Nieuwe paden

Met dit hek, dat bijna op het hoogste punt van it Reaklif langs het IJsselmeer staat, sluit ik op symbolische wijze een hoofdstuk af. Sinds september 2006 zijn fotomaatje Jetske en ik steeds samen op pad geweest met de auto en de benenwagen. Aan die situatie is met de komst van de iLark een eind gekomen …

Afgelopen vrijdag hebben Jetske en ik na bijna 17 jaar voor het eerst samen een fietstocht gemaakt, Jetske op de fiets en ik op de iLark. Het werd een mooi ritje van ongeveer 23 km over asfalt- en schelpenpaadjes langs zandpaden door het bos- en heiderijke gebied ten zuiden van Drachten. Jetske zei na afloop verrast te zijn, dat ik al die jaren zoveel moois voor haar verborgen had gehouden … 😉

Koeien op ’t Klif

Je kunt je druk maken om die windturbines op het IJsselmeer, maar daar wordt de situatie niet anders van. Ik heb ze intussen geaccepteerd als een gegeven en richt mijn blik liever op andere zaken. Zoals op die passerende driemaster bijvoorbeeld …

Of op de zeilboten die in de verte heen en weer voeren voor de kust van de Noordoostpolder …

Veel vogels zijn er meestal niet te zien bij het Oudemirdumerklif. Op die dag was er een graspieper, die onze aandacht net zo lang bleef trekken, tot we een paar foto’s van hem konden maken. Een stukje in noordwestelijke richting was op een ondiepte een grote groep aalscholvers en zwanen te zien. Een paar andere zwanen zwommen al grondelend van noord naar zuid voor ons langs. Iets naar het zuiden zagen we een groepje koeien, die stond te baden in wat mogelijk ooit Minne zijn haventje was …

Terwijl we later terugliepen naar de auto, zagen we dat de koeien het zes meter hoge Oudemirdumerklif hadden beklommen om boven verder te grazen …

Langs het Minneminnespaad

Nadat we in mei een dagje in het noordoosten van Fryslân hadden doorgebracht, hebben fotomaatje Jetske en ik begin juni een ritje gemaakt naar het zuidwesten van de provincie. Vooral de kliffenkust van Gaasterland verdient een regelmatig bezoek. Met het vlakke noordoosten nog vers in het geheugen, lijkt Gaasterland ineens nog wat heuvelachtiger dan het in werkelijkheid is. De eerste stop was ook ditmaal bij het Oudemirdumerklif. En zo gaan we van het ene huisje met een bijzondere geschiedenis naar het andere …

Onze kuier naar het Oudemirdumerklif (Google Maps) begon weer bij het huisje van Minne Minnes de Vries, de laatste Zuiderzeevisser van het Klif. Zeven jaar na de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk, hing Minne zijn netten in 1939 voorgoed aan de wilgen. Zijn levensverhaal kun je hier lezen, intussen liepen we in rustig tempo over Minneminnespaad in de richting van het IJsselmeer …

Vlak nadat we de strakke horizon van het IJsselmeer in beeld kregen, zagen we een bruine kiekendief over de kustlijn zweven. Al snel streek hij neer op een paal met een bordje. Toen we halverwege het paadje de blik wat meer naar het zuiden wendden, zagen we in de verte de windturbines van het windpark bij Urk boven de horizon uit torenen. Het is altijd weer even schrikken …

Na de korte eerste schrik, ben ik echter ook steeds weer snel gewend aan het beeld. Ik heb me nooit erg druk gemaakt over die windturbines trouwens. We zullen linksom of rechtsom naar een duurzame energievoorziening moeten, wind en zon zijn nu eenmaal voor de hand liggende opties waar snel resultaten mee worden gehaald. Ik weet dat niet iedereen het daar mee eens is, want ook aan zon en wind zitten nadelen. Genoeg stof om even wat over te mijmeren op de bankjes op het Oudemirdumerklif. …

wordt vervolgd

Feroaring fan lucht

Vrijdag heb ik met de iLark een ritje opnieuw gemaakt naar een plekje waar ik al vele jaren niet meer was geweest. Hier speelde zich het boek ‘Feroaring fan lucht’ (‘Verandering van lucht’) af, een boek van de Friese journalist/schrijver Rink van der Velde uit 1971. Het verhaal speelt zich af in en rond een arbeidershuisje bij de Lippenhuisterbrug (Google Maps) over het Koningsdiep ten zuiden van Beetsterzwaag. Toen ik er in oktober 1989 tijdens een fietstocht langs kwam, heb ik wat foto’s van het huisje gemaakt …

Durk Lugtigheid, alias Durk Snoad, is de vader van een huishouding met twaalf kinderen, die ergens diep in de Sweachster bossen in een oud arbeidershuisje woont. Een asociale huishouding, zo zal het zaakje tegenwoordig bestempeld worden. Durk Snoad leeft het meest van de steun vanwege niet te controleren rugklachten en van de stroperij. Hij is genetisch in opstand tegen het wettelijk gezag. Weldenkende en goedmenende mensen trachten er toch nog een fatsoenlijke huishouding van te maken en weten de familie in een huurwoning in Drachten te krijgen. Durk moet aan het werk tussen de vier muren van de Philipsfabriek aan de Oliemolenstraat. Dat kan natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen …

Het boek ligt me na aan het hart, omdat de situatie van de verhuizing van het vrije platteland naar het kleinstedelijke Drachten in de jaren 60 heel herkenbaar is. Wij verhuisden rond die tijd vanuit het kleine gehucht Echten ook naar Drachten. En ook de boerefeint van weleer kwam bij Philips terecht. Ik heb daar in 2014 een blogje over geschreven: Echten – Commissiepolle (3)

Het huisje van Durk Snoad lijkt intussen een riante woning te zijn geworden. Jammer genoeg valt er weinig meer van het huis te zien. Tussen struiken en bomen schemert een rieten dak, en wie goed kijkt, kan zien dat de naam ‘Feroaring fan lucht’, die eerst boven de deur stond, nu een prominent plekje heeft gekregen boven de klopper op de voordeur …

De natuur is er nog steeds prachtig. Het Alddjip of Koningsdiep meandert hier prachtig door het beekdal. Het grootste verschil met de situatie in oktober 1989 is eigenlijk nog dat de koeien nu aan de oostkant van de brug liepen te grazen, terwijl ze toen aan de westkant stonden. Zo gaan die dingen hier in the middle of nowhere

Naast de brug over het Alddjip zat een libellenkenner. Hij was hier naar toe gekomen voor de metaalglanslibel, en hij had hem intussen al op de gevoelige plaat vastgelegd. Ook de weidebeekjuffer laat zich hier tegenwoordig regelmatig zien, vertelde hij. Ik kwam die dag niet verder dan een poepende en een paar parende korenbouten (denk ik). Het zou best eens kunnen dat ik daar binnenkort nog eens wat langer neerstrijk …

Zwarte sterns bij de Leijen

Maandag liet ik hier al een aantal foto’s zien van de zwarte sterns bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Dat was nog maar een tipje van de sluier, daarom vandaag nog een fotoserie van deze bijzondere vogel …

Er zijn nogal wat dagen geweest, waarop ik blij was om op dit plekje af en toe eens een zwarte stern te kunnen fotograferen. Maandag leek er geen eind te komen aan de vele vliegbewegingen vlak voor de kijkhut …

Oud boerenland

De brug naar de Jan Durkspolder was ook dinsdag nog niet open, daarom ben ik nog maar eens doorgereden naar het plekje waar ik vorige week het gruttopaar met hun kuiken had gefotografeerd. Ik werd meteen weer opgewacht door een paar rondvliegende grutto’s. Nadat de zaak weer wat tot rust was gekomen, mocht ik dit plaatje schieten …

In de verte zag ik iemand met een verrekijker lopen. Toen ik hem even later beter in beeld kreeg, zag ik dat hij een aantal stokken in zijn hand had. Dat maakte meteen duidelijk dat het de zogenaamde nazorger van het gebied is. Met de stokken heeft hij de nesten in het land gemarkeerd om ze te beschermen tegen de noodzakelijke werkzaamheden van de boer. Ze zoeken en markeren nesten, en ze tellen en registreren aantallen vogels, eieren en kuikens …

Half maart schreef ik hier een stukje over een bordje met het opschrift ‘Ik dongje rûch – Grutsk op ús Greidefugels’. Vrij vertaald betekent het dat de boer ruige mest of stromest gebruikt om zijn land te bemesten, omdat hij trots is op onze weidevogels. Net als nattigheid en een kruidenrijke vegetatie helpen ruige mest en weidegang van de koeien de weidevogels. Het zorgt voor meer en ander bodemleven. Meer informatie hierover kun je lezen op de website Grutsk op ús Greidefûgels

De nazorg concentreert zich rond steeds minder geschikte plekken voor weidevogels. De grootste aantallen vogels zitten over het algemeen daar waar de boer iets extra’s doet voor de weidevogels. Hier op dit stukje oud boerenland, dat intussen eigendom is van de Friese vereniging voor natuurbeheer It Fryske Gea, wordt dat in de praktijk gebracht. De nieuwe droge mest ligt al klaar voor verspreiding over het land als de jongen straks zijn uitgevlogen. De grutto’s varen daar echt wel bij in deze weilanden, waar regelmatig de roep van één of meerdere grutto’s over het land klinkt…

Als de nazorger het weiland heeft verlaten en als ook de fotograaf geen bedreiging blijkt te zijn, is de alarmfase voorbij en strijken de grutto’s weer neer op hun uitkijkpost op een paal of ergens tussen grassen, bloemen en zuring …

Boshyacinten in de tuin

In het late voorjaar heb ik het vooral in reacties op andere blogs verschillende keren gehad over de boshyacinten in onze tuin. Hoe wel ze intussen al lang en breed zijn uitgebloeid, ben ik er nu pas aan toe om daar eens wat foto’s van te tonen. De eerste foto is gemaakt in de voortuin, daar heeft een tijdlang een kleine zee aan blauwe, witte en roze boshyacinten staan pronken. …


De resterende foto’s heb ik de achtertuin gemaakt. Daar staan hier en daar wat boshyacinten, zodat er wat meer ruimte is om enkele exemplaren eruit te lichten. Intussen zijn zowel de voortuin als de achtertuin voorlopig over hun hoogtepunt heen. De droogte zal de rest wel doen …