Terug in de Mieden

Vorige week heb ik weer eens een ritje naar de Surhuizumermieden (OpenStreetMap) gemaakt. Om te beginnen heb ik een foto gemaakt vanaf het uitkijkplatform. Daar vandaan was er vrijwel geen vogel te zien. Daarom ben ik meteen een stukje doorgereden …

Ik had gehoopt dat de grutto’s, de tureluurs en de kieviten intussen wat meer verspreid over het gebied zouden zitten. Dat bleek echter ijdele hoop te zijn. De meeste vogels zaten nog steeds ver weg in en rond het water …

Af en toe vlogen er eens een paar tureluurs en kieviten voorbij. Een buizerd hield hoog in de blauwe lucht alles nauwlettend in de gaten en enkele kieviten vlogen wat dichter aan me voorbij. Dat was het wel zo ongeveer …

Waar ik me wel heel goed mee heb vermaakt, waren de rondvluchten die grote groepen vogels vanuit het plasdras-land maakten. Daarvan zal ik morgen wat foto’s tonen …

Terug naar de Catspoele

Vanaf het oude bankje bij het bruggetje liepen en rolden we via dezelfde route terug. Langs de oude eik, over het lange rechte pad, door het net wat te krappe klaphekje en door het bos …

En zo kwamen we vanzelf weer langs de Catspoele. Omdat Jetske op dat moment even was achtergebleven in het bos om daar nog een paar foto’s te maken, rolde ik nog even weer naar de libellenvlonder …

Dit is voor mij een mooi moment om even de tweede ringslang van die dag te tonen. De eerste ringslang was ’s ochtends van oost naar west over gestoken. De tweede zwom korte tijd later in tegengestelde richting vlak voor de vlonder langs. Dit exemplaar liet ook een paar maal zijn tastende en ruikende tong mooi zien …

Verder was er op het eerste gezicht niet veel te zien. Maar schijn bedriegt …

wordt nog één keer vervolgd

Aan de rol met Jetske en Whilly

Vrijdag stond er weer een fotokuier met fotomaatje Jetske op het programma. Omdat ik al dagenlang slechte benen had, stelde ik voor om Whilly maar eens mee te nemen de natuur in. Het mooie droge weer maakte het mogelijk om meteen maar voor een pittig parkoers te kiezen. Op het parkeerterreintje tussen het Diakonievene en de Dellebuursterheide (OpenStreetMap), zette ik onder toeziend oog van Jetske Whilly in elkaar …

Terwijl Jetske vlot voorwaarts stapte, kreeg Whilly het meteen flink voor zijn kiezen. Om van het half verharde parkeerplaatsje af te komen, moesten we eerst over een stuk met gebroken puin, dat nog niet was gewalst of vastgereden. Maar goed, Whilly en ik bereikten samen de weg, die we meteen recht overstaken. Daar wachtte de volgende uitdaging. Het zandpad was door het droge en warme weer hier en daar bedekt met een laag stuifzand. Het viel Whilly zwaar om daar doorheen te ploegen. Nu eens naar links en dan weer naar rechts uitwijkend, zocht ik mijn weg over de hardste delen van het pad …

Na enige tijd bereikten we het eerste doel van ons ‘kuierritje’: de Catspoele in de Dellebuursterheide. Daar kon Whilly het even kalm aan doen. Rustig over het vlonderpad naar het uitkijkpunt rijden, lag hem duidelijk beter dan grind en los zand. Het was stil op de vlonder, behalve Jetske en mij was er nog een fotografe aanwezig …

Ook op en in het water was het stil. Een dodaars dook regelmatig even op of onder, en aan de overkant dobberden een paar eenden op het water. Dat was het wel zo ongeveer …

We zaten er genoeglijk. Wachtend op de dingen die hopelijk zouden komen, keken we uit over het water. Af en toe werd er een praatje gemaakt met passerende wandelaars/fotografen …

– wordt vervolgd

Het voorjaar in de bol

Nadat de beide grauwe ganzen uit het blogje van gisteren zich hadden omgedraaid, zag ik ze uit zicht verdwijnen. Ik liep naar de andere kant van de vogelkijkhut en opende daar een kijkluikje. Daar kon ik ze in open water weer oppikken. Zo te zien kwam ik niks te vroeg …

Het was duidelijk dat ze het voorjaar in de bol hadden. Hoewel … hij toch wel wat meer dan zij, zo leek het. Dat zal dan wel aan zijn rek- en strekoefeningen kort daarvoor gelegen hebben …

Nog tijdens het voorspel hief heer gans plotseling zijn kop op. En wéér kreeg ik die blik toegeworpen. Dat was voldoende om het luikje schuldbewust zachtjes te sluiten en mijn heil elders te zoeken …

Ik heb de hut stilletjes verlaten door achterdeur …

Rekken en strekken

Op een ochtend dobberden er in de luwte van de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grauwe ganzen. Op een bepaald moment verhief één van de twee – het zal het mannetje wel geweest zijn – zich met gespreide vleugels uit het water …

Hij sloeg enkele malen met zijn vleugels en liet zich daarna weer terugzakken in het water. Hij wierp een snelle blik op het vrouwtje dat nog steeds achter hem dobberde. Ze volgde gedwee, toen hij koers zette naar het open water …

Halverwege draaiden ze zich nog even naar me om. Hij keek me vervolgens met een hooghartige blik aan, alsof hij wilde zeggen: ‘Zo, ik ben klaar voor de dag. Wij gaan vandaag de voorjaarsbloemetjes eens lekker buiten zetten. En dat doen we zonder jou en je camera …’

Voorjaar in de tuin

Gisteren was het opnieuw een zonnige voorjaarsdag. Een mooie dag om in de tuin rustig bij te komen van de vrijdag, toen ik met Jetske op pad ben geweest. Tijdens een kleine rondgang door de tuin heb ik om te beginnen een foto gemaakt van de eerste frisgroene blaadjes van de kerria- of ranonkelstruik achter in de tuin …

De prunus is in enkele dagen tijd tot volle bloei gekomen. De harde wind maakte het niet gemakkelijk om er mooie foto’s van te maken, maar deze kon er wel op door. Een koolmees bracht een inspectiebezoek aan de nestkast aan de hazelaar. Een huismus leek tijdens het ochtendbad nogal te schrikken: ‘Brrr … koud nog dat water …’

Bye bye gaai

Veel verder dan een paar keer per dag een loopje in de tuin of van de voordeur naar de auto kom ik de laatste dagen niet. Mijn benen protesteren voortdurend …

Tijdens een van mijn laatste loopjes door de tuin, zag ik vorige week een Vlaamse gaai op een ontluchtingspijp staan. Uitgerekend op dat moment verhief hij zich van zijn post om naar elders te vliegen …