Een merel en vier wandelaars

Voordat ik de hut verliet, keek ik nog even door één van de vensters in oostelijke richting naar buiten. Slechts heel vaag was de glinstering van de windmotor aan de Geau door de mist te zien…

Terwijl ik over het met wilgen omgeven paadje richting auto liep, streek er vlakbij me een merel neer. Even leek er van mist geen sprake te zijn, zonovergoten bleef de merel geduldig voor me poseren …

Terug bij de weg besloot ik nog even een stukje in de richting van de windmotor te lopen. Daar vandaan heb ik een foto gemaakt van de vogelkijkhut in de mist …

Ik was niet de enige die volop genoot van de rust in het mistige en heerlijk rustige buitengebied van de Jan Durkspolder. Uit de mist doemden vriendelijk groetende wandelaars op …

Drie op een rij

Zoals ik gisteren al schreef, stond er een stevige west-zuidwestelijke wind. In de kijkhut had ik daar niet veel last van gehad, omdat de wind er net voor me langs blies …

Op weg terug naar de auto liep ik het eerste stuk tussen de beschermende wilgen. Daar voelde ik ook nog weinig van de wind, Maar zodra ik het paadje achter me had gelaten, voelde ik de frisse wind door mijn broek heen blazen …

Terug bij de auto zag ik een stukje verderop drie kleine paardjes mooi op een rijtje met hun kont naar de wind gekeerd staan. Het kleinste paardje stond netjes vooraan, zodat hij theoretisch ’t minst van de wind moest voelen …

Last resorts: de Jan Durkspolder

Ik was onderweg naar de Jan Durkspolder, toen ik onderweg weer eens werd opgehouden door een paar reeën. Dat overkomt me de laatste tijd weer vrij vaak op verschillende plaatsen langs deze route. Maar voor alle duidelijkheid: ik heb het nog nooit als lastig ervaren. Integendeel, prettiger oponthoud is nauwelijks denkbaar …

Eenmaal op het laatste deel van de doodlopende Westersânning is aan de linkerkant van de weg de grote vogelkijkhut van de Jan Durkspolder te zien. Hij staat aan het eind van een smalle, ca. 100 m lange landtong te midden, omringd door water …

Waar de weg overgaat in een onverhard pad laat ik de auto achter. Na een klein stukje lopen over het pad genaamd de Geau, sla ik aan het eind van de schaduwen over het pad linksaf …

Een ongeveer 100 m lang paadje slingert omgeven door knotwilgen in de richting van de kijkhut. Ergens halverwege heb ik de foto met de springbalsemien gemaakt, die hier onlangs voorbij kwam onder de titel ‘Last Resorts (2)’. Voorbij de bocht in het pad voert een houten plankier naar de vogelkijkhut …

Vanuit de hut heb je door een groot aantal kijkluikjes rondom uitzicht over de watervlakte. Dit jaar viel het aantal mooie observaties vanuit die hut wat tegen. Dat is in voorgaande jaren wel eens beter geweest, maar desalniettemin is deze vogelkijkhut mijn 2e last resort, omdat ik er na 150 m lopen altijd een droge zitplek heb …

Ditmaal viel de oogst niet tegen. In de verte, eigenlijk net wat te ver voor mijn camera, zat een flinke roofvogel in het topje van een boom. Ik ben geneigd te zeggen dat het een grauwe kiekendief is, maar het kan ook een buizerd zijn …

Ik stond net op het punt om de terugtocht te aanvaarden, toen er aan de westkant van de hut voor het eerst dit jaar een lepelaar dichtbij de hut verscheen. Erg lang liet hij zich niet zien, maar mijn dag was alweer goed …

Tot zover mijn tweede last resort.

Roodoogjuffer op gele plomp

Nadat we in de vogelkijkhut hadden genoten van de show van ‘De lepelaar met zijn mooie vangst’, stelde ik Jetske voor om nog even een stukje in westelijke richting over het schelpenpad ‘de Geau’ te lopen. Een lange kuier zouden mijn onderdanen me niet toestaan, maar het leek me wel goed om nog even de benen te strekken …

Dat bleek al snel weer een goede keuze te zijn. Omdat ik het dichtst naast de vaart liep, had ik tussen het rietkraagje door af en toe goed zicht op het wateroppervlak. Zo viel mijn oog op zeker moment op een waterjuffertje op een blad van de gele plomp, een Pompeblêd zoals we dat hier noemen …

Dichterbij komend en inzoomend met de camera, zag ik dat het een roodoogjuffer was. Ik laat even in het midden of het een Kleine roodoogjuffer was of een Grote roodoogjuffer, daarvoor zijn de verschillen voor mij te gering. Ik vond het in ieder geval weer een mooie vondst …

Zowel Jetske als Aafje spreken op gezette tijden hun zorg uit wanneer ze mij ergens aan de waterkant zien rondscharrelen of wanneer ik balancerend een of andere hindernis neem. Maar Jetske kan er bepakt en bezakt met haar drie camera’s ook wat van …

Opvliegende ganzen

Ik zat net in alle rust lekker in het zonnetje op het bankje aan de Geau in de Jan Durkspolder …

150409-1411x

Plotseling hoorde ik achter me een enorm geraas en gesnater van vele honderden opvliegende ganzen …

150409-1409x

De winter – voor zover daar al sprake van was – ligt dan wel achter ons, van de ganzen zijn we zo te zien nog lang niet af …

150409-1410x

Enkele ogenblikken later was de rust teruggekeerd, zodat ik me weer ongestoord in het zonnetje kon koesteren …

150409-1412x

Wit en zwart in de polder

Eigenlijk had ik me donderdagmiddag voorgenomen om even een fotokuiertje te maken naar de vogelkijkhut aan de zuidelijk plas in de Jan Durkspolder, maar daar kwam ik niet aan toe. Terwijl ik over de Geau in de richting van de vogelkijkhut reed, zag ik een grote zilverreiger aan de rand van de plas neerstrijken …

141120-1404x

Nadat ik de auto in de berm had laten uitrollen, zag ik hoe de grote witte vogel op gracieuze wijze tussen de beplanting door schreed …

141120-1412x

Een stukje verderop stonden twee aalscholvers op een paar paaltjes. Met gespreide vleugels trachtten ze hun veren te drogen …

141120-1406x

En zo had ik – zonder dat ik er al teveel voor hoefde te doen – ineens een mooi zicht over de zuidelijke plas in de Jan Durkspolder met een grote zilverreiger en twee aalscholvers. De windmotor aan de andere kant van de plas maakte het beeld compleet …

141120-1411x