Een merel en vier wandelaars

Voordat ik de hut verliet, keek ik nog even door één van de vensters in oostelijke richting naar buiten. Slechts heel vaag was de glinstering van de windmotor aan de Geau door de mist te zien…

Terwijl ik over het met wilgen omgeven paadje richting auto liep, streek er vlakbij me een merel neer. Even leek er van mist geen sprake te zijn, zonovergoten bleef de merel geduldig voor me poseren …

Terug bij de weg besloot ik nog even een stukje in de richting van de windmotor te lopen. Daar vandaan heb ik een foto gemaakt van de vogelkijkhut in de mist …

Ik was niet de enige die volop genoot van de rust in het mistige en heerlijk rustige buitengebied van de Jan Durkspolder. Uit de mist doemden vriendelijk groetende wandelaars op …

Smienten in de mist

Vijf dagen nadat mijn fotomaatje en ik een fotoserie hadden gemaakt van de honderden smienten in de Jan Durkspolder, ben ik er opnieuw naar toe gereden …

Het was die ochtend mistig en koud. De nacht ervoor was de temperatuur met -0,8°C voor het laatst in januari lichtjes onder het vriespunt gedoken. Het was oorverdovend stil op en rond de plas …

Ik bleek weer een goeie keuze te hebben gemaakt met het ritje deze kant op. Terwijl het in Drachten tot halverwege de middag mistig bleef, begon de zon hier steeds nadrukkelijker door de mist heen te prikken …

Net als bij de vorige gelegenheid dobberden de smienten in groten getale op redelijke afstand van de vogelkijkhut. Het was allemaal wat minder goed te zien, maar wat was het er mooi en stil …

Maar hoe fijn het er ook was, terwijl ik nog wat foto’s maakte van het laatste ijs van het seizoen in de luwte van de kijkhut, begon ik het na enige tijd toch koud te krijgen …

Die foto’s van dat ijs houdt u nog even tegoed. Het werd tijd om de benen wat op te warmen in de auto en dan op zoek te gaan naar meer mistprentjes …

Honderden smienten

Na de fotosessies met de reeën en het spel van zon, wind en wolken reden we naar het eind van de weg, waar fotomaatje Jetske de auto parkeerde. Daarna liepen we naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder…

Vooral wolken en water bepaalden in eerste instantie het beeld. In de verte dobberden enkele honderden smienten op het water. Meestal zitten ze helemaal aan de zuidkant van de plas, ver weg van gluurders in de kijkhut. De zuidwestelijke wind voerde ze die dag echter steeds verder in onze richting …

De smienten, die ook wel fluiteenden worden genoemd, brengen hier de winter door. In het vroege voorjaar trekken ze naar hun broedgebieden in Scandinavië en Siberië. Waarom ze ook wel fluiteenden worden genoemd, ontdekten we even later …

Op het moment dat we ze net wat beter konden bekijken, ging het hele spul luid fluitend op de wiek. Ze vlogen een klein stukje naar het zuiden en landden daar weer op het water. Zodra ze opnieuw te dicht bij ons dreigden te komen, vlogen ze weer op. Dat spel herhaalde zich een aantal keren, en dat leverde vooral tegen de achtergrond van de boerderij en de windmotor mooie beelden op …

Links en rechts van de weg

Het is intussen alweer drie weken geleden, dat Jetske en ik samen een ritje en een fotokuiertje maakten. Het was een dag met wisselend bewolkt weer. Toen wij in de buurt van Earnewâld een eerste tussenstop maakten, trok er een bui ten noordoosten van ons langs …

Ten zuiden van de weg zat een stuk verderop een buizerd op een paaltje. Het lukte Jetske om hem daar mooi scherp op de foto te krijgen, ik was een fractie te laat. Uitgerekend op het moment dat ik er een foto van wilde maken, kwam de vogel in beweging. Het gevolg was een onscherpe foto, maar in zijn vlucht laag over het weiland kon ik nog wel een foto van hem maken. Een moment later passeerde aan de andere kant van de weg een groepje brandganzen …

Ik hoopte Jetske ergens langs de route een sprong reeën te kunnen laten zien. Lang leek dat ditmaal niet te lukken, maar gelukkig liep er op de laatste plek waar ik ze verwachtte een klein groepje rond. Het waren er maar 5 en ze stonden ver weg – niet meer dan stipjes in de verte op de foto linksonder – maar het waren reeën. Gelukkig hebben we allebei een krachtige zoomlens, zodat er vrijwel altijd wel wat van overblijft …

Korte tijd later naderden we de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Op de Westersânning zette Jetske de auto even stil, zodat we wat foto’s konden maken van zon, wolken en weerspiegelingen …

Jetske was uit de auto gestapt om haar foto’s te maken. Ik maakte het mezelf makkelijk door een paar foto’s door het geopende autoraam te maken. De jacobsladders waren de moeite waard …

Drie op een rij

Zoals ik gisteren al schreef, stond er een stevige west-zuidwestelijke wind. In de kijkhut had ik daar niet veel last van gehad, omdat de wind er net voor me langs blies …

Op weg terug naar de auto liep ik het eerste stuk tussen de beschermende wilgen. Daar voelde ik ook nog weinig van de wind, Maar zodra ik het paadje achter me had gelaten, voelde ik de frisse wind door mijn broek heen blazen …

Terug bij de auto zag ik een stukje verderop drie kleine paardjes mooi op een rijtje met hun kont naar de wind gekeerd staan. Het kleinste paardje stond netjes vooraan, zodat hij theoretisch ’t minst van de wind moest voelen …

Brilduikers in de polder

Het eerste ritje van dit jaar bracht me op 3 januari meteen weer naar de Jan Durkspolder. Sinds een jaar of vijf vind ik de streek ten noorden van Drachten aantrekkelijker dan de zuidelijke regio. Rond de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder valt eigenlijk altijd wel iets te zien …

De laagstaande zon maakte het die dag niet gemakkelijk om vanuit de vogelkijkhut over de plas uit te kijken. In eerste instantie leek er niets noemenswaardigs te zien. Dat veranderde gelukkig na een minuut of vijf. Een paar kleine eendjes trotseerden de straffe tegenwind en kwamen vanaf de oostkant in beeld …

Het waren mooi zwart-wit getekende eenden, maar van de soortnaam had ik geen idee. Op dat moment stak de voorzienigheid me een handje toe. Een viertal wandelaars betrad de hut. Terwijl drie van hen aan de westkant gingen zitten, kwam de vierde bij het kijkvenster naast mij staan. Daar haalde hij een compacte verrekijker tevoorschijn …

“Niet veel te zien, hè …,” zei één van de drie. “Nee, alleen wat brilduikers,” antwoordde de man naast me. Kijk, dat soort mensen, daar heb je wat aan. “Dankjewel,” zei ik, “ik had ze al gespot, maar ik kende ze niet van naam.” Brilduikers dus, een soort die op de rode lijst staat, heb ik nadien ontdekt. De vier wandelaars hielden het meteen weer voor gezien en verlieten na een vriendelijke groet de hut om hun wandeling naar Earnewâld te vervolgen …

Nadat een slobeend nog even mooi voor mijn positie langs flitste, vond ik het ook welletjes. Mijn dag was met het vastleggen van de brilduiker als nieuwe soort en deze fraaie passage van de onderstaande slobeend (ook al een vogel die op de rode lijst staat) alweer helemaal goed …

Wjerspegele tuorrebouten

Van de reeën aan It Nonnepaed koerste ik met een ommetje richting Jan Durkspolder. Ineens zag ik ze staan, gewoon in een brede sloot langs de weg, omgeven door licht rimpelend water. Wachtend tot ze binnenkort worden omsloten door zacht krakend ijs …

Weerspiegelde lisdodden, ook wel bekend als rietsigaren. In het Fries noemen we ze tuorrebouten (spreek uit als tworrebouten) …