Links en rechts van de weg

Het is intussen alweer drie weken geleden, dat Jetske en ik samen een ritje en een fotokuiertje maakten. Het was een dag met wisselend bewolkt weer. Toen wij in de buurt van Earnewâld een eerste tussenstop maakten, trok er een bui ten noordoosten van ons langs …

Ten zuiden van de weg zat een stuk verderop een buizerd op een paaltje. Het lukte Jetske om hem daar mooi scherp op de foto te krijgen, ik was een fractie te laat. Uitgerekend op het moment dat ik er een foto van wilde maken, kwam de vogel in beweging. Het gevolg was een onscherpe foto, maar in zijn vlucht laag over het weiland kon ik nog wel een foto van hem maken. Een moment later passeerde aan de andere kant van de weg een groepje brandganzen …

Ik hoopte Jetske ergens langs de route een sprong reeën te kunnen laten zien. Lang leek dat ditmaal niet te lukken, maar gelukkig liep er op de laatste plek waar ik ze verwachtte een klein groepje rond. Het waren er maar 5 en ze stonden ver weg – niet meer dan stipjes in de verte op de foto linksonder – maar het waren reeën. Gelukkig hebben we allebei een krachtige zoomlens, zodat er vrijwel altijd wel wat van overblijft …

Korte tijd later naderden we de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Op de Westersânning zette Jetske de auto even stil, zodat we wat foto’s konden maken van zon, wolken en weerspiegelingen …

Jetske was uit de auto gestapt om haar foto’s te maken. Ik maakte het mezelf makkelijk door een paar foto’s door het geopende autoraam te maken. De jacobsladders waren de moeite waard …

Drie op een rij

Zoals ik gisteren al schreef, stond er een stevige west-zuidwestelijke wind. In de kijkhut had ik daar niet veel last van gehad, omdat de wind er net voor me langs blies …

Op weg terug naar de auto liep ik het eerste stuk tussen de beschermende wilgen. Daar voelde ik ook nog weinig van de wind, Maar zodra ik het paadje achter me had gelaten, voelde ik de frisse wind door mijn broek heen blazen …

Terug bij de auto zag ik een stukje verderop drie kleine paardjes mooi op een rijtje met hun kont naar de wind gekeerd staan. Het kleinste paardje stond netjes vooraan, zodat hij theoretisch ’t minst van de wind moest voelen …

Brilduikers in de polder

Het eerste ritje van dit jaar bracht me op 3 januari meteen weer naar de Jan Durkspolder. Sinds een jaar of vijf vind ik de streek ten noorden van Drachten aantrekkelijker dan de zuidelijke regio. Rond de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder valt eigenlijk altijd wel iets te zien …

De laagstaande zon maakte het die dag niet gemakkelijk om vanuit de vogelkijkhut over de plas uit te kijken. In eerste instantie leek er niets noemenswaardigs te zien. Dat veranderde gelukkig na een minuut of vijf. Een paar kleine eendjes trotseerden de straffe tegenwind en kwamen vanaf de oostkant in beeld …

Het waren mooi zwart-wit getekende eenden, maar van de soortnaam had ik geen idee. Op dat moment stak de voorzienigheid me een handje toe. Een viertal wandelaars betrad de hut. Terwijl drie van hen aan de westkant gingen zitten, kwam de vierde bij het kijkvenster naast mij staan. Daar haalde hij een compacte verrekijker tevoorschijn …

“Niet veel te zien, hè …,” zei één van de drie. “Nee, alleen wat brilduikers,” antwoordde de man naast me. Kijk, dat soort mensen, daar heb je wat aan. “Dankjewel,” zei ik, “ik had ze al gespot, maar ik kende ze niet van naam.” Brilduikers dus, een soort die op de rode lijst staat, heb ik nadien ontdekt. De vier wandelaars hielden het meteen weer voor gezien en verlieten na een vriendelijke groet de hut om hun wandeling naar Earnewâld te vervolgen …

Nadat een slobeend nog even mooi voor mijn positie langs flitste, vond ik het ook welletjes. Mijn dag was met het vastleggen van de brilduiker als nieuwe soort en deze fraaie passage van de onderstaande slobeend (ook al een vogel die op de rode lijst staat) alweer helemaal goed …

Wjerspegele tuorrebouten

Van de reeën aan It Nonnepaed koerste ik met een ommetje richting Jan Durkspolder. Ineens zag ik ze staan, gewoon in een brede sloot langs de weg, omgeven door licht rimpelend water. Wachtend tot ze binnenkort worden omsloten door zacht krakend ijs …

Weerspiegelde lisdodden, ook wel bekend als rietsigaren. In het Fries noemen we ze tuorrebouten (spreek uit als tworrebouten) …

Blik op het noorden

Terug bij de auto besloot ik donderdagmiddag nog even een paar foto’s van de vierde windstreek te maken: het noorden …

Nadat de lucht de eerste helft van de middag voornamelijk lichtblauw was geweest, begonnen aan de andere kant van de Lytse Mar (Google Maps) steeds meer donkere wolken zich samen te pakken …

Zoveel reuring als zich tegen de noordelijke horizon in de lucht aftekende, zo rustig stond de windmotor aan de Westersânning er nog bij …

Terwijl ik via Earnewâld met ommelandse wegen huiswaarts reed, heb ik de auto nog een paar maal in de berm gezet om wat foto’s te maken …

Ik had zelfs nog het geluk om een zwakke regenboog in beeld te vangen …

Het duurde niet veel langer dan een uur, maar het was weer een aangenaam ritje over de Friese dreven.

Vier windstreken rond de hut

Vanaf It Nonnepaed ben ik naar de Jan Durkspolder gereden. Toen ik daar even later in de vogelkijkhut ging zitten, dreef de eerder gemelde bui, aan de zuidkant van de plas voorbij …

Aan de oostkant maakte mijn vriend de grote zilverreiger, die ik hier onlangs ook al eens aantrof, een wandeling langs de rand van zijn revier. Ik was zelf wel gecharmeerd van het gelaagde decor waarin hij zich bevond …

Het buitje – meer was het in feite niet – dreef intussen rustig over de zuidelijke oever van de plas in westelijke richting voort, vage weerspiegelingen met zich meetrekkend …

Aan de westkant van de hut heerste intussen volmaakte rust. Zelfs dat ene rietpluimpje stond tegen een vrijwel vlakke waterspiegel roerloos naast de hut …

Na een laatste blik op de bui aan de zuidkant, hield ik het voor gezien. Over het met knotwilgen omgeven pad liep ik aan de noordkant van de hut terug naar de auto …

Een grijze vogeldag in de polder

Het was grijs en donker in de Jan Durkspolder. Maar een mens moet af en toe wat, daarom heb ik toch maar even een kuiertje naar de vogelkijkhut gemaakt …

Vlak nadat ik er was gaan zitten, vloog er aan de andere kant van het water een grote zilverreiger op …

Korte tijd later dobberden er twee slobberende slobeenden voorbij …

De laatste waarneming was dat er vijf grauwe ganzen in het water neerstreken …

Had ik in korte tijd toch maar weer acht vogels gekiekt, die zich in onze tuin nooit laten zien … Op naar de koffie!