Stare down met een kolos

Het was rustig in de Jan Durkspolder. Behalve wat grote grazers was er weinig leven te zien …

Terwijl ik naar het hek liep, had ik meteen de aandacht. Al snel kwam de grote kolos mijn kant op …

Bij het hek aangekomen leek hij me in eerste instantie sluiks vanuit een ooghoek op te nemen …

Dan liet hij alle schroom vallen en legde zijn kop op het hek. Wat volgde was een lange staredown

Zodra hij de blik afwendde, heb ik me tactisch teruggetrokken. Ik had de staredown dan wel gewonnen, maar je weet nooit wat zo’n beest zich nog in zijn kop haalt. En ik had wel mijn rode vest aan … 😉

Een slak op de afvalbak

Begin augustus zag ik tijdens een loopje door de tuin een kleine huisjesslak op de gft-container achter in de tuin …

Een groot fan ben ik niet van slakken, maar ik vind ze wel fotogeniek, zeker als ze nog zo klein en transparant zijn …

En klein was dit exemplaar zeker, gelukkig wijst een pijl het kleine ding behulpzaam aan …

Sierlijk en traag kroop hij over het handvat. Precies het tempo dat mij en mijn camera eigenlijk nog het best ligt …

Een eitje bij thuiskomst

Nog maar net terug van het uitstapje met de jongens, troonde Aafje me vorige week zaterdag aan het eind van de middag mee naar buiten. Bij het schoonmaken van het nestkastje in de hazelaar had ze iets gevonden wat ze me even wilde laten zien …

In het kleurrijke nestje lag nog een koolmeeseitje. Het verraste me eigenlijk niet eens heel erg. Ik had in het voorjaar wel af en toe een koolmeesje het kastje in en uit zien gaan, maar veel minder dan vorig jaar. Daarom kreeg ik al aan het eind van het voorjaar de indruk dat het niet tot een succesvol broedsel zou komen …

Het is goed te zien dat er behalve natuurlijk materiaal ook het nodige zwerfafval is gebruikt. Wel lekker kleurrijk, maar ook jammer naar mijn idee. Ik zie toch liever het mos en ander natuurlijk materiaal …

Na de schoonmaakbeurt heeft Aafje het kastje meteen weer opgehangen in de hazelaar. Zo is het in ieder geval weer beschikbaar voor tuinvogels die een beschut plekje zoeken in de komende winter …

Over turf en meer

Op de terugweg hebben we nog twee tussenstops gemaakt. Om te beginnen trakteerde Nils op een terras bij Vierhuis op koffie met appelgebak. Daarna reden we door naar Rotsterhaule, waar we even een zijsprongetje namen naar het natuurgebied het Easterskar. Net als veel andere natuurgebieden heeft het Easterskar zijn ontstaan te danken aan de turfwinning …

Het had niet veel gescheeld of natuurgebied het Easterskar had niet bestaan. In het kader van werkloosheidsbestrijding werd begin vorige eeuw namelijk veel ‘natuur’ ontgonnen voor de landbouw. Omstreeks 1960 stond het Easterskar op de planning om op de schop te gaan. De groeiende industrialisatie hield het project echter tegen. Het naastgelegen Westerskar was wel al ontgonnen, maar het Easterskar en haar domein van bijzondere planten, vogels, vlinders, reptielen en amfibieën bleef gespaard en werd eigendom van de provinciale vereniging voor natuurbescherming ‘It Fryske Gea’

Ik besloot dit zijsprongetje te maken, omdat we onderweg langs de geboorteplek van mijn moeder kwamen. Pake verdiende zijn brood als landarbeider in en rond het Easterskar. Mem kwam als zevende kind op de wereld in het kleine huisje op de foto hieronder. Zo’n groot gezin in zo’n klein huisje, daar kunnen we ons vandaag niets meer bij voorstellen. Op de rechter foto zie je het gezin nog voordat mijn moeder werd geboren.

Wij waren intussen aangekomen in de vogelkijkhut ‘Skiere Goes’ (‘grauwe gans’ voor niet-Friestaligen) in het natuurgebied. Rondom de hut was het rustig, in de verte dreef een aantal zwanen op het water en vloog een grote zilverreiger op …

Op het moment dat wij de hut betraden waren twee vogelaars met luide stem bezig om een derde vogelaar uit te leggen welke instellingen hij met zijn camera, met daarop een joekel van een zoomlens, het best kon gebruiken. De man bleef echter hardnekkig tegenstribbelen. Nils en Tijmen zagen de humor er wel van in. Pepijn begreep er niets van, vooral omdat ik net voordien had verteld dat je in een vogelkijkhut wat stil hoort te zijn om de vogels niet te verjagen. Toen hij erbij ging liggen, leek het mij de hoogste tijd om huiswaarts te keren …

Slakkenseks, een triootje

Van de snelle wip van de reeën is het even omschakelen naar de trage en zwoele vrijpartij van een drietal naaktslakken op het paadje in onze tuin …

Toen ik die avond rond middernacht mijn gebruikelijke rondje door de tuin maakte, zei ‘iets’ me halverwege het paadje om mijn voet net wat verder neer te zetten dan normaal gebruikelijk zou zijn. Alsof ik voelde dat er iets op het paadje lag, en dat bleek te kloppen. Zodra ik het zaklampje van mijn mobieltje had aan gedaan, zag ik dit slijmerige drietal liggen …

Ik doe het niet vaak meer tegenwoordig, maar hier ben ik midden in de nacht toch maar even voor door de knieën gegaan. Wetend dat slakkenseks enkele uren kan duren, heb ik er maar geen filmpje van gemaakt. Maar als je er toch een filmpje van zou willen zien, dan is dit een goed startpunt: ‘Slakkenseks van begin tot eind’

Hitsig rennende reeën

Even leek de reegeit rust te krijgen, maar schijn bedriegt. Vanaf de andere kant van de sloot en het rietkraagje hield de reebok haar nauwlettend in de gaten …

De geit leek hem uit te dagen door strak terug te kijken, terwijl ze tussendoor een hapje gras nam …

En weg was ze weer … natuurlijk bleef hij niet lang achter …

Plotseling maakte zij een scherpe wending, waardoor de rollen speels werden omgedraaid …

Zo ging dit spel nog een tijdje door, totdat ze uiteindelijk in of achter wat struikgewas uit mijn zicht verdwenen …

Geloof me, dergelijke ontmoetingen vervelen nooit. Mij niet in ieder geval … 🙂

Overigens is dit voor reeën wel zo ongeveer de gevaarlijkste tijd van het jaar. In de bovenstaande fotoserie rennen ze zonder enig gevaar door de weilanden. Maar ook eventueel tussenliggende plattelandswegen worden zonder op- of omkijken in volle vaart overgestoken. Als automobilist kun je daar maar beter rekening mee houden door je snelheid te minderen.

Bronstige reeën in de wei

Onlangs had ik op weg naar de Jan Durkspolder opnieuw een ontmoeting op afstand met een paar reeën. Tot nu toe had ik ze iedere keer rustig ergens in een weiland zien staan grazen, ditmaal ging het anders. Het begon met een reebok, die bij een sloot ergens naar stond te kijken …

Plotseling kwam er vanuit de slootkant een tweede ree tevoorschijn. Het was een geit, die er als een hazewindhond vandoor ging, op de voet gevolgd door de reebok. Heel even bleven ze allebei staan …

Als in een soort ‘stare down’ stonden ze – ieder aan een kant van de sloot – tegenover elkaar. Dan draaide de reegeit zich met een sierlijke sprong om, waarna ze er opnieuw in volle vaart vandoor ging. Het was duidelijk: de bronsttijd was hier in volle gang …

Een stuk verderop minderde de geit vaart. Bij een dun rietkraagje bleef ze even staan …

  • morgen meer …