumentale lindeboom staan, die waarschijnlijk dateert uit de bouwtijd van de boerderij. De eeuwenoude lindeboom schijnt een omvang van ongeveer zes meter te hebben. Daarmee is het waarschijnlijk de dikste boom van Fryslân. Vermoedelijk staat de boom aan de andere kant van het huis, want ik heb hem niet kunnen zien …

Op zoek naar Bote’s gruttoland

Tegen het einde van een toch al mooie dag had ik nog één wens. Het lag niet bepaald op de route naar huis, maar ik wilde nog graag het gruttoland van boer Bote zien te vinden. Alleen: waar begin je zo’n zoektocht? Ik wist niet veel meer dan dat hij ergens in de buurt van Tjerkwerd moest wonen, en dat er een grote grutto van cortenstaal in een van zijn weilanden zou staan.

In Tjerkwerd hielden we een paar wandelaars staande. Misschien konden zij ons verder helpen. ‘No jimme treffe it, ik bin Bote syn sweager,’ antwoordde een van hen. ‘Jimme moatte in lyts stikje werom ride, dêrnei twa kear nei links en dan oer de brêge fuortendaliks nei rjochts, oer in smel kronkeldykje …’

Het smalle weggetje bracht ons uiteindelijk bij drie boerderijen. Behalve wat jongvee was er weinig leven te bespeuren. En van een grote grutto van cortenstaal? Geen spoor. Op dat moment bedacht ik me dat ik misschien beter naar Bote’s grutto had kunnen vragen dan naar zijn boerderij.

Er zat niets anders op dan terug te keren naar de doorgaande weg. We hadden nog maar net besloten om dan maar een stukje zuidwaarts over de N359 te rijden, toen het ineens gebeurde. Daar, midden in het land, stond hij — de grote grutto. Alsof hij al die tijd al op ons had staan wachten …

– Wie boer Bote is …? Dat zal ik hier morgen haarfijn uit de doeken doen …

De Ald Toer fan Easterwierrum

Van de vogelkijkhut Skrok zetten we koers naar onze volgende bestemming. Daarover had Jetske een tip gekregen: de Ald Toer van Easterwierrum zou zeer de moeite waard zijn om te fotograferen — zeker in de tijd dat de paardenbloemen bloeien. En eerlijk is eerlijk: nog voordat we goed en wel waren uitgestapt, zagen we al dat de tipgever niets te veel had gezegd. Het weiland lag als een zachtgeel golvend tapijt om de terp heen, de eerste bloeiende paardenbloemen licht deinend in een frisse voorjaarsbries. Een voorzichtig zonnestraaltje had het geheel misschien nog nét wat extra glans gegeven, maar ook zonder dat was het een prachtig, bijna verstild beeld …

Easterwierrum is een terpdorp dat al in de vroege middeleeuwen ontstond, bij wat nu de buurtschap Tsjerkebuorren is (kaartje OpenStreetMap). Destijds lag het aan de Middelzee, een gunstige plek voor handel. In de loop van de 18e eeuw schoof het dorp langzaam op naar het zuiden. Wat achterbleef, is een stille herinnering aan die tijd: een eenzame toren op een terp — de Ald Toer. Het huidige Easterwierrum ligt tegenwoordig zo’n 600 meter verderop …

De buurtschap zelf stelt niet veel meer voor dan een paar boerderijen. De toren en het kerkhof liggen er wat verlaten bij, midden in het weidse landschap, op de ommuurde restanten van de afgegraven terp. Een krans van essen leek het geheel als het ware zacht ruisend te omarmen. De kerkhofmuur werd in 1985 vernieuwd …

De toren zelf, die teruggaat tot de 13e of 14e eeuw, is deels gebouwd van gele kloostermoppen. Een gevelsteen vertelt dat er in 1589 al herstelwerkzaamheden nodig waren — ook toen was onderhoud blijkbaar geen overbodige luxe. In 1776 kreeg de toren een moderner uiterlijk: het oorspronkelijke romaanse zadeldak maakte plaats voor de huidige spits met leisteen, een verandering die je in het noorden vaker ziet. De kerk die ooit bij de toren hoorde, werd in 1902 afgebroken. De laatste restauratie van de toren vond plaats in 2006 …

Fryslân kent meer van dit soort eenzame torens die als bakens in het landschap staan. De torens van Eagum, Firdgum en Miedum had ik al eerder vastgelegd. De Ald Toer van Easterwierrum vormt een mooie — en eigenlijk onmisbare — aanvulling op dat rijtje …